6 maanden geleden

Het boek Jozua (27)

Het prachtige voorbeeld van een ware erfgenaam

 

Bijbelgedeelte: Jozua 14 vers 5-15

“En u in geen enkel opzicht door de tegenstanders laat afschrikken“ (Fil. 1:28).

Het is geen toeval, dat de door God geïnspireerde geschiedschrijver de heldere en moedige geest van de ware bezitter beschrijft, voordat hij de omvang en de grenzen van het erfdeel van de negen en een halve stam in het land Kanaän beschrijft. De ziel heeft vurigheid in zich nodig, en kracht en moed in God; en zo zullen we ons toe-eigenen wat God ons gegeven heeft.

Van het 14e tot het eind van het 19e hoofdstuk lezen we over de verdeling van het land Kanaän onder de negen en een halve stam. Het verslag van Kalebs nobele doel om Hebron te bezitten vormt de inleiding tot deze belangrijke geschiedenis.

Deze negen en een halve stam moesten voet zetten op hun erfdeel, hoewel de locatie van hun bezittingen door de Heer Zelf was bepaald: “door het lot van hun erfelijk bezit,” maar hun voet zetten in het erfdeel hing af van henzelf, maar ook van een Christen in geestelijke zaken. Israël had die fase in hun geschiedenis in Kanaän bereikt toen ze op een punt stonden waar twee wegen elkaar ontmoetten: de weg van luiheid en de weg van ernst. Hoeveel Kalebs staan er op deze tweesprong? Hoeveel ware eigenaars zijn er die de weg van ernst inslaan en volgen naar de overwinning?

“Zoals de HEERE Mozes geboden had, zo hebben de Israëlieten dat gedaan toen zij het land verdeelden” (vs. 5). En toen was het Gilgal – Gilgal met al zijn herinneringen aan door God gegeven vrijheid – waar de mannen van Juda naar Jozua toe kwamen. Kaleb stond op voor de leider en voor heel Israël en liet met de vurige geest van een echte bezitter zijn aanspraak op de berg Hebron en zijn versterkte steden gelden.

De woorden van Kaleb moeten elke trouwe ziel hebben aangespoord toen hij zich tot Jozua wendde en zei: “U weet zelf van het woord dat de HEERE tegen Mozes, de man Gods, over mij en over u gesproken heeft in Kades-Barnea.” De Heer was nog steeds dezelfde onveranderlijke Heer voor Kaleb, ook al waren er 45 jaar verstreken en was er een nieuw tijdperk voor Israël aangebroken, en ook al waren Kalebs oude kameraden gestorven – begraven in de woestijn vanwege hun ongeloof, want alleen hij geloofde in de betrouwbare beloften van de Heer. Vijfenveertig jaar eerder, in het donkere uur van Israëls opstand tegen God, was Kaleb voor zijn God opgekomen. Toen de moedeloze verspieders het volk tot ongeloof verleidden, steunde Kaleb moedig op zijn God en beantwoordde, ongeacht de gunst van zijn kameraden, hun zwakke en ongelovige woorden met de woorden: “Laten wij vrijmoedig optrekken, wij zullen het land in bezit nemen, want wij zullen het zeker overmeesteren,” terwijl zijn standvastige hart op Israëls gemopper en moedeloosheid antwoordde: “Als de HEERE ons genegen is, zal Hij ons in dat land brengen en zal Hij het ons geven, een land dat overvloeit van melk en honing” (Num. 13:30; 14:8).

De Heer had in die dagen over hem gezegd: “Maar Mijn dienaar Kaleb, omdat in hem een andere geest was en hij erin volhard heeft Mij na te volgen, hem zal Ik brengen in het land waar hij geweest is, en zijn nageslacht zal het in bezit nemen” (Num. 14:24). Het geloof van Kaleb tilde hem uit Israëls gemopper, hun lafheid en hun verwijten aan het adres van de Heer. Hij vertrouwde op God, hield zich aan Hem vast en liet moeilijkheden en reuzen in Zijn handen. Hij zocht maar één ding – het welgevallen van de Heer over hem.

En Mozes zwoer die dag en beloofde Kaleb het land waarop zijn voeten hadden getreden. Moge God Zijn volk de moed geven om hun voeten op Zijn beloften te zetten, want elke belofte zal worden vervuld.

Vanaf die dag in Kades-Barnea nam Kaleb een speciale plaats in Israël in. In de donkerste uren van de woestijn, in de somberste nachten van Israëls reis, te midden van pestilentie en Goddelijk ongenoegen, werd Kaleb ondersteund door de belofte van God. Hij moest lijden met de ongelovige menigte, moest samen met hen in ellende komen (hetzelfde principe geldt vandaag nog steeds, want allen lijden samen en het ongeloof en de opstandigheid van sommigen treft ook anderen); maar terwijl de strijdende mannen van Israël zouden omkomen, wist Kaleb dat zijn voeten op de berg Hebron zouden staan. En terwijl duizenden aan zijn rechterhand zouden sterven, wist Kaleb, dat zijn familie de grote en sterke steden van de kinderen van Enak zou bezitten, want de HEER had het gesproken.

Kaleb is een voorbeeld voor ons in onze dagen van zwakheid en ontevredenheid. In hem vinden we een voorbeeld van de beste kwaliteiten van christelijke strijdbaarheid: oprechtheid voor God, ononderbroken kracht door God en voortdurende afhankelijkheid van God. Noch had 45 jaar van gewoontegetrouw vertrouwen in God zijn ziel verleid tot zelfvertrouwen, noch had 45 jaar van Gods voortdurende gunst aan Kaleb op de een of andere manier het besef verminderd, dat in God alleen onze kracht is, zoals zijn woorden duidelijk maken: “Misschien zal de HEERE met mij zijn, zodat ik hen verdrijf, zoals de HEERE gesproken heeft.” Hoe beschamend is deze nobele eigenaar over de zwakke, krachteloze ziel! Om 38 jaar te midden van een koor van ellende te hebben geleefd en nog steeds te kunnen zingen: “Mijn kracht en psalm is de HEERE HEERE” (Jes. 12:2) is waarlijk een wonder, en het is ook een wonder dat Kaleb kan zeggen: “De HEERE heeft mij in het leven behouden, zoals Hij gesproken heeft” (Joz. 14:10). “Zoals hij gesproken heeft” – vier grote woorden, groter dan al het 38-jarige gemopper van heel Israël bij elkaar. “Zoals hij gesproken heeft” – omdat Kaleb niet was gevallen en gestorven zoals andere krijgslieden.

Tijdens zijn tocht door de woestijn en zijn strijdlustige leven was de genade van de Heer voor Zijn volk zijn bron van moed geweest – een moed die hem op 85-jarige leeftijd dreef om met zijn gezin tegen de reuzen van Kanaän te strijden met dezelfde ijver die hem op 40-jarige leeftijd in staat had gesteld om tegen nog grotere reuzen dan deze te strijden: het gemopper en ongeloof van Israël. “Nu dan, geef mij dit bergland,” want ”ik ben vandaag nog even sterk als ik was op de dag toen Mozes mij uitstuurde. Zoals mijn kracht toen was, zo is mijn kracht nu, om te strijden en om uit te gaan en om in te gaan.” Slechts enkelen van de strijders van Christus kunnen zo spreken. Te veel oude christelijke strijders beschouwen de lange periode van hun dienst als een excuus voor hun immuniteit van die dagelijkse afhankelijkheid van God die hen vroeger naar de overwinning hielp; en “Misschien zal de HEERE met mij zijn,” wordt een grootspraak en ontaardt in: “Ik zal net als de andere keren vrijkomen en mij van hen afschudden” (Richt. 16:20).

Jozua zegende Kaleb vanwege zijn woorden; en evenzo rust op iedere Kaleb-achtige Christen de speciale zegen van Christus, onze Leidsman. De Heer eerde de afhankelijkheid van Kaleb; daarom verdreef Hij de zonen van Enak en versloeg Kirjath-Arba en herstelde de stad in haar oude naam Hebron, waardoor de plaats eerder met de vader van de gelovigen werd geassocieerd dan met de grote man onder de reuzen.

De naam Kaleb heeft een onopvallende betekenis, want het betekent “puppy.” Sommigen zien het als een verwijzing naar zijn trouw, want Kaleb volgde zijn Meester met echte vastberadenheid, zoals een hond zijn baas volgt. Sommigen zien de naam als een verwijzing naar de bijzondere glorie van Juda, want “Juda is een jonge leeuw [of leeuwenwelp] (Gen. 49:9). 

Wat de ware betekenis van zijn naam ook mag zijn, Kaleb, de trouwe man, had zijn erfenis in Juda – “lof”. En zo is het tot op de dag van vandaag in geestelijke zaken onder Gods strijders: trouwe mannen “wonen” in lofprijzing, ja “zij zullen U altijd loven.” Zijn moedige geest bereikte zijn hoogtepunt te midden van Israëls murmureren en hij erfde in het edelste deel van het Beloofde Land. God schonk als het ware de man die goed over Zijn naam sprak op de plaats van het murmureren, een woning in het land van de lofprijzing.

De Geest van God besluit het verslag van het geloof en de overwinning van Kaleb met een vreugdevolle opmerking: “En het land rustte van de strijd.” Wanneer een moedig hart opstaat in de gemeente van God en de reuzen verslaat, is er rust van de strijd.

 

H. Forbes Witherby; © www.bibelstudium.de

Online in het Duits sinds 25.12.2013

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW