2 jaar geleden

Jozua 24 vers 2-3

“Toen zei Jozua tegen heel het volk: Zo zegt de HEERE, de God van Israël: Aan de overzijde van de rivier hebben uw vaderen van oude tijden af gewoond, namelijk Terah, de vader van Abraham, en de vader van Nahor; en zij hebben andere goden gediend. Toen nam Ik uw vader Abraham van de overzijde van de rivier en liet hem door heel het land Kanaän gaan. Ik maakte zijn nageslacht talrijk en gaf hem Izak”.

Gods krachtige oproep, onlosmakelijk verbonden met Zijn heerlijke Persoon (zie: Hand 7:2-3), maakte Abram bereid om God te gehoorzamen – terwijl hij familie, vrienden en het land achter hem liet. Voordat dit alles gebeurde, hadden Abram en zijn familie “andere goden gediend”, maar de God der heerlijkheid trok hem met koorden van liefde, bevrijdde Abram uit de slavernij, en zette hem op het rechte pad van het geloof. Na een lang oponthoud (vertraging) in Haran arriveerde Abram in het beloofde land. Daar zag hij afgodendienaars, die slechter waren dan die hij had achtergelaten, maar God ondersteunde zijn geloof.

Na enkele mislukkingen door het gaan naar Egypte, hernieuwde Abram – “verheven vader” – opnieuw zijn vertrouwen in God, Die zijn naam veranderde in Abraham – “vader van een menigte van volkeren” (Gen. 17:5) – toen hij en Sarah nog geen nageslacht hadden. Voor en na deze naamswijziging moest Abraham meerdere listen van de vijand onder ogen zien toen hij een aanbidder van de levende en waarachtige God was geworden (zie 1 Thess. 1:9). Hij overwon deze obstakels, bleef de God der heerlijkheid dienen, en bleef vooruitgang boeken. In zijn liefde voor zijn God bouwde hij vier altaren: geen wonder dat de Schrift hem drie keer “een vriend” – of “liefhebber” van God – noemt (zie: 2 Kron. 20:7; Jes. 41:8; Jak. 2:23). Abraham had geleerd om God op de eerste en belangrijkste plaats te zetten, en zo overwon hij als hij met enorme uitdagingen werd geconfronteerd, vertrouwend op de God Die hem geroepen had.

Zijn vrouw Sarah, ondanks een aanvankelijk gebrek aan geloof (Gen. 18:12), stelde haar vertrouwen eveneens in God de Almachtige (Hebr. 11:11). Het wonder van de conceptie en geboorte van Izak demonstreerde in Wie zij beiden hadden geloofd. Op een vergelijkbare weg van het geloof, schreef de apostel Paulus aan het eind van zijn leven: “… ik weet Wie ik geloofd heb …” (2 Tim. 1:12). Laten we deze voorbeelden navolgen!

Alfred E. Bouter, © The Lord is near

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol