14 jaar geleden

Israël en tijd van aartsvaders (12)

Les 12

Beste cursist(e),

In Genesis 29:31 t/m 30 vers 24 zien we het gezin van Jakob aan ons voorgesteld. Dit is een belangrijke pagina uit het Oude Testament. Want we vinden hier elf zonen van Jakob.

Vraag 1. Hoe worden zij in Handelingen 7:8 genoemd? (de twaalf zonen van Jakob)

………………………………………………………………………………………………………………………..

In hen worden de twaalf stammen van Israël genoemd. Door hen worden de beloften die God aan Abraham en Izak en later ook aan Jakob gegeven heeft, vervuld.
Levi is de stam van de priesters. Juda van de koningen, tenslotte van de Messias Zelf.

Het gezin van Jakob volgt het voorbeeld van hun vader: List, afgunst, allerlei middelen aangrijpen om het doel te bereiken. Maar ondanks dit alles geeft God toch Zijn zegen.
Zo barmhartig en genadig is de Heer ook nu nog. Hij wil ouders, maar ook elk afzonderlijk kind zegenen. Hij kent ons allen bij name. En van kinds af aan wil Hij ons voorbereiden op onze dienst voor Hem. Welke dienst, welke roeping hebben de gelovigen nu nog? Om “koningen en priesters te zijn voor God” (Openbaring 1:6). Onbegrijpelijk!
Met de geboorte van Jozef (een beeld van de Heer Jezus, zoals we later zullen zien) breekt een nieuwe periode aan in het leven van Jakob. De periode van knecht zijn is voor Jakob ten einde en nu komt de terugkeer in het beloofde land (vers 25).
In geestelijk opzicht geldt altijd: op het moment dat Christus in onze huizen en harten komt wonen, zullen we bevrijding en hemelse zegeningen genieten.

Laban verliest in Jakob een goede werknemer. Hij denkt er voordeel bij te hebben, als Jakob zelf zijn loon mag bepalen. Maar Jakob laat zich maar niet zo beet nemen en gaat ook listig te werk. Beiden denken met de afspraak hun voordeel te kunnen doen. Toch triest, als een gelovige het met een ongelovige op een akkoordje gooit, om rijk te worden.
In 1 Timotheüs 6:6-10 lezen we iets heel anders.

Vraag 2. Waar moeten wij genoegen mee nemen?

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

Vraag 3. Wat gebeurt er met hen die rijk willen worden?

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

Nu gaan we verder met Genesis 31.

Ook nu valt op, dat God voor Jakob zorgt. Och, had Jakob dat maar beter beseft! Maar dat geldt ook voor ons: zijn we ons altijd bewust, dat we ons geen zorgen hoeven te maken? Toch mogen we weten: ook al schieten wij in geloof en vertrouwen te kort, DE HEERE IS DEZELFDE. Ook aan Jakob belooft de Heer opnieuw: “Ik zal met u zijn” (vers 3).

Vraag 4. Waarom wil Jakob vluchten?

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

Ook Rachel en Lea vinden, dat hun vader hen niet goed behandeld heeft. Dus vertrekken ze met z’n allen. Doordat Laban met zijn herders een groot schaapscheerdersfeest hebben, ontdekken ze pas later het vertrek van Jakob met zijn gezin. Die hebben dan al een grote voorsprong. Laban is verschrikkelijk boos en gaat hen achterna. Als hij hen bereikt heeft, gooit hij Jakob van alles voor de voeten. Maar Jakob kan goed z’n woordje doen.

Vraag 5. Waaruit blijkt dat Laban nog de afgoden dient?

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

Tenslotte ziet Laban in, dat het maar beter is om goed uit elkaar te gaan. Ze sluiten dan ook een verbond met elkaar (vanaf vers 44).

Natuurlijk kunnen deze hoofdstukken niet vers voor vers behandeld worden in de les. Dat zou veel te uitgebreid zijn. Toch zien we dat Jakob door zijn ervaringen in Haran en door de tuchtigingen van God gesterkt is in zijn geloof. Daarom beproeft de Heer ons immers ook als het nodig is!

Jakob was erg op zijn eer gesteld, maar hij heeft zich toch ootmoedig gedragen. Hij heeft Laban trouw gediend, hoewel zijn loon vele malen veranderd werd. Op hem is 1 Petrus 5:6 van toepassing. Hij heeft zich vernederd “onder de krachtige hand Gods, opdat …”, ja, “… opdat Hij u verhoge te Zijner tijd”.

Dit verhogen van Jakob zien we in het volgende hoofdstuk, Genesis 32.
Nu komen we bij een beslissende fase in het leven van Jakob. Eerst is hij opgelucht dat hij van Laban af is, maar nu komt er weer vrees in zijn hart. Zijn geweten begint te spreken. Ook al is het jaren geleden dat hij zijn vader lzak en zijn broer Ezau heeft bedrogen, nu komt dit alles weer voor zijn aandacht. Maar God houdt Zijn belofte: “Ik ben met u! Ik zal u behoeden en bewaren!”

Vraag 6. Wat doet God om Jakob gerust te stellen?

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

Toch maakt dit blijkbaar weinig indruk op hem, want hij gaat zelf weer van alles regelen. Hij stuurt boden vooruit om Ezau te vertellen hoe rijk hij is.

Vraag 7. Waarom wil hij dat aan Ezau laten weten?

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

De boden moeten ook zeggen dat Jakob met goede bedoelingen komt en genade wil ontvangen van “mijn heer” Ezau (vers 4).

Dat is erg nederig van Jakob om Ezau zo te noemen. Want volgens het eerstgeboorterecht is Jakob heer over zijn broer.
Maar als de boden terug komen van Ezau en aan Jakob vertellen met hoeveel man zijn broer er aan komt, dan zinkt hem de moed in de schoenen. Hij gaat weer van alles regelen. Steeds wil hij zichzelf helpen!
Is dat bij ons ook niet vaak zo?! Eerst proberen we het zelf en dan pas vragen we de Heer om hulp. Ook Jakob gaat bidden, ja zelfs smeken tot God. En hij pleit op de beloften die God hem gedaan heeft.

Vraag 8. Uit welke woorden blijkt dat Jakob niet groot van zichzelf denkt?

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

Toch gaat Jakob daarna weer verder met handelen. Hij laat zijn broer geschenken brengen. Heeft Jakob dan niet gebeden? Denkt hij nu dat zijn geschenken meer bereiken bij Ezau, dan God kan bewerken? O, Jakob is nog lang niet uitgeleerd! En wij?

Als hij alleen is achtergebleven dan worstelt een Man met hem. ’t Is alsof die Man hem tegen wil houden, hem wil laten voelen, dat hij het niet waard is om het land binnen te gaan.

Vraag 9. Wie is het Die met Jakob worstelt?

………………………………………………………………………………………………………………………..

Jakob houdt vol. Hij probeert te overwinnen, totdat de Man hem aanraakt en zijn heup ontwricht. Daar leert Jakob zijn zwakheid kennen, daar krijgt hij een nieuwe naam: Israël. Dat betekent: Strijder Gods.
Jakob heeft geworsteld om een zegen en werd gezegend. God bereikte Zijn doel. Jakobs hart is gezuiverd van alle zelfvertrouwen. Ook al was zijn strijd altijd met veel gebreken, toch streed hij om Gods beloften te ontvangen.
Nu gaat hij verder, maar niet meer in eigen kracht.
Als ook wij dat geleerd hebben, dan zijn ook wij gezegend door de Heer!

Vraag 10. Welke zin uit Psalm 146 is op Jakob – maar ook voor ons (!) – van toepassing?

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

Met een hartelijke groet en zo de Heere wil: tot de volgende keer!

Als je per email meedoet, mail dan naar het volgende emailadres: frissewateren@ctmax.nl

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, RM