6 maanden geleden

Het Pascha (6)

Hizkia

 

In de vorige les zagen we, dat toen het volk van Israël net in het land Kanaän was aangekomen, ze het Pascha vierden. Omdat we eerder gelezen hebben, dat het volk dit feest jaarlijks als een gedachtenis-feest zouden moeten vieren, zouden we toch verwachten in het Oude Testament regelmatig verslagen van dergelijke vieringen te vinden. Dat is niet het geval. Pas in het tweede boek Kronieken, in de beschrijving van de regering van koning Hizkia, lezen we opnieuw over een Pascha-viering.

 

* * *

 

Sla nu eerst 2 Kronieken 29-31 vers 1 op en lees dit gedeelte aandachtig door.

………………………………………………………………………………………………………………………

1. Wat lezen we bijvoorbeeld in hoofdstuk 30 vers 26? Schrijf de exacte bewoording op:

………………………………………………………………………………………………………………………

………………………………………………………………………………………………………………………

We doen een korte stap van zo’n 250 jaar terug in de tijd na Salomo’s dood, door 1 Koningen 12 te lezen. Rehabeam, de zoon van Salomo, volgt hem op. Maar we zien hem niet – zoals zijn vader – God om een ​​wijs hart vragen. In zijn jeugd, wanneer iemand normaal gesproken leren moet, lette hij niet op de leringen in het boek Spreuken, geschreven door zijn vader Salomo. Hij verachtte het advies van de ouderen en volgt liever de onzorgvuldige voorstellen van de jongeren. Veel jongeren luisteren liever naar hun leeftijdsgenoten dan naar hun ouders of oudere mensen. In dit gedeelte zien we de gevolgen hiervan. Als resultaat van het onredelijke optreden van Rehabeam, hebben tien stammen van het volk zich van hem afgescheiden. Jerobeam wordt de koning van dit tienstammenvolk. De nakomelingen van Salomo behelzen alleen de stammen Juda en Benjamin.

2. Hizkia leefde ongeveer 250 jaar later (ongeveer 720 vóór Christus). Hij leefde in een zeer bewogen tijd. U kunt erover lezen in 2 Koningen 18 vers 5-13. Samaria was de hoofdstad van het tienstammenrijk. Wat wordt er van Hizkia in dit gedeelte vermeld? (geef ook de verzen aan)

………………………………………………………………………………………………………………………

………………………………………………………………………………………………………………………

………………………………………………………………………………………………………………………

3. In deze moeilijke tijd wordt Hizkia koning. Wat weten we over zijn vader Achaz (2 Kron. 28:1)?

………………………………………………………………………………………………………………………

Maar wat lezen we over Hizkia in 2 Kronieken 29 vers 2?

………………………………………………………………………………………………………………………

Het is fijn als een machthebber ervoor kiest om de wil van God te doen! Wat was het eerste “werk” van Hizkia (2 Kron. 29:3)?

………………………………………………………………………………………………………………………

Welke opdracht kregen de priesters en de levieten (2 Kron. 29:4,5)

………………………………………………………………………………………………………………………

………………………………………………………………………………………………………………………

Hizkia zag in, dat hij en het hele volk gezondigd hadden. Dus wat deed hij (2 Kron. 29:21)?

………………………………………………………………………………………………………………………

………………………………………………………………………………………………………………………

Wat was het resultaat (2 Kron. 29:36)?

………………………………………………………………………………………………………………………

………………………………………………………………………………………………………………………

4. Pas nu was het tijd voor Hizkia, om na te denken over een Pascha! Kunt u kort opschrijven, wat we van het voorgaande zouden kunnen leren?

………………………………………………………………………………………………………………………

………………………………………………………………………………………………………………………

………………………………………………………………………………………………………………………

Wat ons in deze geschiedenis zo aanspreekt is, dat Hizkia duidelijk zag, dat het Pascha een viering was voor alle stammen van Israël; het was niet alleen bedoeld voor de twee stammen! En hoewel een eerste wegvoering van de tien stammen toen al plaats gevonden had, liet hij alle Israëlieten voor het feest uitnodigen. Hij had een hart voor heel Gods volk.

5. Wat lezen we in 2 Kronieken 30 vers 1?

………………………………………………………………………………………………………………………

………………………………………………………………………………………………………………………

Maar wat was de reactie van het volk? Dat kunt u ook in 2 Kronieken 30 vinden?

Enerzijds:

………………………………………………………………………………………………………………………

Anderzijds:

………………………………………………………………………………………………………………………

 

Wat gebeurde er kort daarna (2 Kon. 18:11)?

………………………………………………………………………………………………………………………

Ziet u hoe God als het ware een laatste aanbod van genade aan de tien stammen deed? Hij nodigde hen uit om bij Hem te komen. Maar ze wilden niet! Maar toen werd de God van genade de God van het oordeel: de Assyriërs kwamen en de rest van de tien stammen werden in ballingschap weggevoerd. Zij zijn tot op vandaag nog niet teruggekomen.

6. Dat onze God een God van genade is, komt ook heel mooi naar voren uit de rest van deze beschrijving van de viering van het Pascha. Heeft u een verklaring waarom het Pascha pas op de tweede maand gevierd werd? Lezen we in Leviticus 23 en elders niet, dat het in de eerste maand moet worden gevierd? Lees er eens over in 2 Kronieken 30 vers 17 en 18. We raden u aan om ook nog eens de 4e les ter hand te nemen en na te lezen wat er onder vraag 1 staat.

Hoe mooi dat Hizkia God smeekte, ondanks de moeilijkheden die het volk had ondervonden omdat ze er niet in waren geslaagd zichzelf te reinigen en te heiligen. Zijn gebed werd verhoord; God zorgde ervoor, dat het met het volk in orde kwam en het feest kon vieren (2 Kron. 30:15,18-20). Wat vinden we daar?

………………………………………………………………………………………………………………………

………………………………………………………………………………………………………………………

7. Wat was het resultaat van het feest van ongezuurde broden (2 Kron. 30:14)? (in eigen woorden, als u kan)

………………………………………………………………………………………………………………………

8. Er was grote vreugde in de Heer. Wat was er overlegd (2 Kronieken 30:23)?

………………………………………………………………………………………………………………………

9. Wat was het resultaat van die vreugde in de Heer (2 Kron. 31:1)?

………………………………………………………………………………………………………………………

10. En nu volgt onvermijdelijk de vraag: “Hoe passen u en ik dit toe in ons leven?” U kunt hier zelf een antwoord op geven.

………………………………………………………………………………………………………………………

………………………………………………………………………………………………………………………

………………………………………………………………………………………………………………………

………………………………………………………………………………………………………………………

Wat indruk op ons maakt, terwijl we dit verhaal lezen, is dat God zo genadig was met betrekking op deze feest. In wezen is hier veel verkeerds gedaan, en in het praktische leven was men niet erg voorzichtig. Maar de heilige God toont Zichzelf als de God van genade! Natuurlijk moeten wij er terdege rekening mee houden, dat God heilig is; onze wandel moet erop gericht zijn. Maar hoe genadig is God jegens degenen die, wanneer ze gezondigd hebben, oprecht berouw tonen en voor Hem buigen en tot Hem terugkeren!

© www.bibelkurs.com

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW