5 jaar geleden

Genesis 6:9

Noach wandelde met God …

Wandel met God, dan val je op … Van de mensen ten tijde van Noach moest God met pijn in Zijn hart zeggen, dat hun “boosheid menigvuldig was op de aarde en al het gedichtsel van de gedachten van hun hart te allen dage alleen boos was” (Genesis 6:5).

Maar tegen deze duistere achtergrond stak het leven van een persoon des te duidelijker af. God Zelf beschrijft Noach als een rechtvaardig en oprecht man, maar voegt er dan nog de woorden “in zijn geslachten” (dit is onder zijn tijdgenoten) aan toe. Dan zie je dat God, ondanks alle verdriet over een verdorven mensheid, Zich verblijdde toch iemand te vinden die – in tegenstelling tot al zijn tijdgenoten – Hem eerbiedigde, Hem vreesde. Noach liet zich niet door de massa meeslepen en boog zich niet voor de druk van een groep. Hij zwom tegen de stroom van goddeloosheid in. Zo viel hij God op en wat is er mooier dan het welgevallen van God te hebben? Zeker … hij viel ook op bij zijn medemensen, maar dat bewerkte bij hen wellicht alleen spot, verachting en afwijzing. Maar Noach liet zich daardoor niet afbrengen van zijn wandel met God.

Het oordeel van God over de tegenwoordige mensheid is zeker niet anders dan toen. Zijn wij ook zulke mensen op wie, net als op Noach, het welgevallen van God kan rusten, omdat we onder onze tijdgenoten rechtvaardig en onberispelijk leven als mensen die met God wandelen?
Nu is er juist onder jongeren de neiging om op de een of andere manier te willen opvallen. Maar dat is het niet wat Gods opmerkzaamheid op ons vestigt. Hij let op allen die temidden van het algemene verval trouw naar Zijn Woord in godsvrucht leven.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW