25 minuten geleden

Mozes en de rots …

Bijbelgedeelten: Exodus 17 vers 6; 33 vers 21-23; Numeri 20 vers 7-11;
Deuteronomium 32 vers 4; Mattheüs 16 vers 16-18; 1 Korinthe 10 vers 4

Leestijd: 6 minuten

De rots speelde een belangrijke rol in het leven van Mozes. De Bijbel beschrijft drie gevallen waarin Mozes in contact kwam met een rots. In elk geval zien we, dat de rots de oorsprong of het fundament was van de zegen die God aan Mozes en het volk Israël wilde schenken. We zullen deze drie gevallen nu nader bekijken.

Een beeld van Christus

De rots in de Schrift verwijst naar Christus. Hij is de geestelijke Rots die het volk Israël in de woestijn volgde (1 Kor. 10:4). Wie anders dan Christus kan met een rots vergeleken worden? Hij alleen is de Rots, die door niets of niemand aan het wankelen gebracht kan worden. Zijn persoon is het onwankelbare fundament van onze redding en de absolute zekerheid van onze hoop (Matth. 7:24-25; Luk. 6:48). Ieder die in Hem gelooft, zal niet beschaamd worden (Rom. 10:11). Ook de gemeente is op Hem gebouwd (Matth. 16:16-18), en heeft als fundament niet Petrus (een “steen”), maar Christus, de Zoon van de levende God (de “Rots”).

De eenmaal geslagen rots

“Zie, Ik zal daar vóór u op de rots bij de Horeb staan. Dan moet u op de rots slaan, en er zal water uitkomen, zodat het volk kan drinken. En Mozes deed dit voor de ogen van de oudsten van Israël” (Ex. 17:6).

Toen de Israëlieten tijdens hun woestijnreis in Rafidim waren en geen water vonden, mopperden ze tegen Mozes en de Heer. De Heer gaf Mozes toen de opdracht om met zijn staf op de rots bij Horeb te slaan. Daar zou de Heer voor hem verschijnen en water uit de rots laten stromen. In deze daad van Mozes zien we een duidelijke voorafschaduwing van wat er op het kruis van Golgotha ​​gebeurde: daar moest Christus, de Rots, vanwege de zonde worden geslagen. Pas toen kon God zijn volk en ons zegenen door de Heilige Geest op de Pinksterdag naar de aarde te zenden (Hand. 2).

De kloof van de rots

“Ook zei de HEERE: Zie, hier is een plaats bij Mij, waar u op de rots moet gaan staan. En het zal gebeuren, als Mijn heerlijkheid voorbijtrekt, dat Ik u in een kloof van de rots neer zal zetten en u met Mijn hand zal bedekken totdat Ik voorbijgegaan ben. En zodra Ik Mijn hand wegneem, zult u Mij van achteren zien, maar Mijn aangezicht zal niet gezien worden” (Ex. 33:21-23).

Mozes had een diep verlangen om de heerlijkheid van God te zien. God vervulde dit verlangen van Zijn dienaar door hem een ​​heel specifieke plaats dicht bij Hem te laten zien (“bij Mij”). Daar plaatste Hij hem in een kloof van de rots en hield Zijn hand boven hem totdat Hij voorbij was gegaan. Op deze manier – staande op de rots en volledig omringd door rots – kon Mozes God van achteren zien. De toepassing voor ons is eenvoudig: alleen in Christus geborgen en op het fundament van Zijn werk kunnen we God zien. Alleen in Christus zijn we in staat de heerlijkheid van God te zien (2 Kor. 4:6).

De tweemaal geslagen rots

“De HEERE sprak tot Mozes: Neem de staf en roep de gemeenschap bijeen, u en Aäron, uw broer, en spreek voor hun ogen tot de rots, en die zal zijn water geven. Zo zult u water voor hen voortbrengen uit de rots, en u zult de gemeenschap en hun vee laten drinken. Toen nam Mozes de staf van voor het aangezicht van de HEERE, zoals Hij hem geboden had. En Mozes en Aäron riepen de gemeente voor de rots bijeen, en hij zei tegen hen: Luister toch, ongehoorzamen, zullen wij voor u uit deze rots water voortbrengen? Toen hief Mozes zijn hand op en hij sloeg de rots twee keer met zijn staf, en er kwam veel water uit, zodat de gemeenschap en hun vee konden drinken” (Num. 20:7-11).

Aan het einde van de woestijnreis bevonden de mensen zich in een vergelijkbare situatie als aan het begin: er was geen water en ze maakten ruzie met Mozes. God gaf Mozes toen de opdracht om de staf van Aäron te nemen en tot de rots te spreken. Mozes was echter zo boos op het gemopper van het volk, dat hij, in plaats van tot de rots te spreken, er tweemaal met zijn eigen staf op sloeg. Helaas vernietigde hij daarmee de profetische voorafschaduwing, want Christus werd door God slechts eenmaal geslagen vanwege de zonde (1 Petr. 3:18). Nu is Hij in de heerlijkheid en treedt Hij voor Zijn volk tussenbeide. Wij kunnen nu tot Hem komen in gebed met al onze zorgen (“spreken tot de rots”) en om Zijn zegen vragen.

De rots: volmaakt is Zijn doen

“Hij is de rots, Wiens werk volmaakt is, want al Zijn wegen zijn een en al recht. God is waarheid en geen onrecht; rechtvaardig en waarachtig is Hij” (Deut. 32:4).

Omdat Mozes tweemaal op de rots bij Kades sloeg in plaats van ertegen te spreken, verbood God hem het Beloofde Land binnen te gaan – een zware slag voor Mozes, want niets was belangrijker voor hem geweest, dan het betreden van het Beloofde Land. Mozes smeekte God hier meerdere malen om, maar God bleef standvastig: hij mocht het Beloofde Land niet binnengaan. Toch werd Mozes hierdoor niet verbitterd, maar omarmde hij Gods wegen met hem. In zijn laatste toespraak tot het volk staat de rots opnieuw voor zijn ogen: hij spreekt vol lof over Gods volmaakte daden en zijn grote trouw.

 

Daniel Melui; © www.bibelstudium.de

Online in het Duits sinds 22.06.2025

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW