15 jaar geleden

Ik ben die conferancier!

Wanneer je mensen ziet lachen, overdreven vrolijk zijn, is dit volstrekt nog geen bewijs dat zij gelukkig zijn. Vaak zelfs moeten ‘kwinkslagen’ dienen om de bedroefdheid van een gewond hart te verbergen.

Eens wendde zich een heer tot een zenuw-specialist om hem te raadplegen over zijn gezondheidstoestand. Hij vertelde hem in vertrouwen dat hij leed aan grenzeloze melancholie; sombere gedachten drukten hem zó neer, dat zijn leven ondraaglijk werd.

De arts onderzocht hem nauwkeurig en merkte na enigen tijd op dat hem alleen wat bezigheid voor zijn geest ontbrak.
“Leest u eens enige interessante boeken,” zei hij; “dat schijnt mij de beste medicijn voor u te wezen.” De patiënt schudde zwijgend met het hoofd alsof hij aan de uitkomst van deze raad twijfelde.
Toen hernam de dokter: “Dan weet ik nog een ander middel om uw somberheid te overwinnen; gaat u naar die en die schouwburg, waar echt mooie stukken gespeeld worden en u zult zien, dat dit u helpt.”

Weer schudde de patiënt onwillig met het hoofd, ten teken dat hij van dit voorstel evenmin iets verwachtte.

“Wel,” zei de dokter, “dan weet ik nog maar één raad, en als die u ook niet helpt, ben ik aan ’t einde van mijn wijsheid. Gaat u eens naar die bekende conferancier, die kort geleden in deze stad optrad en zalen vol mensen trekt, die hij door zijn geestigheden kostelijk amuseert. Wanneer u hem gehoord en gezien hebt en dan nóg zo neerslachtig en melancholiek blijft, zou het mij toch verwonderen!”
“Ach”, zei de patiënt op een toon van diepe weemoed, “ik ben die conferancier!”

Velen zouden eenzelfde geschiedenis kunnen verhalen. Jezus Christus zegt: “Komt tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven.” (Mattheüs 11:28). Dat is een rust die met inspanning verworven is. De Zoon van God verliet er Zijn troon daarboven voor; Hij daalde er voor op aarde neer en ging er voor in de dood. Maar u kunt ze “om niet” krijgen. Christus biedt ze u aan uit vrije gunst.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW