5 jaar geleden

Lukas 23 vers 39-41 (I)

“Eén van de gehangen boosdoeners nu lasterde Hem: Bent U niet de Christus? Verlos Uzelf en ons” (Luk. 23:39).

Tussen twee criminelen (1)

Drie keer getuigde de Romeinse gouverneur Pilatus van de onschuld van de Zoon van God. Maar het volk wilde liever de moordenaar Barabbas in vrijheid stellen dan de Redder Jezus Christus. Dus werd Hij, die hen niets anders getoond had dan liefde, gekruisigd tussen twee criminelen.

De twee misdadigers hadden gehoord van Jezus. In de tekenen en wonderen die Hij deed hadden velen de Christus gezien, de beloofde Verlosser en Koning. Maar toen Jezus aan het kruis hing, bespotten zij Hem met die titel. Maar nu sloot zich een van de criminelen daarbij aan. Minachtend vroeg hij Jezus of Hij niet de Christus was, en voegde eraan toe: “Verlos Uzelf en ons”.

Stond de zondeloze Zoon van God op hetzelfde niveau als de criminelen? Hingen zij allen om dezelfde reden aan dat kruis? En had Zijn dood dezelfde betekenis als die van hun? Op geen enkele wijze! En er is een weg van redding enkel voor diegenen die zien en erkennen het enorme verschil: Jezus Christus ging in de dood maar stond daaruit ook op, omdat Hij vrijwillig Zijn leven overgaf voor anderen. Daarom kunnen zondaars verlost en gered worden van de eeuwige dood, van het oordeel.

Zijn opstanding bevestigt dat de Zoon van God onschuldig was. Hij onderging de dood plaatsvervangend voor de zonde in overeenstemming met de wil en genade van God. En Zijn opstanding maakt duidelijk dat onze heilige God Zijn dood geaccepteerd heeft als verzoening voor de schuld van anderen.

Maar voor deze minachtende crimineel bleef de weg van de redding gesloten vanwege zijn ongeloof.

© The Good Seed

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW