14 jaar geleden

Goed bedoelde propaganda

Gehoorzaamheid aan de Heer Jezus is van groot belang en van grote waarde voor de Heer. Goede bedoelingen kunnen dit echter wel eens in de weg staan. Neemt echter niet weg, dat wij van de Heer Jezus mogen getuigen. Dat is zelfs een kenmerk van een Christen. Hoe is het met ons luisteren naar de Heer en het doen van Zijn wensen? Hoe staat het met onze goede bedoelingen en met ons getuigen? Lees eerst de geschiedenis van Markus 1:40-45.

“Let erop dat u niemand iets zegt”

Markus bericht op een gegeven ogenblik van een melaatse, die door de Heer Jezus genezen werd (Markus 1:40-45), die echter – onmiddellijk na zijn genezing – precies dát doet, wat de Heer hem verboden had. Is dat niet merkwaardig? Waar zou dat toch aan gelegen hebben?

De Heer Jezus heeft Zich absoluut duidelijk uitgedrukt. De aanwijzing was duidelijk: “Zeg niemand iets”. Het ontbrak ook niet aan nadruk. Er staat: “En na hem hem streng verboden te hebben …”.

Was de genezen man dan niet dankbaar voor dat, wat hij ervaren had? Hij had in geloof aanspraak willen maken op de macht van de Heer en gezegd: “”Als U wilt, kunt U mij reinigen”. De Heer heeft er daarna uitdrukkelijk op gewezen dat Hij het “wilde”: Hij strekte Zijn hand uit en raakte hem, de melaatse, aan, en sprak toen deze paar woorden: “Ik wil, word gereinigd!”. De melaatsheid verdween direct en de man was genezen. We kunnen er zeker van zijn, dat deze belevenis hem niet koud liet. En zo maakte hij zich op en begon, het “zeer te verkondigen en de zaak te verbreiden”. Zeker, hij bedoelde het goed. Hij wilde dat velen Hem zouden leren kennen, die hem zo wonderbaar geholpen had. Het kon toch alleen maar goed zijn, wanneer zo veel mogelijk mensen daarvan zouden vernemen.

Zo had hij het zich in ieder geval voorgesteld. Maar het was beter geweest wanneer hij het woord van de Heer had gehoorzaamd. We lezen namelijk, dat de Heer Jezus vanwege deze ongelukkige propaganda “niet meer openlijk in de stad kon komen”. Het bericht van de genezen man trok grote massa’s mensen aan. Sommigen zullen uit nieuwsgierigheid gekomen zijn, maar zeker velen om zelf genezen te worden. De Heer Jezus daarentegen was in de eerste plaats gekomen om te prediken, niet om te genezen. “Laten wij ergens anders heengaan, naar de naburige plaatsen, opdat Ik ook daar predik; want daartoe ben Ik uitgegaan” (vers 38). Hij bewees grote barmhartigheid en genas velen die in grote nood waren, maar allereerst ging het Hem om een echt werk in de ziel. Voor deze arbeid, het prediken in de stad, waren de op genezing bedachte massa’s mensen eerder een hindernis. Zo kon de Heer nu niet meer in de stad werken.

Dat heeft de genezen man zeker niet gewild noch voorzien. Maar hij was voor deze fout bewaard geworden, wanneer hij de eenvoudige aanwijzing van de Heer opgevolgd zou hebben.

Natuurlijk wil God graag, dat Zijn kinderen Hem niet slechts werktuigelijk gehoorzamen, maar met verstand. Maar het kan wel eens voorkomen, dat een gelovige – in het bijzonder een pasbekeerde – niet direct het “waarom” van een bijbelse aanwijzing begrijpt. In zo’n geval zou hij echter eenvoudig moeten gehoorzamen. Dat laat deze interessante gebeurtenis zeer aanschouwelijk zien.

Nog iets: Wij moeten uit deze geschiedenis niet de conclusie trekken, dat een Christen “de mond houden” moet, in plaats van Zijn Heer te belijden (Romeinen 10:10). Dat geldt overigens zelfs voor de melaatse. Want hoewel de Heer ook Zijn reden had hem toen te verbieden om anderen er iets van te zeggen, zo moest hij toch getuigenis afleggen voor de priester. Dan had deze namelijk moeten erkennen, dat God Zelf gekomen en onder hen was, want alleen God kon melaatsen genezen (2 Koningen 5:7). Maar helaas lezen we niet, dat hij deze opdracht uitgevoerd heeft.

Dankbaarheid zal altijd blijken. Ben jij de Heer dankbaar voor Golgotha, daarvoor, dat Hij Zijn “hand uitgestrekt” en jou “aangeraakt” heeft en gezegd heeft: “Ik wil, word gereinigd!”? Dan kun je je dankbaarheid bewijzen, doordat je Hem gehoorzaamt, zij het daardoor, dat je erover vertelt, wat de Heer Jezus voor je gedaan heeft, of eenvoudig door je “anders-uitzien”, zoals bij de melaatse die zich aan de priester tonen moest. Zo kun je een getuigenis zijn, op welk levensterrein dan ook.

Michael Hardt, © Folge mir nach

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW