2 jaar geleden

Lukas 23 vers 33

“En toen zij kwamen bij de plaats, Schedel[plaats] geheten, kruisigden zij Hem daar, en de boosdoeners, de één aan [de] rechter- en de ander aan [de] linkerzijde”.

Dit is de geschiedenis van twee boosdoeners. Eén werd op een wonderbare wijze gered, zoals beschreven in Lukas 23, zodat niemand hoeft te wanhopen – maar slechts één van hen, zodat niemand hoeft te vermoeden. Christus verwierf verlossing door Zijn eigen dood, en de ogen van de boosdoener [1] werd geopend door geloof in wat Christus aan het doen was.

De openbaring van Christus aan zijn ziel door de Geest overtuigde hem van zijn volslagen zondigheid. “Vrees jij ook God niet”, is zijn berisping aan zijn makker, “daar jij in het zelfde oordeel bent? En wij toch terecht”. Terwijl hij de juistheid van zijn eigen straf erkende in oprechte belijdenis van zonde, geeft hij een prachtig getuigenis  van Christus: “Deze echter heeft niets onbehoorlijks gedaan” (vs. 40-42). Hij had een waarneming van Zijn hemels karakter alsof hij Christus zijn hele leven kende. Heeft u een dergelijke jaloezie over de vlekkeloosheid en de heerlijkheid van Christus, dat u zich niet kunt inhouden als u hoort dat Hij gekleineerd wordt? Heeft u een dergelijke bezorgdheid voor de vlekkeloosheid en de heerlijkheid van Christus, dat u zich niet kunt beheersen om te protesteren als u hoort dat Hij gekleineerd wordt?

Dan wendt hij zich tot Jezus en zegt: “Jezus, denk aan mij, wanneer U in Uw koninkrijk  komt” (vs. 42-43). Zodra hij klaar was met zijn getuigenis naar de andere boosdoener, keerde zijn hart zich instinctief tot Christus. Niet denkend aan zijn eigen pijn noch aan het volk rondom het kruis, en in het uiterste van zijn hulpeloosheid, erkent hij Hem als Verlosser en Koning. Hij bezit Jezus als Heer en weet dat Zijn koninkrijk zeker komt. Zijn geest is gericht op de liefdevolle erkenning van Christus in heerlijkheid. Hij kijkt naar een ander koninkrijk, waar de dood niet kan komen. Er was geen wolkje van twijfel, maar de rustige, vaste zekerheid dat de Heer in Zijn koninkrijk zou komen.

De Heer gaf hem meer dan zijn geloof vroeg. Het was niet alleen het koninkrijk straks, maar “Vandaag zult u met Mij in het paradijs zijn” (vs. 43). Hij wist misschien maar een weinig van het werk van Christus en haar gevolgen, maar de Heilige Geest had zijn hart vast gericht op de persoon van Christus.

NOOT VERTALER:
1. Rover in Mattheüs-evangelie (Matth. 27:38).
J.N. Darby, © The Lord is near

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol