3 weken geleden

Geestelijke wapenrusting (26)

“Hoe bent u uit de hemel gevallen, morgenster, zoon van de dageraad! U ligt geveld op de aarde, overwinnaar over de heidenvolken!” (Jes. 14:12).

Geestelijke strijd (deel zesentwintig)

 

Wij hebben de vijf doelstellingen van Satan gezien in Jesaja 14 vers 12-14, en begrijpen dat hij ook vandaag een agenda heeft. Daarom: “… onze strijd is niet tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van deze duisternis, tegen de geestelijke [machten] van de boosheid in de hemelse [gewesten]”

We moeten onthouden waar de strijd plaatsvindt, namelijk “in de hemelse gewesten.” Dit is het gebied van autoriteit waar Satan strijdt om onze trouw en gehoorzaamheid. Satan zal ons vlees en het systeem van deze wereld gebruiken om ons af te leiden en af te houden van het volgen van de wil en het Woord van God.

Wij leren uit Genesis 3, dat Satan’s strategie en tactiek op één ding neerkomen: misleiding. Als de vader van de leugen (Joh. 8:44) tracht hij de mensheid te misleiden: “De Geest nu zegt uitdrukkelijk, dat in [de] latere tijden sommigen van het geloof zullen afvallen, terwijl zij zich zullen bezighouden met verleidende geesten en leringen van demonen die in huichelarij leugen spreken en hun eigen geweten hebben dichtgeschroeid” (1 Tim. 4:1-2). Hij zal de begeerte van het vlees, de begeerte van de ogen en de hoogmoed van het leven (1 Joh. 2:16) gebruiken om zijn doel te bereiken.

De voortdurende uitwerking van Satans koninkrijk is dood en ongehoorzaamheid: “En u [heeft God opgewekt], toen u dood was in uw overtredingen en zonden, waarin u vroeger hebt gewandeld overeenkomstig de tijdgeest1 van deze wereld, overeenkomstig de overste van de macht der lucht, van de geest die nu werkt in de zonen van de ongehoorzaamheid, onder wie ook wij allen vroeger verkeerden in de begeerten van ons vlees, toen wij de wil2 deden van het vlees en van de gedachten; en wij waren van nature kinderen van [de] toorn, evenals de overigen” (Ef. 2:1-2).

Maar in Christus heeft de Vader “Die ons gered heeft uit de macht van de duisternis en overgebracht in het Koninkrijk van de Zoon van Zijn liefde, in Wie wij de verlossing hebben, de vergeving van de zonden” (Kol. 1, 13) en wij moeten degenen zijn die gehoord worden “terwijl u de Vader dankt die u bekwaam heeft gemaakt om deel te hebben aan het erfdeel van de heiligen in het licht” (Kol. 1:12).

 

Noot:
1. Eigenlijk ‘eeuw’.
2. Eigenlijk meervoud: de dingen die men wil.

 

Tim Hadley Sr.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW