14 jaar geleden

Israël en tijd van aartsvaders (20)

Les 20

Beste cursist(e),

We gaan nu verder met Genesis 49.

Hier lezen we dat Jakob zijn zonen zegent en ook over zijn sterven. Hij is heel eerlijk en open tegen zijn zonen. Natuurlijk is het voor hen niet allemaal fijn om aan te horen.
Eerst komt Ruben. Jakob heeft hoge verwachtingen van hem, als eerstgeborene, gehad (vers 3). Maar nu spreekt Jakob over een snelle afloop. En in plaats van de voortreffelijkste onder zijn broers te zijn, wordt hem het eerstgeboorterecht ontnomen. Waarom? Vanwege zijn zondige omgang met Bilha (Genesis 35:22).
Waar was deze zonde begonnen? Allicht in zijn gedachten. Door zijn begeren (Jakobus 1:14 en 15). O, laten wijzelf hiervoor oppassen! En laten we zondige gedachten direct veroordelen en wegdoen.

Vraag 1. Welke drie dingen zijn meestal het begin van onze zonden? Lees maar eens 1 Johannes 2:16.

a) …………………………………………………………………………………………………………………….

b) …………………………………………………………………………………………………………………….

c) …………………………………………………………………………………………………………………….

Vraag 2. Wat zal straks voor de rechterstoel van Christus openbaar worden, volgens 2 Korinthe 5:10?

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

Na Ruben, komen Simeon en Levi aan de beurt.
Aan hun handen kleeft onschuldig bloed. Door deze zonde, ontvangen zij geen zegen.

Vraag 3. Waarom is bloedvergieten een grote zonde voor God? (Zie Genesis 9:6).

…………………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………………

Dan komt Juda bij zijn vader.
Uit de woorden van Jakob kunnen we opmaken, dat hij met een blijde stem zegt: “Juda! gij zijt het …”.

Vraag 4. Uit welke woorden van Jakob blijkt, dat hij nu het eerstgeboorterecht krijgt?

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

Vraag 5. Ook profeteert Jakob over de verre toekomst, dat lezen we in vers 10. Waarover profeteert hij? (Zie ook Matthéüs 2:6).

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

Is Juda dan beter dan zijn broers? Heeft hij dan geen zonden gedaan? Uit Genesis 38 weten we wel beter. Nee, God kan geen mens zegenen, omdat hij/zij zonder zonde zou zijn, HET IS ALLES GENADE!

De naam Juda heeft een prachtige betekenis: ‘Godlover’. Hoe is het met ons? Ook wij hebben niets verdiend, ook al zijn we uit God geboren. Ook voor ons geldt: HET IS ALLES GENADE! En toch mogen ook wij ‘Godlovers’ zijn!

Vraag 6. Waarvoor mogen we God loven? Schrijf als antwoord een tekst over uit Psalm 103, waarin dit duidelijk naar voren komt.

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

Nu komen Zebulon en Issaschar bij hun vader.

In hen zien we de tegenwoordige en toekomstige geschiedenis van het land Israël, hun bekwaamheid op handelsgebied, afgebeeld.

In vers 16 is Dan aan de beurt. Zijn naam betekent: ‘rechter’. Toch is zijn toekomst niet zo recht, want een slang is listig en verraderlijk. Daarvan lezen we in Richteren 18.
Aser wordt een vruchtbaar land beloofd en hij zal koninklijke lekkernijen leveren (vers 20).
Van Nafthali lezen we: “… hij geeft schone woorden”. Deze woorden zien we in het lied van Debóra in Richteren 5.
Dan komt Jozef. Een hoogtepunt in de profetie van Jakob!

Bij de intocht in het land Kanaän tellen de stammen van Jozefs zonen 62.000 leden! Jozef wordt een herder genoemd in vers 24. Een herder voor het volk Israël. Opnieuw zien we hierin een beeld van de Heer Jezus, zoals we ook aan het eind van de vorige les zagen.

De Heer Jezus is de goede Herder!

Vraag 7. Wat deed de goede Herder, volgens Johannes 10?

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

Nog even terug naar vers 22 van Genesis 49. Als we dit vers vergelijken met Efeze 2:14 en 15, dan zien we hoe volmaakt de Schrift is. Heeft Jozef, heeft de Heer Jezus, geen zegen gebracht voor de wereld?

Ook in vers 23 mogen we overeenkomst zien met de Heer Jezus. Wat heeft de Heiland niet allemaal moeten ondergaan in Zijn wandel hier op aarde?
Ook Jozef is vernederd door anderen, maar later verhoogd door de Almachtige (vers 25 en 26).
Maar de Heer Jezus heeft Zichzelf vernederd lezen we in Filippi 2 vers 6 tot en met 11.

Vraag 8. Hoe heeft God Hem daarvoor beloond?

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

Tenslotte komt – in vers 27 – Benjamin bij Jakob.

Hij “… zal als een wolf verscheuren”. Zoiets zien we later gebeuren in Richteren 20.
Uit de stam van Benjamin komen strijdbare heiden, zoals: Ehud, Saul en Jonathan. Maar ook Paulus stamt van hem af, ook hij was een echte strijder, maar dan wel tot eer van God.

Dan komen we bij de laatste wens van Jakob. Hij wil “in de spelonk, die is op de akker van Machpéla, die tegenover Mamre is, in het land Kanaän”, begraven worden.
Hieruit spreekt het geloof van Jakob en het herinnert zijn volk, om naar Kanaän terug te keren.
Jakob gaat geen duistere dood tegemoet. Hij zegt: “ik word verzameld tot mijn volk”. Het gaat om zijn lichaam en geest.
Voor een kind van God heeft de dood zijn verschrikkelijke macht verloren. De dood van hen wordt vergeleken met en gewone slaap waaruit zij zullen opstaan (1 Thessalonia 4:13 tot en met 18).

Vraag 9. Voor de gelovige heeft de dood zijn prikkel verloren, zo lezen we in 1 Korinthe 15:55. En als we even verder lezen in dat gedeelte, dan is het antwoord op de volgende vraag niet moeilijk. Wie heeft de dood overwonnen?

………………………………………………………………………………………………………………………..

Waar zijn nu, dood, uw macht en scherpe pijlen?
Uw zeis ligt nu verbroken voor altoos.
Gods eigen Zoon, uit dood en graf verrezen,
maakt dood en graf voor eeuwig machteloos.

In Genesis 50 zien we dat Jakob een vorstelijke begrafenis krijgt. Wat een verschil met het moment waarop hij vluchtte voor Ezau en alleen maar een steen had, om zijn hoofd op te leggen! Wat heeft God alles wonderbaar geleid!

Ook lezen we in dit hoofdstuk, dat de broers, na de dood van hun vader, naar Jozef gaan om vergeving te vragen (vanaf vers 15). Het lijkt er op, dat ze Jozef op zijn liefde voor vader Jakob willen aanspreken, met de woorden: “Uw vader …”. En wil Jozef vergeven? Natuurlijk! Hij zegt: “Vreest niet, want ben ik in de plaats van God?” God heeft alles ten goede gekeerd!

Vraag 10. Ook wij hoeven nergens bang voor te zijn. Dat blijkt immers duidelijk uit Johannes 5:24! Waarom hoeven we niet te vrezen?

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

Aan het eind van Genesis 50 zien we nog een keer het geloof van Jozef in de beloften van God. Hij zegt: “God zal u gewis bezoeken, en Hij zal u doen optrekken uit dit land, in het land, dat Hij Abraham, Izak en Jakob gezworen heeft” (vers 24).

Ook in Hebreeën 11:22 spreekt Paulus over het geloof van Jozef.

Laten ook wij, ondanks alles wat ons hier kan overkomen, vasthouden aan de belofte van de Heer, dat Hij altijd bij ons is (Matthéüs 28:20) en dat Hij gezegd heeft: “En zie, Ik kom spoedig” (Openbaring 22:12).

Met een hartelijke groet en zo de Heer wil en tot de volgende keer!

Als u per email meedoet, mail dan naar het volgende emailadres: frissewateren@ctmax.nl

 

 

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW