5 jaar geleden

Is Sam nu in het paradijs

In dit artikel wordt een vraag beantwoord die heel veel christenen ofwel bezighoudt ofwel aangaat. De vraag namelijk die gaat over in zonde leven, en het behouden zijn. Gaat dit wel samen? Kun je dit rijmen? Het is een vraag die ontstaan is naar aanleiding van het artikel: “Sam – een waarschuwing voor jonge christenen” …

Ik krijg uw magazine “Folge mir nach”. Heel vaak heeft het me in diverse onderwerpen geholpen. In het bijzonder helpen mij de thema’s van de “Bibel praktisch”. Maar deze maand heeft mij een onderwerp zeer bezig gehouden. Het was het verhaal van Sam. Voor mij ziet het er zo uit dat Sam geen christen was. Er staat toch: “Niemand kan twee heren dienen”, waarom schrijft u dan in de laatste zin, dat hij in het paradijs is? Ik kan dit niet op een of andere manier rijmen. Natuurlijk kan het zijn, dat hij misschien toch de gelegenheid had om zich te bekeren. Maar je kunt toch niet zeggen dat Sam in het paradijs is. Dit heeft me enigszins verward. Misschien begrijp ik het ook niet helemaal. Ik zou zeer dankbaar zijn, als u me dat kon verklaren. Met hartelijke groet, A.L.

Antwoord:

Beste A., Hartelijk dank voor uw brief en uw bemoediging ten opzichte van ons werk. Ik kan begrijpen dat sommige uitspraken in dit artikel je voor kritiek vatbaar toeschijnen. Vooral in het licht van het leven van een jonge man, die beleden heeft dat hij zich tot de Heer Jezus bekeerd heeft, maar bij wie soms niet veel of helemaal niets van dit leven te zien is, dan moet je dat zo voorzichtig mogelijk formuleren. Het lijkt vreemd dat iemand die in drug-verslaving leeft en zelfs daarin omkomt, toch behouden is, dus in het paradijs is. Misschien is de laatste zin over het paradijs is ook misleidend, zonder verdere uitleg misleidend; in ieder geval zou het rampzalig zijn, als christenen daardoor de indruk zouden krijgen: Het is genoeg zich als kind bekeerd te hebben – dan kan ik leven zoals ik wil. Een dergelijke belijdenis zou principieel gevaar brengen. Een verloste wil de Here Jezus volgen en niet een leven leiden vergelijkbaar met dat van een ongelovige. Je citeert de Heer Jezus uit de Bergrede, waarin uitdrukkelijk duidelijk wordt gemaakt, dat niemand twee heren dienen kan. “Je kunt niet God dienen en de mammon”, dat wil zeggen het geld. Dit zijn de uitspraken van Jezus. Het is belangrijk om hier te bedenken, dat de Heer Jezus in de Bergrede altijd weer “zwart en wit” spreekt. Dus hij wijst naar principes en illustreert deze met extremen. Daarvoor zijn verschillende voorbeelden – een ervan is het gedeelte dat aan jouw citaat onmiddellijk voorafgaat. In hoofdstuk 7 vers 18 lezen we: “Een goede boom kan geen slechte vruchten voortbrengen en een slechte boom kan geen goede vruchten voortbrengen”. Vanuit onze ervaring weten we dat ook aan een gezonde boom de vruchten bedorven en slecht, onbruikbaar en nutteloos, zijn kunnen. Spreekt de Heer Jezus dan hier de levenservaring van de discipelen tegen? Nee, hij wil hen in figuurlijke zin laten zien, dat het nieuwe leven in iemand die bekeerd is alleen goede dingen voortbrengt (ook wanneer het helaas waar is, dat een christen altijd nog zondigen kan, ja zondigt – maar daarom gaat het de Heer op dit punt niet). Zo spreekt de Heer ook met het oog op het leven van een christen: wie meent, dat hij God dienen en tegelijk toch nog steeds eigen levensdoelen nastreven kan (carrière, rijkdom, enz.), die zal vroeg of laat merken, dat hij erg ongelukkig is. Wie beslist wil leven voor de Heer, kan niet gelijktijdig achter het geld aanlopen. Dat zou in directe tegenspraak zijn met logische gevolgen.

Wie kan echt van vals onderscheiden?

Ik kom terug op Sam. Hij behoort tot de categorie van mensen, waarvan de apostel Paulus eenmaal spreekt: “De Heer kent hen die de Zijnen zijn; en: Laat ieder die de Naam van de Heer noemt, zich onttrekken aan ongerechtigheid” (2 Tim. 2:19 – Telos-vertaling). We leven in een tijd waarin er christenen zijn die zo’n leven leiden, dat we hen niet als gelovigen herkennen kunnen. Maar de Heer kent hen echter – Hij ziet namelijk of iemand wel zijn zonden beleden heeft en zich bekeerd heeft, maar helaas onder verkeerde invloeden bezweken is en daarom niet duidelijk als een discipel van Jezus te herkennen is. Daarvoor zijn er twee tragische voorbeelden in de Bijbel: Lot is één van hen. Als je zijn verhaal in het Oude Testament leest (Gen. 11-19), krijgt men niet het idee, dat hij werkelijk gelovig was. De laatste twee “daden” van deze gelovigen, van wie ons Gods woord bericht, zijn daden van schande, veroorzaakt door alcohol en vrouwen, zijn eigen dochters die met hem tot inteelt en hoererij samenkomen (Gen. 19). Alleen Petrus bericht ons: “en als Hij de rechtvaardige Lot gered heeft, die zwaar te lijden had door de wandel in losbandigheid van de zedelozen; (want deze rechtvaardige heeft, toen hij in hun midden woonde, dag aan dag zijn rechtvaardige ziel door het zien en horen gekweld met hun wetteloze werken” (2 Petrus 2:7,8 – Telos-vertaling). Sam was iemand als de in Genesis beschreven Lot – helaas zijn er nog meer daarvan. Dan is er een tweede voorbeeld: Dat is Demas. Hij was een tijd lang een medearbeider van Paulus (vgl. Fil. :24). Als je bedenkt dat de apostel niet bereid was om samen te werken met een gelovige, bij wie trouwe toewijding in de dienst ontbrak, hoewel hij zeker een gelovige was (Johannes Marcus, Hand. 15:37), mogen we ervan uitgaan dat ook Demas een bekeerde christen was. Anders zou Paulus geen vrijheid hebben gehad om samen te werken voor de Heer met Demas. Uit 2 Timotheüs 4 vers 10 echter weten wij, dat hij de tegenwoordige wereld lief gekregen had, dat hij een werelds leven leidde, niet meer geregeerd door de Heer Jezus.

Tekenen van nieuw leven

Bij Sam komt er nog bij, dat naast zijn verschrikkelijke binding aan drugs en zijn zondige leven in overspel (ontucht) ook tekenen van waar leven gezien waren. Kun je je werkelijk voorstellen, dat een onbekeerd persoon interesse heeft om een ​​ongelovige voor de Heer Jezus te winnen? Sam heeft zijn grootmoeder, die ongelovig was, kort voor het eind van haar leven het evangelie op zo’n indringende wijze voorgesteld, dat zij zich bekeerd heeft. Zulk een hart voor de ongelovigen heeft alleen een echte christen. Helaas, er zijn ook christenen die banden hebben met de zonde, waardoor je weer terugvalt. Is het niet vreemd dat we juist dat bij het voorbeeld van geloof, bij Abraham vinden? Eens had hij zijn vrouw verloochend en een berisping ontvangen. Toch lezen we in Genesis 20 over hem, waar hij voor een tweede keer in deze zonde viel – als gelovige. Natuurlijk blijft tot het einde waar, dat alleen de Heer precies weet, wie nieuw leven bezit en dus bekeerd is. En in zoverre moet men zeer voorzichtig zijn om te willen beoordelen, of iemand in het paradijs is (zoals ik dat geschreven heb), of het categorisch uit te sluiten. Maar sommige vruchten in het leven van iemand tonen toch, of iemand werkelijk bekeerd is of niet. En wie zich eenmaal bekeerd heeft, blijft altijd een gered mens: “En Ik geef hun eeuwig leven; en zij zullen beslist niet verloren gaan in eeuwigheid en niemand zal ze uit Mijn hand rukken” (Joh. 10:28). Dit heil, deze redding, kan men niet verliezen, ook wanneer je een leven als Lot leidt, dat tot oneer van God is. Toch blijft bestaan, dat de Heer de zekerheid van het heil (behoudenis – FW), dat er werkelijk is, in Johannes 10 zulke schapen verzekert die de stem van de Goede Herder horen en Hem volgen. Wie dat principieel niet doet, gaat verloren en heeft nooit het heil in Christus bezeten. God zegt niet tegen mij: “Je bent immers bekeerd, dus het maakt niet uit hoe je leeft”. Hij roept mij in het Nieuwe Testament steeds opnieuw op: “Je bent een christen – dus leef ook als christen! En als je dat niet doet, dan ben je op het verkeerde spoor”. Maar dat betekent niet dat een kind van God weer verloren zou kunnen gaan, dat God iemand, die tot Zijn familie behoort, weer uit de familie werpt. Zelf heb ik een aantal kinderen die niet altijd lief en gehoorzaam zijn. Maar zelfs als ze kwaad doen, blijven ze mijn kinderen. Zelfs als ze zich van mij afwenden, blijven ze altijd mijn kinderen. Dat geldt ook voor ons in onze relatie met God. Iemand die Jezus Christus eenmaal oprecht als Redder aangenomen en zijn zonden beleden heeft, behoort voor eeuwig tot Zijn familie. God zij dank! ….. Ik hoop dat deze gedachten verder helpen. Anders vraag opnieuw na! Hartelijke groeten in de Heer Jezus Manuel

“Maar het fundament dat God gelegd heeft, ligt onwrikbaar vast en draagt het opschrift: ‘De Heer weet wie hem toebehoren’ en ‘Laat ieder die de naam van de Heer noemt, onrecht uit de weg gaan'”

2 Timotheüs 2 vers 19 – HSV

 Uit: © Folge mir nach – Manuel Seibel

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol