12 maanden geleden

Halloween: slechts onschuldige pompoenen?

 

We leven in een tijd waar Harry Potter zijn vele slachtoffers maakt – zelfs onder Christenen. Als je de biblotheek binnenstapt staren je de bib-medewerkers tijdens de kinderboekenweek in hun tovenaarskledij van onder hun puntmutsen betoverend aan. Als je in mijn woonplaats een boek leent, wordt je attent gemaakt op het volgende: ‘Kinderboekenweek 2005 – de Toveracademie. 15 oktober 10.30 uur: Heks Toos kijkt in de bol’. Ook wordt in onze tijd bijna elke gelegenheid om een feestje te bouwen aangegrepen, want immers “laten wij eten en drinken want morgen sterven wij” (1 Korinthe 15:32). Een tijd waar naar verluid de Nederlandse fiscus aan heksen subsidies verleent, om hun gruwelijke opleiding te kunnen volgen. Omdat in deze maand (31oktober) ook Halloween gevierd wordt, willen we in dit oktobernummer wat aandacht besteden aan dit heidense feest …

Uitgeholde pompoenen, grauwe maskers, macabere verkleedpartijen – de nacht van griezelen -, dat is Halloween, de nacht van 1 november. In de USA is dit al lang een ‘feest met kippenvel’ voor de hele familie. Inmiddels heeft het griezelfeest ook in Europese landen, niet in de laatste plaats in scholen en kindercrèches, ingang gevonden. Maar ook volwassenen vieren dit feest met veel afgrijzen en plezier in het huiveren. Maar wat wordt eigenlijk in deze nacht gevierd? Is Haloween werkelijk slechts een onschuldig vermaak met uitgeholde pompoenen?

De oorsprong van Halloween

Wat betekent Halloween en waarom de nacht van 31 oktober op de 1 november? Het woord Halloween is een samenstelling uit het verouderde Engelse ‘halow’ en gelijk aan ‘heilige’ en ook gelijk aan ‘vooravond’, dus de vooravond van Allerheiligen (1 november). De symboolfiguur van Halloween in de USA is ‘Jack-o-lantern’1, een uitgeholde pompoen met een demonische tronie, waarin een brandende kaars gestoken wordt. Klinkt misschien allemaal nog heel onschuldig, maar de wortels van dit feest liggen dieper. Zij gaan terug tot op de Keltische heidense religie en de druïdencultuur.
Halloween was oorspronkelijk het feest ‘Samhain’2. Het komt uit het Keltisch-Angelsaksische gebied en werd als begin van de winter en als begin van het jaar gevierd. Daarbij moesten met vuur, heksenmaskerades en offers de geesten en demonen verdreven worden. Door Ierse immigranten kwam het feest in de USA, waar het zich vandaag tot een zeer populair feest ontwikkeld heeft. En zoals zoveel culturele en maatschappelijke ontwikkelingen is ook Halloween dan weer van de USA naar Europa ‘teruggekeerd’ en verheugt zich in een groeiende belangstelling. Maar de daar achterstaande heidense en occulte riten moeten niet in de vergetelheid geraken.

Zoals al gezegd, gaat Halloween tot op de Keltische cultuur terug. De druïden waren de priesters, waarzeggers en tovenaars van de Kelten, die in Gallië, maar vooral in Engeland, Schotland en Ierland een invloedrijke en zeer gevreesde rol speelden. Zij waren berucht door hun speciale rituele moorden. Daarbij werden mensen in reusachtige stro- en wilgenvlechten gebonden en hun lichamen als offer aan de afgoden levend verbrand.
Ook de pompoenen3 hebben een gruwelijke achtergrond. De druïden vorderden van de door angst bevangen mensen, dat hun in de nacht van 31 oktober een kind als offer voor hun dodengod Samhain gegeven zou worden. Daarmee wilden zij de ‘afgod’ genadig stemmen. Voor dit doel werd een pompoen uitgehold, er werd een licht ingestoken en de pompoen op de drempel van de uitgekozen huizen bevestigd. Vonden de druïden daar later geen kind als ‘offer’ voor, werd het huis gekenmerkt. In de regel werden dan de ouders tegen de morgen gedood. – Dat was de wraak van de god Samhain. In onze tijd tekenen zich occulte praktijken alsook het moderne druïden- heksen- en Sjamanendom4 steeds meer af.

Halloween is geen uitzondering

De toenemende cultus (verering) om heksen en duivel wordt ook zichtbaar in het groeiend aantal Walpurgisfeesten in de nacht van 1 mei. Naar oud volksgebruik moeten dan duivel, heksen en boze geesten met hels gelach op bezems en mestvorken door de duisternis suizen, om met wrede spookverschijningen de geesten van de winter te verdrijven.
In het bijzonder in de Harz (Duitsland) maar lang niet meer alleen daar, worden alleen populaire feesten zoals de Walpurgisfeesten aangeboden, welker vocabulaire (woordenschat) net zo wemelt van duivels en heksen. De volgende aankondiging van zo’n festiviteit dient als illustratie.
“18.00 uur ontmoeting van heksen en duivel op de Regensteinsweg. De processie trekt, begeleidt door tamboers en pijpers naar het feestterrein, daar de duivelstoespraak. In wilde rondedansen draaien de heksen en duivel om de hellevorst en stijgen de vlammende vuurbranden hoog omhoog. Er vindt een vuurwerk plaats. Aansluitend groot heksenbal”.

De Christen en Halloween

Bij Halloween gaat het om een nieuw heidense religie. Dat zijn geen grappen meer. In een tijd waar het occultisme zich in een groeiende toename verheugt en steeds meer maatschappelijk ‘geaccepteerd’ wordt, moeten wij als Christenen oppassen voor de schijn, dat wij met zulke dingen te doen willen hebben of dit als onschuldig voorstellen. Noch moeten wij als Christenen de duivel en de demonen bagatelliseren (als iets onbeduidends voorstellen), doordat wij ons daarover vrolijk maken – want ze zijn een gruwelijke realiteit. Noch is het onze opdracht door de een of andere religieuze ceremonie ‘boze geesten’ te verdrijven. Onze Heer is verschenen om de werken van de duivel te verbreken (1 Johannes 3:8).

Zelfs wanneer men niet aanneemt, dat door Halloween- en Walpurgisnachtfeesten bewust toverij in engere zin bedreven wordt (Leviticus 19:26), zo is één ding overduidelijk: God of de Heer Jezus wordt door zo’n feest niet geëerd. Het past niet bij elkaar, een leven met de Heer Jezus te leiden en dan aan een feest deel te nemen, waarop Hij in niet alleen niet geëerd wordt maar waar Hij helemaal niet serieus genomen wordt. Wanneer jij een goede vriend hebt, ga je toch ook niet naar een feest waar je vriend bespot en uitgelachen wordt.
Dat moeten wij ook aan kinderen duidelijk maken. Daarbij moeten we erop letten: kinderen hebben een levendige fantasie. Het gaat er niet om hen zoveel mogelijk angst voor dit ‘boze bedrijf’ in te boezemen. Integendeel, wij mogen hen laten zien – zonder iets als onbeduidends voor te stellen -, dat deze feesten niet met een leven als kind van God in het volgen van de Heer Jezus te verenigen valt. Daarbij mogen we tegelijk duidelijk maken, dat onze Heer sterker is dan satan en zijn demonen, en wij onder de bescherming van God staan. We begeven ons absoluut eigenmachtig in groot gevaar, wanneer we de afstand tot de occulte dingen verminderen respectievelijk opgeven.

Michael Vogelsangh

NOTEN VERTALER:
1. Jack-o-lantern: de uitgeholde pompoen die nu het symbooll is van Halloween. Vroeger was het in de Ierse tradtie verbonden met rituelen rond de raap of de biet. De oorsprong van Jack-o-lantern hebben we waarschijnlijk te danken aan een Ierse man, Jack genaamd, waar een nogal duister verhaal aan vast zit.
Naast Jack-o-lantern is er nog iets wat onlosmakelijk verbonden is met Halloween. Hoewel het oorspronkelijk iets voor volwassenen was, houden vooral kinderen zich daar mee bezig. Zij gaan verkleed van huis tot huis, van deur tot deur om allerlei lekkernijen te vragen. Als ze geen traktatie (= treat) krijgen, gaan ze vervelende grapjes (= trick) uithalen. Het heet dan ook ‘trick or treat’.
2. Samhain: de dag dat er parlementszittingen gehouden werden bij de Kelten. De Kelten vormden een Indogermaanse volkengroep dat eertijds West-Europa bewoonde, waarvan men de afstammelingen nog kan vinden in Bretagne, Cornwall, Wales, Ierland en Schotland en het eiland Man. Tijdens Samhain werden ook pachtovereenkomsten vernieuwd en grote vuuroffers gebracht, vooral in Ierland en Schotland. Uit de Keltische kerk is dan ook de Rooms-Katholieke liturgische vuurwijding op Paaszaterdag afkomstig. Samhain is het Iers-Keltische woord voor ‘november’. Tegenwoordig spreekt men veelal over Halloween, een woord dat dus in de plaats is gekomen van Samhain.
Halloween wordt nu door de satanisten als hun favoriete feestdag beschouwd. Verder is het voor heksen een zeer belangrijke feestdag. Voor de moderne heksen is Samhain of Halloween van hun vier feestdagen (grote sabbats) het belangrijkste; zij noemen dit dan ook de ‘Grote Sabbat’. Dat satanisten en heksen zich bij Halloween goed thuis voelen spreekt boekdelen! Voor de heksen is het behalve het begin van het jaar ook nog een feest van de doden.
3. Pompoenen: Waarom pompoenen? Dit kwam uit de Romeinse cultuur. Toen de Romeinen de Kelten – een agrarisch volk – verslagen hadden, beïnvloedden zij de reeds bestaande Keltische traditie Samhain met hún feest, namelijk de viering van de godin van het fruit, ‘Pomona’.
NOOT SCHRIJVER:
4. Sjamanen: Heidense tovenaars en medicijnmannen.

Oktober 2005.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol