14 jaar geleden

Israël en tijd van aartsvaders (8)

Les 8

Beste cursist(e),

In de vorige les hebben gezien dat Abraham en lzak een (zwak) beeld is van God, Die Zijn Zoon gaf. Door zulk een beeld uit het Oude Testament kunnen we het Nieuwe Testament beter begrijpen.Ook de Heer Jezus maakte, toen Hij hier op aarde was, vaak gebruik van zulke voorbeelden. Denk maar eens aan het eerste echtpaar uit de Bijbel = een beeld van Christus en de Gemeente. Jona zat drie dagen in de buik van de vis = de Zoon des mensen drie dagen in de schoot der aarde. In Genesis 24 zien we dat Abraham zijn knecht uitzendt. In Genesis 15 vers 2 wordt deze Eliëzer de bezorger (of bezitter) van Abrahams huis genoemd. Eliëzer is een prachtig beeld van het werk van de Heilige Geest hier op aarde. De Heilige Geest, Die de Bruid zoekt voor de Zoon (Christus).
Het hoofdstuk dat we nu voor ons hebben, is heel belangrijk. Waarom? Omdat hier uitgebreid over de verbintenis tussen man en vrouw wordt gesproken. Dat komen we veel vaker in het kort tegen in de Bijbel, in één of twee verzen, maar dit hoofdstuk telt 67 verzen! We weten dus dat Abraham een beeld is van God Die Zijn Zoon gaf. Wat doet God nu? Hij zendt de Heilige Geest op aarde om de bruid (Gemeente) te zoeken, uit Jood en heiden. Er is nu geen sprake van dat God één bepaald volk op het oog heeft, zoals eerst bij Israël het geval was (in Sara mogen een beeld van Israël zien. Zij is na het offer van lzak = beeld van Christus’ dood en opstanding, gestorven). Nee, God heeft de hele wereldbevolking op het oog. “Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft”. lezen we in Johannes 3 vers 16.
O, wat kunnen we toch veel leren uit de lessen en geschiedenissen van het Oude en Nieuwe Testament! Als we het maar willen zien! En de Heer vragen onze ogen en harten er voor te openen, opdat Hij groter en heerlijker voor ons mag worden.
Wat heeft Abraham veel “moeite” gedaan om een geschikte vrouw voor Izak te vinden! Zijn knecht moet honderden kilometers reizen. Waarom nou? Er zijn toch ook wel meisjes dichterbij te vinden?!

Vraag 1. Waarom is een meisje uit het land Kanaaän niet goed voor Izak? (lees hierbij ook 2 Korinthe 6 vers 14)

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

Vraag 2. In Genesis 24 vers 1 tot en met 9 lezen we dat Eliézer moet zweren geen meisje van de Kanaänieten mee te nemen. Abraham vertelt hem wat God gezegd heeft.
Lees nu eens Johannes 16 vers 13. Welke overeenkomst vinden in deze beide tekstgedeelten?

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

Vraag 3. In vers 12 van Genesis 24 zien we dat de knecht bidt voor de aanstaande vrouw van Izak.
Welke vergelijking zien we hiervan in Romeinen 8 vers 26?

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

Eliëzer weet waar hij de bruid kan vinden, bij de bron. lzak wordt de man genoemd, die waterputten opgroef tot behoud (Genesis 26 vers 18 en 19). De Heer Jezus, de grote lzak, is onze Bron van behoud.

Vraag 4. Welke twee bijzonderheden vinden we bij het water dat de Heer Jezus geeft, volgens Johannes 4 vers 13 en 14?

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

Eliëzer ziet de verhoring van zijn gebed: het meisje wil hem en zijn kamelen te drinken geven. Dit heeft hij als een teken van God gevraagd. Doordat het meisje zo handelt, ziet hij duidelijk dat God dit meisje voor Izak bestemd heeft. God kende haar tevoren. Zo zijn ook wij tevoren bij God bekend.

Vraag 5. Welke vier trappen van Gods werk aan een gelovige lezen we in Romeinen 8 vers 30?

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

De Heilige Geest is op aarde om ons in verbinding met God te brengen. Als we van onszelf hebben leren zien dat we hulp nodig hebben, dat we zonder God niet verder kunnen, dan gaat de Heer werken. Dan werkt Hij, door Zijn Geest, in ons hart en mogen Hem leren kennen.

Vraag 6. Wat geeft Eliëzer het eerst aan Rebekka?

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

Ook dit heeft een speciale betekenis. Goud is in de Bijbel namelijk een beeld van Gods heerlijkheid. De voorwerpen in de tabernakel, die van Gods heerlijkheid spreken, waren van goud. Ook in Openbaring 21, bij de beschrijving van het nieuwe Jeruzalem, vinden we veel goud; zelfs de straten zijn van goud. Goud spreekt van de Hemel.
Het eerste wat Rebekka doet, is haar huisgenoten inlichten. Dan komt Eliëzer in het huis van Bethuël. En wat doet hij daar? Vertelt hij over zichzelf, over zijn belevenissen? Nee, hij praat alleen maar over de rijkdommen van zijn heer (vanaf vers 35 lezen we dat). En van Izak zegt hij: “… en hij heeft hem gegeven alles, wat hij heeft”.

Vraag 7. Lees nu eerst Filippi 2 vers 6 tot en met 11. Hoe heeft God Zijn Zoon verheerlijkt, nadat Hij in gehoorzaamheid het werk heeft volbracht?

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

Vraag 8. Wat krijgt Rebekka nog meer van Eliëzer?

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

Zilver wordt door de hele Bijbel heen, als betaalmiddel gebruikt.Abraham kocht voor 400 zilverstukken en akker. Voor 20 zilverstukken werd Jozef verkocht.
Als we opletten, dan zien we ook wat de betekenis van zilver is in de Bijbel. In Exodus moest elke Israëliet van 20 tot 50 jaar een hefoffer aan de Heere brengen. Dit geld werd het zilver van de verzoening genoemd.
Zilver is is in de Bijbel figuurlijk de prijs die Christus voor de verzoening betaalde. Dat was Zijn kostbaar bloed. Wat een dure prijs!

Vraag 9. Wat lezen we hierover in 1 Petrus 1 vers 18 en 19?

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

In Jesaja 61 vers 10 zien we de geestelijke betekenis van de kleren, die Rebekka ontvangt.
Dus alles heeft een betekenis in de Bijbel. We hebben dat nu gezien bij het goud, zilver en de kleren.
De knecht wil zo gauw mogelijk, met de bruid, terug gaan naar zijn heer. Als dan de mening van Rebekka gevraagd wordt, zegt ze: “Ik zal trekken” (vers 58). Kort maar krachtig geeft de bruid haar mening en maakt daarmee haar verlangen duidelijk. Deze gedachte vinden we ook bij de Bruid, de Gemeente in het Nieuwe Testament. De Bruid verlangt naar de Bruidegom. Toch mogen we ons, als we de Heer Jezus als onze Heiland kennen, wel afvragen: “Heb ik ook persoonlijk dat intens verlangen naar Hem?”

Vraag 10. Wat is er, volgens 1 Petrus 1 vers 8, bij iedereen in het hart aanwezig, die de Heer Jezus liefheeft en naar Hem verlangt?

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

Tenslotte gaat Eliëzer met Rebekka op reis. Wat zal hij haar onderweg veel verteld hebben over Izak, de bruidegom, en over zijn vader.
Door het Woord van God en de werking van de Heilige Geest mogen de gelovigen de Bruidegom, naar Wie ze verlangen, elke dag beter leren kennen. En de Geest maakt Zich één met de Gemeente en zeggen: “Kom” (Openbaring 22 vers 17).

Zo de Heer wil (D.V.) tot de volgende keer!

Als je per email meedoet, mail dan naar het volgende emailadres: frissewateren@ctmax.nl

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW