10 jaar geleden

Hebreeën 5:7-8

Wanneer we hier horen dat onze dierbare Heer uit dat wat Hij leed, gehoorzaamheid leerde, dan kunnen we alleen maar met diepe eerbied stilstaan. Hij Die van eeuwigheid af slechts te gebieden had, de Zoon door Wie God ook “de werelden gemaakt heeft” (Hebreeën 1:2), staat hier voor ons “tijdens Zijn dagen in het vlees” als Mens op aarde.

Is het niet gehoorzaamheid geweest, toen Hij sprak: “Zie, Ik kom om Uw wil te doen, o God” (Hebreeën 10:7)? En bestond er niet van eeuwigheid af volledige overeenstemming tussen Hem en de Vader in ieder raadsbesluit, dat het hele verlossingswerk omvat? Waarom staat hier dan dat Hij gehoorzaamheid “leerde”? Iemand heeft eens gezegd: “Ik moet gehoorzaamheid leren, omdat ik een ongehoorzaam schepsel ben; Hij moest gehoorzaamheid leren, omdat Hij geen schepsel was”. Ja, dat is het. Hij moest uit ervaring leren kennen wat gehoorzaamheid voor een mens op aarde is. Dat leerde Hij uit dat wat Hij leed. En wie heeft er zo geleden als Hij, de Reine en Heilige, met het oog op de zonde! De ervaring in alles, uitgenomen de zonde, is het dan ook wat Zijn hogepriesterschap kenmerkt en daarom in de Hebreeën-brief zo’n bijzonder gewicht heeft.

De ongehoorzaamheid heeft de eerste mens de dood gebracht. De gehoorzaamheid echter heeft de Heer Jezus in de dood gevoerd, want Hij “was gehoorzaam tot de dood”. Hij deed deze stap, doordat Hij Zichzelf vernederde (Fil. 2:8).

Aanbiddelijke Heer, Die niet zoals wij door oefeningen moest leren Gods wegen te gaan, maar Die in de standvastigheid van Zijn volkomen wil alles doorstond wat tot verheerlijking van God nodig was!

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, RM