15 jaar geleden

Israël en tijd van aartsvaders (4)

Les 4

Beste cursist(e),

We hebben gezien dat Abram, op aanraden van Saraï, Hagar tot vrouw nam. Maar dit was geen daad van geloof. Er volgt dan ook een tijdsperiode van 13 jaar, waarover we niets van Abram lezen. Lees het maar na in Genesis 16 vers 16, waar Abram 86 jaar is. En nu we aangekomen zijn bij Genesis 17, zien we in het eerste vers dat hij 99 jaar is. Nu gaan we eerst dit hoofdstuk lezen, voor we verder gaan met deze les.

Vraag 1. Hoe noemt God Zichzelf, als Hij aan Abram verschijnt?

……………………………………………………………………………………………………………………….

God spreekt met Abram over het verbond dat Hij met hem wil sluiten.

Vraag 2. Hoeveel keer lezen over het verbond in dit hoofdstuk?

……………………………………………………………………………………………………………………….

Wat houdt dit verbond in? Het betekent dat Abram vader van vele volken wordt en dat zijn nakomelingen het land Kanaän zullen krijgen. Ook zegt God heel duidelijk in vers 7, voor wie dit verbond geldt.
En om dit verbond, deze belofte, als het ware te bekrachtigen krijgt Abram een andere naam. Abram betekent: vader is verheven. Maar nu zal hij Abraham heten. Deze naam betekent: vader van een menigte. Zo zal Abraham altijd aan de woorden van de Heere God herinnerd worden.
Maar er moet ook een daad gesteld worden. Daarover lezen we in vers 10.
De besnijdenis is het wegsnijden van een stukje huid bij de mannen.

Vraag 3. Wie moesten besneden worden?

……………………………………………………………………………………………………………………….

Ook in het Nieuwe Testament lezen we over de besnijdenis. Daar wordt het echter meestal niet letterlijk, maar geestelijk bedoeld. Kijk maar eens in Kolosse 2 vers 11. Daar lezen we over het wegsnijden van het vlees (onze boze, oude mens) bij ons, doordat de Heere Jezus voor ons aan het kruis stierf. Dat noemt de Bijbel de besnijdenis van Christus. Denk er om: dat was dus niet toen de Heere Jezus acht dagen oud was, maar toen Hij stierf voor onze zonden. Daar heeft God laten zien dat wij geoordeeld, gestraft moesten worden, maar dat de Heere Jezus die straf op Zich heeft genomen. Dat vers 11 duidelijk over het kruis gaat, blijkt ook uit het twaalfde vers van Kolosse 2. Hier lezen we over de begrafenis van de Heere Jezus. Maar ook over Zijn opstanding. Voor iedereen die in Hem gelooft, geldt wat in vers 13 staat: “… mee levendgemaakt met Hem en Hij heeft ons alle misdaden vergeven”. Is dat niet geweldig?! Wat een genade! “Zondaars eertijds, kinderen nu”, zegt een lied.
Daarvan lezen we ook in Efeze 1 vers 3 tot en met 7.

Vraag 4. In Wie hebben wij de verlossing?

……………………………………………………………………………………………………………………….

Let goed op dat er in dit vers staat dat wij de verlossing “hebben”. Dat is dus nu al ons bezit. Prijs de Heere daarvoor!

Nu gaan we weer verder met Genesis 17.
De belofte van God aan Abraham, dat zijn nakomelingen het land Kanaän zullen bezitten, geldt niet voor de zoon van Hagar. De belofte geldt voor het kind dat geboren zal worden uit Saraï. Saraï betekent: mijn prinses. Daarom krijgt ook zij een andere naam van God. Voortaan heet ze Sara, dat betekent: prinses of vorstin. Zij zou de vorstin van vele volken zijn.
Abraham kan niet geloven dat Sara nog een zoon zal krijgen, ze is al zo oud. Maar wat God belooft, dat doet Hij. En nu noemt Hij al de naam van de zoon van Sara, namelijk Izak (dat betekent: lachen). Maar een ander lachen als in vers 17. Als Izak geboren zal zijn, dan zal er vreugde in het hart van Abraham zijn.

Vraag 5. Maar ook Ismaël, de zoon van Hagar, wordt niet door God vergeten. Welke belofte (zegen) krijgt hij van God?

……………………………………………………………………………………………………………………….

In Romeinen 4 vers 19 tot en met 22 lezen we ook over Abraham en Sara.

Vraag 6. Wat lezen we daar over het geloof van Abraham? Hij gaf God de eer en was ten volle verzekerd dat

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

Nu gaan we verder met Genesis 18.
Dat God aan Abraham een nageslacht had beloofd, weten we al uit Genesis 15 vers 5. En uit 17 vers 19 weten we ook dat hier niet Ismaël bedoeld wordt. Nee, het gaat om Izak. Over de aankondiging van zijn geboorte hebben we nu gelezen.
Abraham was gastvrij. En de tekst uit Hebreeën 13 vers 2 is wel op hem van toepassing. Er komen drie mannen bij hem en hij biedt hen een rustplaats en eten aan. Het zijn drie engelen. Maar Eén van hen wordt door Abraham aangesproken als Heere. Dat lezen we meerdere keren in dit hoofdstuk. Abraham heeft dus geweten dat de Heere hem, in de gedaante van een engel, bezocht.
God moest hem wel zo verschijnen. Want wie kan voor een heilig God bestaan? Welk mens zou Hem hier op aarde van aangezicht tot aangezicht kunnen zien? Niemand! Dat is ondenkbaar! In 1 Timotheüs 6 vers 16 lezen we over God: “… die een ontoegankelijk licht bewoont, Die geen mens gezien heeft of zien kan …”. Dit is wel een tekst uit het Nieuwe Testament, maar God is niet veranderd. Deze tekst is ook voor Abraham van toepassing.

Vraag 7. Hoe reageerde Sara, toen zij hoorde dat ze een kind zou krijgen?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

Ook bij haar was ongeloof. Zij was niet bij de mannen, maar in de tent. Maar ze luisterde mee, wat gezegd werd. Niemand zou haar immers opmerken, dacht ze. Niemand zou weten hoe zij reageerde, dacht ze. Niemand?

Vraag 8. Wat lezen we in het eerste en tweede vers van Psalm 139?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

Voor de Heere is niets verborgen! Toen niet. En nu ook niet. Voor de mensen kunnen we soms (lange tijd) iets verborgen houden, maar de Heere weet het! Dat heeft Sara ook ervaren. Want de Heere vraagt: “Waarom heeft Sara gelachen?”
Vervolgens lezen we dat de Heere aan Abraham bekend maakt, wat Hij met Sódom en Gomórra gaat doen. Want Abraham had de Heere lief en wilde Hem gehoorzamen. Abraham leefde met de Heere, maar Lot met (bij) de wereld, bij de goddelozen. Wat een verschil!

Vraag 9. Wat staat er in Amos 3 vers 7?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

Deze woorden zijn ook op Abraham van toepassing. En wat doet hij als de Heere hem Zijn plannen bekend maakt? Hij gaat bidden. En niet één keer, nee, verschilende keren lezen we dat hij tegen de Heere zegt: “En als er nou zoveel zijn, zult U de stad dan sparen?” Abraham wist dat de Heere dat niet zou doen. In vers 25 zegt hij: “Het zij verre van u, zulk een ding te doen, te doden de rechtvaardige met de goddeloze! dat de rechtvaardige zij gelijk de goddeloze, verre zij het van U! zou de Rechter der ganse aarde geen recht doen?” Abraham wist dat als er een rechtvaardige in de stad was, God hem zou sparen. En in Genesis 19 vers 29 zullen we zien dat God het gebed van Abraham verhoort, door Lot en zijn twee dochters te sparen.

“… het krachtige gebed van de rechtvaardige vermag veel” (Jakobus 5 vers 16).

Ja, God is Rechter der ganse aarde, maar God is ook genadig! Dat gold toen, maar ook nu. En ook wij mogen bidden voor gelovigen en ongelovigen. Misschien is dat nog wel het enige wat we kunnen doen: bidden. Iemand die dagenlang op bed moet liggen of altijd aan huis gebonden is, kan vaak nog wel bidden. En dat bidden kan grote gevolgen hebben!

Op een tekstplankje stond eens:
“BIDDEN: de macht van de machteloze”.
HET GEBED: het middel – voor jong en oud – dat de deur van de hemel opent.
Dit middel kunnen we altijd gebruiken waar we ook zijn en onder wat voor omstandigheden dan ook (Mattheüs 7 vers 7-11).

Zo de Heere wil (D.V.) tot de volgende keer!

Als je per email mee wilt doen, mail dan naar het volgende emailadres:frissewateren@ctmax.nl

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW