11 jaar geleden

Johannes 1:16

Het woord ‘welvaartsmaatschappij’ is vandaag in ieders mond. Het brengt tot uitdrukking dat overvloed aan materiële goederen ons mensen achteloos en onverantwoordelijk maakt (en we voegen eraan toe: ondankbaar jegens God). Maar er is nog een andere overvloed en daaraan moeten ons vandaag enige bijbelverzen herinneren:

De Heer Jezus zegt in Lukas 6:38 dat een ieder die aan anderen geeft “een goede, ingedrukte, geschudde en overlopende maat” ter vergelding gegeven zal worden. Iets soortgelijks bedoelt ook David wanneer hij in Psalm 23 zegt: “Mijn beker is overvloeiende”. Zulke overvloed is de uitdrukking van de rijkdom van God. Het komt niet van ons, maar het valt alleen hen ten deel die zich er goed van bewust zijn dat “al hun bronnen in Hem zijn” (verg. Ps. 36:10).

In de Heer Jezus woont de hele volheid van de Godheid lichamelijk, en “uit Zijn volheid … genade op genade” betekent een nooit eindigende opeenvolging die Ezechiël vergelijkt met een stroom, als hij zegt: “hoge wateren, waar men door zwemmen moest” (Ezech. 47:5). Wij bezitten als gelovigen ook een volheid van vreugde die voortkomt uit onze wonderbare verhouding met God als onze Vader (zie Joh. 16:24). En wanneer de Heer Jezus spreekt over “overvloedig leven” (Joh. 10:10), dan karakteriseert Hij daarmee het nieuwe leven dat wij door Hem hebben ontvangen.

Nemen we er alleen kennis van of is het ons verlangen deze overvloed, deze Goddelijke rijkdom, ook meer en meer uit te diepen? God wil dat we ons daarmee bezighouden en meer nog, dat we “vervuld worden tot de gehele volheid van God” (Ef. 3:19).

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW