4 jaar geleden

Is de "eeuwige verdoemenis" eeuwig?

Betekent “voor eeuwig” werkelijk eeuwig, en is daarom de “eeuwige verdoemenis” eeuwig? (1)

Tegen de leer van de eeuwige verdoemenis heeft men veel argumenten voortgebracht. Zij is geschikt, hen die maar weinig kennis van het Woord van God hebben, aan het wankelen te brengen en het geloof van verscheidenen omver te werpen.

Hoewel ik mij met deze zaak al geruime tijd grondig heb beziggehouden met de bedoeling er uitgebreid over te schrijven, heb ik het toch voor goed geacht, eerst deze kortere beschouwing uit te geven, om zwakke zielen daarmee te dienen. Inderdaad, er zijn mensen die met hun kennis van de Griekse taal, voor hen die dit niet begrijpen, willen schitteren. Zulken te wantrouwen, wil ik de lezers dringend op het hart binden, vooral omdat het gemakkelijk is met hun geleerde kennis indruk te maken op anderen, vaak met het idee hen iets wijs te maken.

Zonder twijfel is het nuttig tot betere studie van het Nieuwe Testament de Griekse taal te beheersen, want het was oorspronkelijk geschreven in deze taal. Het is ook heel redelijk over de Griekse tekst van gedachten te wisselen met degenen die Grieks kennen, aangezien dezen over dat, wat er besproken wordt, zelf in staat zijn om het te beoordelen. Maar het is niet goed Griekse teksten uit de Schrift aan te voeren in aanwezigheid van hen die de taal niet begrijpen. Hoe moeten de laatsten aan de hand van door hen niet te begrijpen citaten een bijbelvers beoordelen? Zo beweert bijvoorbeeld iemand, dat het woord “eeuwig”  in de Griekse tekst, niet “eeuwig” betekent . Een dergelijke verklaring lijkt heel wijs, want wie wil echter beoordelen hoe de zaak nu werkelijk in elkaar zit? Bovendien is mij herhaaldelijk opgevallen, dat zij die in een kring van onwetenden gebruik maken van de Griekse tekst, hieraan een zekere sluwheid verbinden.

Ik heb ook geconstateerd dat het met hun Grieks niet zo goed gesteld is, zodra ze door mensen die deze taal beheersen, op de proef gesteld worden. Zonder aanspraak te willen maken zeer geleerd te zijn, mag ik toch zeggen dat ik de Griekse taal ken en het Nieuwe Testament in de Griekse tekst grondig onderzocht heb. Echter, ik heb mij er nooit toe laten verleiden, ook maar het geringste vertrouwen te stellen in verklaringen, die zulke mensen in de Griekse tekst veronderstellen. Integendeel. De Geest van God alleen is een veilige Gids ten opzichte van de fundamentele waarheden van de Schrift voor ieder mens, die over de genoemde geleerdheid niet beschikt, op voorwaarde dat hij tegenover het Woord van God nederig is. Een dergelijke houding is nuttiger dan zelfvertrouwen op verworven kennis.

Dus: De verklaringen van de Bijbel laten voor de meest eenvoudige gelovige niet de minste twijfel over het hierboven genoemde punt bestaan. Hij weet: de pijn van de goddelozen is eeuwig.

De Schrift spreekt hierover nauwkeurig tot in het kleinste detail. Toegegeven, de vertalingen zijn niet perfect en zijn mensenwerk. De opvattingen en gevoelens van de eventuele vertaler houden het gevaar in, dat gemakkelijk fouten kunnen insluipen. Toch blijft bestaan dat de tekst van de algemeen bekende Bijbelvertalingen overeenkomen met de gezonde leer. Het geloof dat door middel van het Woord in de eenvoudige gelovige voortgebracht wordt, ontvangt leringen van God Zelf, hoewel het mogelijk is dat hier en daar de oorspronkelijke tekst niet zo nauwkeurig vertaald werd als wenselijk zou zijn.

Niettemin, voor zover ik weet , is geen van de verzen die op de fundamentele waarheden van de Schrift betrekking hebben en waarmee we hier te maken hebben, zo vertaald dat de werkelijke betekenis erdoor verstoord werd. Het is voor mij evenals voor alle andere eenvoudige en oprecht denkende mensen van fundamenteel belang dat het de bedoeling van God was om in het hart van de Bijbellezer de overtuiging wakker te roepen, dat het deel van de goddelozen de eeuwige verdoemenis is. Dus ik ben er zeker van dat God niet de bedoeling had om de overtuiging te wekken met deze uitspraak dat Hij de waarheid niet had verteld, noch wilde Hij de zielen door voorstellingen die niet overeenkomen met de waarheid, laten schrikken.

Ik wil nu graag een aantal Schriftplaatsen noemen die duidelijke uitspraken over ons onderwerp vermelden. Vooraf verzeker ik u nogmaals, dat het mijn vaste overtuiging is dat alle inspanningen, die daarop uitlopen deze fundamentele waarheid van de Bijbel te ondermijnen, te gronde gaan (en ik zag me gedwongen om veel plaatsen nauwkeurig te onderzoeken). De aangebrachte argumenten worden gekenmerkt door een gebrek aan oprechtheid, en vaak onthullen zij ongeloof, in ieder geval zijn ze tegenstrijdig en misleidend. Tot slot stoten de naar voren gebrachte zogenaamde bewijzen andere fundamentele waarheden om. Maar ook dit is nog vast te stellen: Een gezonde kennis van het Grieks is in staat om het schriftuurlijk geloof van een eenvoudig mens te versterken. Ik zal  aan het einde van mijn uiteenzetting nogmaals in een paar woorden ondubbelzinnig deze bewering funderen. In de loop van de beschouwing zal ik een aantal Schriftplaatsen aanhalen (waarvan sommige, wanneer zij alleen op zichzelf staand overdacht werden, niet als bewijs dienen konden, wat het onderwerp van de beschouwing is) zodat de door de Heilige Geest bedoelde werking uit de overvloed van verkondigingen, die Hij deed ontstaan, zal blijken​​. Ik zou de lezer willen vragen om al zijn aandacht aan deze Schriftplaatsen te schenken. Enkele weerleggen zeer duidelijk de leer dat alle mensen eenmaal gered zouden worden, andere de bewering dat de goddelozen hun einde daarin vinden zullen dat hun bestaan ​​opgeheven wordt. Andere Schriftplaatsen laten ons zien hoe onbijbels het idee van de “lieve” God is. Dit idee leidt daartoe, dat de majesteit en heiligheid van God, die door het oordeel over de zonde in stand gehouden wordt, ontkend wordt; ze leidt ook tot de loochening van het vaststaande feit dat er nooit gemeenschap ​​tussen licht en duisternis heeft bestaan of bestaan zal. Zulke gedachten zijn goddeloos en onbijbels. Ook weerleggen andere verzen het zogenaamde bewijs die al deze dwalingen bevestigen zouden. Als de aandachtige lezer tot een diep begrip van deze Schriftplaatsen komt, zal hij de dwaling duidelijk opmerken. Sommige van de genoemde Schriftplaatsen maken de leer van de heilige Schrift vooral duidelijk, namelijk dat de toorn van God een realiteit is en dat het deel van de ongelovigen en opstandige zondaren tegen God eeuwige straf en eeuwige kwelling is. Tot slot zullen we aan de hand van de Schriftplaatsen zien, dat het Woord van toepassing is op alle klassen van zondaren – op degenen die gezondigd hebben zonder de wet, op hen die onder de wet gezondigd, en aan allen die het Evangelie niet geloofd hebben.

Ik zal nu punten zichtbaar en leesbaar presenteren, die direct over dit onderwerp gaan. Het was Gods bedoeling zowel beelden te geven, die in staat zijn te overtuigen, alsook door duidelijke en bepaalde verklaringen iedere twijfel over de leer, die Hij wilde geven, uit te sluiten. Nu de Schriftplaatsen*:

Mattheüs 3 vers 10,12:

[10] En de bijl ligt al aan de wortel van de bomen; elke boom dan die geen goede vrucht voortbrengt, wordt omgehakt en in het vuur geworpen. …

[12] zijn wan is in zijn hand en Hij zal Zijn dorsvloer door en door zuiveren en zijn tarwe in de schuur samen brengen, maar het kaf met onuitblusbaar vuur verbranden.

Mattheüs 5 vers 22,29-30:

[22] Maar Ik zeg u: Al wie ten onrechte boos is op zijn broeder, zal schuldig bevonden worden door de rechtbank. En al wie tegen zijn broeder zegt: Raka! zal schuldig bevonden worden door de Raad; maar al wie zegt: Dwaas! die zal schuldig bevonden worden tot het helse vuur.

[29] Als dan uw rechteroog u doet struikelen, ruk het uit en werp het van u weg, want het is beter voor u dat een van uw lichaamsdelen te gronde gaat en niet heel uw lichaam in de hel geworpen wordt.

[30] En als uw rechterhand u doet struikelen, hak hem af en werp hem van u weg, want het is beter voor u dat een van uw lichaamsdelen te gronde gaat en niet heel uw lichaam in de hel geworpen wordt.

Mattheüs 6 vers 15:

als u de mensen hun overtredingen echter niet vergeeft, zal ook uw Vader uw overtredingen niet vergeven.

Mattheüs 7 vers 13,23:

[13] Gaat in door de nauwe poort; want wijd is de poort en breed is de weg die naar het verderf leidt, en velen zijn er die daardoor naar binnengaan.

[23] En dan zal Ik openlijk tot hen zeggen: Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, werkers van de wetteloosheid!

Mattheüs 10 vers 33:

Maar wie Mij verloochent voor de mensen, die zal ook Ik verloochenen voor Mijn Vader die in de hemelen is.

In Mattheüs 7 vers 13 en 23; 10 vers 33 is het onmogelijk om te veronderstellen dat Christus dit zowel van verloste en geredde personen zou hebben gezegd, alsmede ook van degenen die voor “enige tijd” gestraft moesten worden.

Mattheüs 8 vers 12:

… de zonen van het Koninkrijk echter zullen worden uitgeworpen in de buitenste duisternis; daar zal zijn het geween en het tandengeknars.

Mattheüs 10 vers 28,33:

[28] En wees niet bang voor hen die het lichaam doden maar de ziel niet kunnen doden, maar weest veeleer bang voor Hem die zowel ziel als lichaam kan verderven in de hel.

[33] Maar wie Mij verloochent voor de mensen, die zal Ik ook verloochenen voor Mijn Vader die in de hemelen is.

Mattheüs 11 vers 22,24:

[22] Ik zeg u evenwel: het zal voor Tyrus en Sidon draaglijker zijn in de dag van het oordeel dan voor u.

[24] Ik zeg u evenwel, dat het voor het land van Sodom draaglijker zal zijn in de dag van het oordeel dan voor u.

Mattheüs 12 vers 31-32:

[31] Daarom zeg Ik u: elke zonde en lastering zal de mensen worden vergeven; maar de lastering van de Geest zal niet worden vergeven.

[32] En wie een woord spreekt tegen de Zoon des mensen, het zal hem worden vergeven; maar wie tegen de Heilige Geest spreekt, het zal hem niet worden vergeven, niet in deze eeuw en niet in de komende.

Mattheüs 13 vers 40-42; 49-50:

[40] Zoals dan het onkruid verzameld en met vuur verbrand wordt, zo zal het zijn in de voleinding van deze wereld.

[41] de Zoon des mensen zal zijn engelen uitzenden en zij zullen uit Zijn Koninkrijk verzamelen alle ergenissen en hen die de wetteloosheid doen,

[42] en zij zullen hen in de vuuroven werpen; daar zal het geween zijn en het tandengeknars.

[49] Zo zal het zijn in de voleinding van de eeuw: de engelen zullen uitgaan en de bozen uit het midden van de rechtvaardigen afscheiden,

[50] en hen hen in de vuuroven werpen; daar zal het geween zijn en het tandengeknars.

Men zegt dat zowel in Mattheüs 13 vers 40 alsook in vers 49 het woord, dat vaak met “wereld” wordt vertaald, eigenlijk “tijdperk” of “tijdsperiode”  betekent. Ik geloof ook dat dit de betere vertaling is, maar dat neemt niet weg dat hierna het aangekondigde oordeel volgt.

Mattheüs 18 vers 8-9:

[8] Als nu uw hand of uw voet u een aanleiding tot vallen is, hak hem af en werp die van u; het is beter voor u verminkt of kreupel het leven in te gaan, dan met twee handen of twee voeten in het eeuwige vuur geworpen te worden.

[9] En als uw oog u een aanleiding tot vallen is, trek het uit en werp het van u; het is beter voor u met één oog het leven in te gaan, dan met twee ogen in de hel van het vuur geworpen te worden.

Hier wordt van het “eeuwige vuur” of van de “hel” in tegenstelling tot “leven” gesproken. Wie naar de ene plaats gaat, gaat niet naar de andere. Overigens: Geen van deze uitdrukkingen moet zo worden begrepen, zoals geleerd wordt, dat het op een bepaalde periode van gelukzaligheid toe te passen is. “Het leven” en “het vuur van de hel” worden tegenover elkaar geplaatst.

Mattheüs 22 vers 13:

Toen zei de koning tot zijn dienstknechten: Bindt hem aan handen en voeten en werpt hem uit in de buitenste duisternis; daar zal het geween zijn en het tandengeknars.

Mattheüs 23 vers 33:

Slangen, adderengebroed, hoe zult u ontkomen aan de veroordeling van de hel?

Mattheüs 25 vers 46:

En dezen zullen gaan in de eeuwige pijn, maar de rechtvaardigen in het eeuwige leven. – Voorhoeve Vertaling 4e druk.

Hier wordt in hoofdstuk 25 vers 46 in het Grieks het woord “eeuwig” zowel met betrekking tot het leven als ook tot de pijn {straf – Telos/HSV} gebruikt.

Mattheüs 26 vers 24:

De Zoon des mensen gaat wel heen zoals van Hem geschreven staat, maar wee die mens door wie de Zoon des mensen wordt overgeleverd. Het zou goed voor die mens zijn als hij niet geboren was.

Markus 3 vers 29:

… maar een ieder die lasteren zal tegen de Heilige Geest, heeft in eeuwigheid geen vergeving, maar is schuldig aan een eeuwig blijvende zonde {of: is strafbaar met het eeuwig oordeel} – Voorhoeve Vertaling 4e druk.

Markus 8 vers 36:

Want wat baat het een mens de hele wereld te winnen en zijn ziel erbij in te boeten?

Markus 9 vers 43-49:

[43] En als uw hand u ergert {ergeren betekent: aanstoot geven, aanstoot geven}, houw ze af; het is u beter verminkt het leven in te gaan, dan met twee handen heen te gaan in de hel, in het onuitblusbaar vuur,

[44] waar hun worm niet sterft en het vuur niet uitgeblust wordt.

[45] En als uw voet u ergert, houw hem af, het u is beter kreupel het leven in te gaan, dan met twee voeten geworpen te worden in de hel, in het onuitblusbaar vuur,

[46] waar hun worm niet sterft en het vuur niet uitgeblust wordt.

[47] En als uw oog u ergert, werp het uit, het is u beter met één oog het Koninkrijk van God in te gaan, dan met twee ogen in de hel van het vuur geworpen te worden,

[48] waar hun worm niet sterft en het vuur niet uitgeblust wordt.

[49] Want een ieder zal met vuur gezouten worden, en elke offerande zal met zout gezouten worden. – Voorhoeve Vertaling 4e druk.

Lukas 12 vers 4-5; 9-10:

[4] En Ik zeg u, Mijn vrienden: Vreest niet voor hen die het lichaam doden en daarna niets meer kunnen doen.

[5] Maar Ik zal u tonen Wie u vrezen moet; vreest Hem, Die, nadat Hij gedood heeft, macht heeft om in de hel te werpen; ja, Ik zeg u, vreest Hem. …

[9] Maar wie Mij verloochend zal hebben voor de mensen, die zal verloochend worden voor de engelen van God.

[10] En een ieder die een woord spreken zal tegen de Zoon des mensen, het zal hem vergeven worden; maar wie tegen de Heilige Geest gelasterd zal hebben, hem zal het niet vergeven worden. – Voorhoeve Vertaling 4e druk.

Lukas 16 vers 19-31:

[19] Nu was er een zeker rijk mens, die gekleed ging in purper en zeer fijn linnen en die elke dag vrolijk en overdadig leefde.

[20] En er was een zekere bedelaar, van wie de naam Lazarus was, die voor zijn poort neergelegd was, en die onder de zweren zat.

[21] En hij verlangde ernaar verzadigd te worden met de kruimeltjes die van de tafel van de rijke man vielen; maar ook de honden kwamen en likten zijn zweren.

[22] Het gebeurde nu dat de bedelaar stierf en door de engelen in de schoot van Abraham gedragen werd.

[23] En ook de rijke man stierf en werd begraven. En toen hij in de hel zijn ogen opsloeg, waar hij in pijn verkeerde, zag hij Abraham van ver en Lazarus in zijn schoot.

[24] En hij riep en zei: Vader Abraham, ontferm u over mij en stuur Lazarus naar mij toe en laat hem de top van zijn vinger in het water dopen en mijn tong verkoelen, want ik lijd vreselijk pijn in deze vlam.

[25] Abraham echter zei: Kind, herinner u dat u het goede deel ontvangen hebt in uw leven en Lazarus evenzo het kwade. En nu wordt hij vertroost en u lijdt pijn.

[26] En bovendien is er tussen ons en u een grote kloof aangebracht, zodat zij die van hier naar u zouden willen gaan, dat niet kunnen en ook zij niet die vandaar naar ons zouden willen gaan.

[27] En hij zei: Ik vraag u dan, vader, dat u hem naar het huis van mijn vader stuurt,

[28] want ik heb vijf broers. Laat hij dan tegenover hen getuigenis afleggen, opdat ook zij niet komen in deze plaats van pijniging.

[29] Abraham zei tegen hem: Zij hebben Mozes en de profeten. Laten zij naar hen luisteren.

[30] Hij echter zei: Nee, vader Abraham, maar als iemand van de doden naar hen toe zou gaan, zouden zij zich bekeren.

[31] Maar Abraham zei tegen hem: Als zij niet naar Mozes en de profeten luisteren, zullen zij zich ook niet laten overtuigen, als iemand uit de doden zou opstaan. – Herziene Staten Vertaling.

Johannes 3 vers 3,15,36:

[3] Jezus antwoordde en zei tegen hem: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Als iemand niet opnieuw geboren wordt, kan hij het Koninkrijk van God niet zien.

[15] opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft. …

[36] Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven, maar wie de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn van God blijft op hem.

Johannes 5 vers 29:

… en zullen uitgaan: zij die het goede hebben gedaan tot de opstanding van het leven, en zij die het kwade hebben bedreven tot de opstanding van het oordeel.

Met betrekking tot de laatste tekstplaats is terecht gezegd dat hier “oordeel” vertaald moet worden en niet “verdoemenis”, zoals het gedeeltelijk wordt gedaan. Maar dit wordt in tegenstelling tot het “bezit van het leven” gesteld. Overigens geldt met betrekking tot het oordeel, dat daardoor “geen levende ziel gerechtvaardigd wordt”. Dit oordeel zal plaatsvinden aan het einde van alle dingen.

Johannes 6 vers 53:

Jezus dan zei tot hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: tenzij u het vlees van de Zoon des mensen eet en Zijn bloed drinkt, hebt u geen leven in uzelf.

Johannes 8 vers 24:

Ik heb u dan gezegd, dat u in uw zonden zult sterven; want als u niet gelooft dat Ik het ben, zult u in uw zonden sterven.

Handelingen 1 vers 25:

… om de plaats van deze bediening en dit apostelschap, waarvan Judas is afgevallen om naar zijn eigen plaats te gaan.

Romeinen 1 vers 18:

Want toorn van God wordt van de hemel geopenbaard over alle goddeloosheid en ongerechtigheid van mensen die de waarheid in ongerechtigheid bezitten, …

Romeinen 2 vers 5-16:

[5] Maar naar uw hardheid en uw onbekeerlijk hart hoopt u voor uzelf toorn op tegen de dag van de toorn en van de openbaring van het rechtvaardig oordeel van God,

[6] Die ieder zal vergelden naar zijn werken;

[7] hun die met volharding in goed werk heerlijkheid, eer en onvergankelijkheid zoeken, eeuwig leven;

[8] maar hun die twistziek zijn en ongehoorzaam aan de waarheid maar gehoorzaam aan de ongerechtigheid, toorn en gramschap.

[9] Verdrukking en benauwdheid over elke ziel van een mens die het kwade werkt, eerst van de Jood en ook van de Griek;

[10] maar heerlijkheid, eer en vrede voor ieder die het goede werkt, eerst voor de Jood en ook voor de Griek;

[11] want er is geen aanzien des persoons bij God.

[12] Want allen die zonder wet gezondigd hebben, zullen ook zonder wet verloren gaan; en allen die onder de wet gezondigd hebben, zullen door de wet geoordeeld worden

[13] (want niet de hoorders van de wet zijn rechtvaardig bij God, maar de daders van de wet zullen gerechtvaardigd worden;

[14] want wanneer de volken, die geen wet hebben, van nature de geboden van de wet doen, dan zijn dezen die geen wet hebben, zichzelf tot wet,

[15] en zij tonen dat het werk van de wet in hun harten geschreven staat, terwijl hun geweten meegetuigt en hun gedachten elkaar onderling beschuldigen of ook verontschuldigen),

[16] op de dag dat God het verborgene van de mensen zal oordelen door Jezus Christus, naar mijn Evangelie.

Romeinen 9 vers 22:

Als nu God, daar Hij Zijn toorn wilde betonen en Zijn macht bekend maken, met veel lankmoedigheid verdragen heeft de vaten van de toorn, tot het verderf toebereid; …

Romeinen 9 vers 22 toont, dat het Gods wil is “Zijn toorn te bewijzen en Zijn macht bekend te maken”. God is liefde, maar Hij is God; en de rechten van Zijn Majesteit moeten tegen elke rebellie en zonde worden gehandhaafd.

Markus 16 vers 16:

Wie geloofd heeft en gedoopt is, zal behouden worden; wie echter niet gelooft, zal veroordeeld worden.

1 Korinthe 1 vers 18:

Want het woord van het kruis is voor hen die verloren gaan, dwaasheid; maar voor ons die behouden worden, is het kracht van God.

1 Korinthe 3:15:

Als iemands werk zal verbranden, zal hij schade lijden; maar zelf zal hij behouden worden, maar zó als door vuur heen.

Filippi 1 vers 28:

… en u in geen enkel opzicht door de tegenstanders laat afschrikken. Voor hen is dit een bewijs van verderf, maar voor u van behoudenis, en dat van Godswege.

Filippi 3 vers 18,19:

[18] Want velen wandelen, van wie ik u heb dikwijls heb gezegd en nu ook wenend zeg, dat zij de vijanden van het kruis van Christus zijn;

[19] hun einde is het verderf, hun god is de buik en hun heerlijkheid is in hun schande; zij bedenken de aardse dingen.

2 Thessalonicenzen 1 vers 8-10:

[8] … in vlammend vuur, als Hij wraak brengt over hen die God niet kennen, en over hen die het evangelie van onze Heer Jezus niet gehoorzamen.

[9] Zij zullen als straf lijden het eeuwig verderf, verwijderd van het aangezicht van de Heer en van de heerlijkheid van Zijn sterkte,

[10] wanneer Hij komt om op die dag verheerlijkt te worden in Zijn heiligen en bewonderd te worden in allen die hebben geloofd; want ons getuigenis aan u is geloofd geworden.

2 Thessalonicenzen 2 vers 10-12:

[10] en met allerlei bedrog van de ongerechtigheid voor hen die verloren gaan, omdat zij de liefde tot de waarheid niet hebben aangenomen om behouden te worden.

[11] En daarom zendt God hun een werking van de dwaling om de leugen te geloven,

[12] opdat allen geoordeeld worden die de waarheid niet hebben geloofd, maar een welgevallen hebben gehad in de ongerechtigheid.

1 Timotheüs 6 vers 9:

Maar wie rijk willen worden, vallen in verzoeking en in een strik en in vele onverstandige en schadelijke begeerten, die de mensen doen wegzinken in verderf en ondergang.

Hebreeën 6 vers 4-6:

[4] Want het is onmogelijk hen die eens verlicht zijn geweest en van de hemelse gave geproefd hebben en deelgenoten van de Heilige Geest geworden zijn,

[5] en het goede Woord van God en de krachten van de toekomstige eeuw geproefd hebben

[6] en afgevallen zijn, nog eens te vernieuwen tot bekering, daar zij voor zichzelf de Zoon van God kruisigen en openlijk te schande maken.

Hebreeën 10 vers 4,26-31:

[4] Want het is onmogelijk, dat bloed van stieren en bokken zonden wegneemt.

[26] Want als wij moedwillig zondigen, nadat wij de kennis van de waarheid ontvangen hebben, blijft er geen slachtoffer voor de zonden meer over,

[27] maar een vreselijke verwachting van het oordeel en de felheid van vuur, dat de tegenstanders zal verslinden.

[28] Iemand die de wet van Mozes verworpen heeft, sterft zonder barmhartigheid op het woord van twee of drie getuigen,

[29] hoeveel zwaarder straf, meent u, zal hij waard geacht worden, die de Zoon van God met voeten heeft getreden en het bloed van het verbond waardoor hij geheiligd was, onrein {of ‘onheilig’} geacht en de Geest van genade gesmaad heeft?

[30] Want wij kennen Hem Die gezegd heeft: ‘Aan Mij de wraak, Ik zal vergelden, spreekt de Heer’. En ook: De Heer zal Zijn volk oordelen.

[31] Vreselijk is het te vallen in de handen van de levende God. (Uit: Voorhoeve Vertaling 4e druk)

Jakobus 5 vers 20:

Weet dan, dat wie een zondaar van zijn dwaalweg terugbrengt, een ziel van de dood redden en een menigte van zonden bedekken zal. (Uit: Voorhoeve Vertaling 4e druk)

2 Petrus 2 vers 9,17,21:

[9] dan weet de Heer de godvrezenden uit de verzoeking te verlossen en de onrechtvaardigen te bewaren tot de dag van het oordeel om gestraft te worden;

[17] Dezen zijn bronnen zonder water, nevelen die door de storm voortgedreven, voor wie de donkerste duisternis in eeuwigheid {v.l.w. ‘in eeuwigheid’} bewaard wordt.

[21] want het was beter voor hen geweest, de weg van de gerechtigheid niet gekend te hebben, dan na die gekend te hebben, zich af te keren van het heilige gebod, dat hun was overgeleverd. (Uit: Voorhoeve Vertaling 4e druk)

2 Petrus 3 vers 7:

Maar de tegenwoordige hemelen en de aarde zijn door Zijn Woord als een schat weggelegd en worden voor het vuur bewaard tot de dag van het oordeel en de ondergang van de goddeloze mensen. (Uit: Voorhoeve Vertaling 4e druk)

1 Johannes 5 vers 12:

Wie de Zoon heeft, heeft het leven; wie de Zoon van God niet heeft, heeft het leven niet. – Uit: Voorhoeve Vertaling 4e druk.

Judas vers 13:

Wilde golven van de zee, die hun eigen schandelijkheden opschuimen; dwaalsterren, voor wie de donkerheid van de duisternis tot in eeuwigheid bewaard wordt.

Openbaring 14 vers 9-11:

[9] En een andere, een derde engel volgde hen en zei met een luider stem: Als iemand het beest en zijn beeld aanbidt en op zijn voorhoofd of op zijn hand het merkteken ontvangt,

[10] die zal ook drinken van de wijn van Gods grimmigheid, die ongemengd is ingeschonken in de drinkbeker van Zijn toorn; en hij zal gepijnigd worden met vuur en zwavel ten aanschouwen van de heilige engelen en van het Lam.

[11] En de rook van hun pijniging stijgt op tot in alle eeuwigheid; en zij hebben dag en nacht geen rust, zij die het beest en zijn beeld aanbidden, en ieder die het merkteken van zijn naam ontvangt.

Openbaring 20 vers 10-15:

[10] En de duivel die hen misleidde werd geworpen in de poel van vuur en zwavel waar zowel het beest als de valse profeet zijn, en zij zullen dag en nacht gepijnigd worden tot in alle eeuwigheid.

[11] En ik zag een grote, witte troon en Hem Die daarop zat, voor Wiens aangezicht de aarde en de hemel wegvluchtten, en geen plaats werd voor hen gevonden.

[12] En ik zag de doden, de groten en de kleinen, voor de troon staan; en er werden boeken geopend. En een ander boek werd geopend, namelijk dat van het leven. En de doden werden geoordeeld volgens wat in de boeken geschreven was, naar hun werken.

[13] En de zee gaf de doden die in haar waren, en de dood en de hades (1) gaven de doden die in hen waren, en zij werden geoordeeld ieder naar zijn werken.

[14] En de dood en het rijk van de dood werden in de poel van vuur geworpen. Dit is de tweede dood.

[15] En als iemand niet bleek ingeschreven te zijn in het boek des levens, werd hij in de poel van vuur geworpen.

Openbaring 21 vers 5-8:

[5] En Hij Die op de troon zat, zei: Zie, Ik maak alles nieuw. En Hij zei tot mij: Schrijf, want deze woorden zijn getrouw en waarachtig.

[6] En Hij zei tot mij: Zij zijn gebeurd. Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde. Ik zal hem die dorst heeft, geven uit de bron van het water van het leven om niet.

[7] Wie overwint, zal deze dingen beërven en Ik zal hem een God zijn en hij zal Mij een zoon zijn.

[8] Maar voor de bangen, ongelovigen, verfoeilijken, moordenaars, hoereerders, tovenaars, afgodendienaars en alle leugenaars – hun deel is in de poel die van vuur en zwavel brandt; dit is de tweede dood.

In 1 Korinthe 1 vers 18, evenals in Markus 16 vers 16, vinden we het contrast tussen twee toestanden. Er zijn mensen die verloren gaan en verdoemd zijn, en degenen die gered worden. Zelfs voor de meest eenvoudige lezer, zal het niet moeilijk zijn, uit deze plaats af te leiden, dat de eersten niet gered kunnen zijn. Sommigen worden gered en de anderen gaan verloren omdat ze het kruis van Christus hebben verworpen.

Deze vele plaatsen tonen ons heel duidelijk: enerzijds wordt Gods toorn bewaard over alle goddeloosheid, aan de andere kant wordt Zijn liefde in Christus geopenbaard. Het is werkelijk niet moeilijk te begrijpen, dat de verdoemenis de noodzakelijke consequentie van de minachting van zo’n liefde en ongehoorzaamheid aan het evangelie zijn moet. Voor degenen die onder Gods toorn staan, “hun worm sterft niet en het vuur wordt niet uitgeblust”. Vergeving kan hen nooit gegeven worden. Ze zijn niet gered, maar verloren en worden van eeuwigheid tot eeuwigheid in de poel, die brandt van vuur en zwavel, gekweld. Omdat zij het ​​offer van Golgotha ​​veracht hebben, is er geen offer meer over voor hun zonden. Mensen proberen echter deze duidelijke getuigenissen te ontlopen, doordat zij met hun tegenstrijdige overwegingen aankomen en hun kennis van het Grieks op de voorgrond schuiven.

Men heeft twee systemen ontwikkeld, waarmee men dergelijke betrouwbare schriftplaatsen probeert opzij te zetten.

  1. De een zegt dat allen eens gered worden, allen, met inbegrip van de duivel zelf, waarbij een deel van dit soort mensen er niet van houdt, zich over hun gedachten duidelijk genoeg uit te spreken.
  2. Volgens anderen is de ziel helemaal niet onsterfelijk. De bozen, zo wordt geleerd, worden niet gered en worden met de tijd door het vuur van de hel verteerd.

Maar deze twee systemen verstoren elkaar. De tweede geldt vooral in Engeland, het eerste in andere landen2. Zij die het tweede ondersteunen, zeggen van de eerste dat het schandalig is en in strijd met de Schrift. Ten eerste beroepen zij zich op zulke schriftplaatsen, die zeggen dat er mensen zullen zijn die veroordeeld en zulken die gered zullen zijn. Dan verwijzen ze naar een reeks passages, die daarvan spreken, ‘dat ziel en lichaam in de hel omgebracht worden’, of soortgelijke sterke uitspraken bevatten. Ze zeggen ook het volgende: Zouden allen gered worden, zo zijn er een aantal zonder verzoening en zonder wedergeboorte, dan zijn er toch mensen die het ene afgewezen en het ander veracht hebben en dus is er voor hen “geen offer meer voor de zonden over”. Inderdaad, niets lijkt aannemelijker te zijn dan dit. Met betrekking tot de duivel en zijn engelen gedraagt ​​het zich dan evenzo, want als je zulke inzichten hebt en consequent wil zijn, moet men ook van hen zeggen, dat zij behouden worden. Tenslotte wordt nog gezegd dat God alles in allen zal zijn, en omdat Hij liefde is, kan Hij de pijn niet eeuwig laten voortbestaan. Als dat zo was, zouden zelfs de demonen nog gered worden. Echter, ze hebben geen Christus, geen Heiland, zodat, wanneer ik volgens deze leer iemand zou vertellen, dat hij zonder de Heer Jezus niet gered kan worden, ik hem niet de waarheid zeg, omdat immers volgens deze leer de mensen ook zonder Hem gered worden. Dus dat betekent, dat het hele evangelie met betrekking tot alle verklaringen volledig vernietigd wordt.

Voor ieder oprecht mens is het echter toch werkelijk heel duidelijk, dat, wanneer de Bijbel zegt: “Hij die gelooft zal behouden worden; wie echter niet gelooft, zal veroordeeld worden”, dit niet betekenen kan dat “hij die niet gelooft” toch gered zal worden als diegene “die gelooft”, zelfs wanneer de beperking wordt gemaakt, dat zo iemand voor een bepaald tijd een straf heeft te lijden. Dit alles is de leer van de eerste groep, de al-verzoeners, zoals ze genoemd worden. En als de Bijbel zegt, dat wie in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft (Joh. 3:16), zo is daarmee toch duidelijk genoeg uitgedrukt, dat dit niet betekenen kan, dat ook zij die niet geloofd hebben, eeuwig leven hebben en niet verloren gaan. Als er staat geschreven: “Hun einde is het verderf”, dan is het toch volledig duidelijk dat dit niet betekenen kan, dat haar einde net zo gelukkig zal zijn als dat van de anderen, ook wanneer dit geluk pas enige tijd later te bereiken is. Als er verder nog geschreven staat: “Het zal niet vergeven worden”, dan zal dit zeker niet betekenen dat zulken nog eens vergeving ontvangen. Hoewel er wordt gezegd: “Waar hun worm niet sterft en het vuur niet wordt uitgeblust”, leren sommigen, dat je er ongeschonden vanaf zou komen om de heerlijkheid binnen te gaan, samen met degenen die behouden worden.

God heeft gezegd: “En dezen zullen gaan in de eeuwige pijn, maar de rechtvaardigen in het eeuwige leven”. Wie kan dan geloven, dat dit woord betekent dat degenen die veroordeeld zijn, slechts voor een korte tijd in de pijn zouden zijn en het eeuwige leven evenals de anderen hebben of ontvangen zullen? Het eeuwige leven en de eeuwige pijn – beide dus eeuwig – zijn overeenstemmende uitdrukkingen en het woord “eeuwig” heeft in beide gevallen dezelfde betekenis. Men predikt ook, “eeuwig” betekent niet in beide gevallen eeuwig. Maar wie zou geloven dat “het eeuwige leven” niet dezelfde betekenis heeft als het leven van eeuwigheid tot eeuwigheid? Wanneer zijn eeuwige duur alleen van het woord “leven” af te leiden is (want het is het leven van Christus), waarom dan de toevoeging van het woord “eeuwig”? Het maakt zelfs de meest eenvoudige lezer het moeilijk te geloven, dat het woord “eeuwig” – en dat wordt vaak gepredikt – een toevoeging is om het leven in de toekomstige tijd te beperken, precies gezegd op het duizendjarig rijk. (Zij ondersteunen deze bewering op “hun Grieks”, waarover direct nog een woord moet nog worden gezegd).

Maar dit is niets anders dan een vreselijke misvatting; er wordt ons toch precies verteld dat we dit leven nu al bezitten en wel, voordat het duizendjarig rijk verschijnt. “Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven”. Er wordt dus duidelijk gesteld dat de straf van de goddelozen van gelijke duur is als het leven van de verlosten. Bovendien staat geschreven dat de duur ervan gelijk is aan het leven van God. In Openbaring 4 vers 10 wordt van de oudsten gezegd, dat zij “Hem aanbaden Die leeft tot in alle eeuwigheid”. In Openbaring 14 vers 11 staat: “En de rook van hun pijniging stijgt op tot in alle eeuwigheid” (zie Openb. 20:10 en andere plaatsen).

Wordt D.V. vervolgd.

NOTEN:
1. Hades is net als sjeool in het oude testament, een zeer vage aanduiding voor de verblijfplaats van de geesten der doden (verg. Luk. 16:23), wel te onderscheiden van de ‘hel’ (gehenna), de plaats van het uiteindelijke en eeuwige oordeel (verg. Matth. 10:28; 25:41).
2. Men moet dit artikel lezen in het bewustzijn dat schrijver leefde in de 19e eeuw. Het hier genoemde kan er nu wel anders uitzien.
NOOT VERTALER:
* De Schriftplaatsen worden geciteerd uit de Telos Vertaling, behalve als anders aangegeven wordt. Wel wordt soms het gebruik van hoofdletters uit de Herziene Staten Vertaling gebruikt, en wel uit eerbied voor de kostbare naam van onze God en Vader en van onze Heer Jezus.

© SoundWords, J.N. Darby

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol