4 jaar geleden

Erfzonde, fysieke dood, goddelijk oordeel

Gevolgen van de zondeval – Genesis 3 t/m 8

Ooit was de aanblik van de wereld totaal anders. Werkelijk heel de aarde verkeerde in een volmaakt harmonische toestand. Verwoestende natuurrampen, zoals orkanen en aardbevingen, waren nog onbekende verschijnselen. Maar niet alleen de levenloze schepping bevond zich in deze rusttoestand. Nee, heel de schepping ademde een volkomen rust uit, inbegrepen de dieren- en plantenwereld. Geen enkele diersoort werd nog door een andere verscheurd. Immers, er was nog geen sprake van de hedendaagse indeling van het dierenrijk in carnivoren (vleeseters), omnivoren (alleseters) en herbivoren (planteneters). Leeuwen bijvoorbeeld waren, evenals hun hedendaagse prooidieren, nog herbivoren. Ook andere afwijkingen van de oorspronkelijke ordening in het dierenrijk, zoals bijvoorbeeld sprinkhanenplagen, waren nog onbekende fenomenen. Wat betreft de bomen, planten en struiken: daaraan groeiden nog geen doornen, distels of giftige vruchten.

Ooit was de aanblik van de wereld zo totaal anders. Pijn, ziekte, verval en dood hadden er nog geen toegang. Tótdat de zondeval in de Hof van Eden plaatsvond. Daardoor werd alles anders. Zowel voor de mensheid alsook voor de flora en fauna. Door heel de schepping heen heeft deze regelrechte catastrofe de diepst denkbare sporen nagelaten. Vanuit Genesis 3 t/m 8 willen we vooral stilstaan bij de tragische gevolgen voor het menselijk geslacht.

Het belang van Genesis

Onder de zesenzestig boeken van de Bijbel neemt Genesis een unieke plaats in. Terecht wordt het vaak het ‘boek van het begin’ genoemd. Van talloze zaken, principes, volkeren, enzovoorts, staat het begin of de oorsprong ervan in Genesis opgetekend. Meteen bij het openingsvers komt dat al duidelijk tot uitdrukking: “In het begin schiep God de hemel en de aarde” (1:1). Genesis vormt in veel opzichten een noodzakelijke inleiding op het verdere vervolg van de Schrift. Zonder het licht van Genesis blijven de volgende vijfenzestig boeken van de Bijbel geheel of gedeeltelijk in duister gehuld. Zicht op Genesis is noodzakelijk en cruciaal voor zicht op de navolgende Bijbelboeken. Daarmee is het belang van het Bijbelboek Genesis nauwelijks te overschatten. Laten we met deze vaststelling voor ogen stilstaan bij Genesis 3 t/m 8. Daarbij willen we slechts kort het overzicht schetsen.

Genesis 4 t/m 8: een nieuwe ‘orde der dingen’

De wereld vóór Genesis 3 verschilde wezenlijk van de wereld ná Genesis 3. Zondermeer betekende de zondeval uit Genesis 3 een duidelijk keerpunt. Daarvan getuigt de Bijbel feitelijk onophoudelijk. Ontegenzeglijk had de zondeval dramatische gevolgen. Verreweg de meest ingrijpende van deze gevolgen vinden we in Genesis 4 t/m 8. Daarbij worden we specifiek bij de gevolgen voor de mensheid bepaald. Deze hoofdstukken volgen direct op de beschrijving van Adam’s val. Met andere woorden: God liet bij wijze van spreken geen moment voorbijgaan om de gevolgen daarvan voor ogen te stellen. Genesis 3 beschrijft de inktzwarte geschiedenis van de zondeval, Genesis 4 beschrijft ondermeer de tragische broedermoord van Kaïn op Abel, Genesis 5 vermeldt de dood van Adam en zijn nageslacht, met Genesis 6 begint de beschrijving van de zondvloed. Uiteraard zijn deze geschiedenissen niet toevallig achter elkaar geplaatst. Daarmee had Gods Geest een duidelijke bedoeling. Een bedoeling die boven de chronologische volgorde uitstijgt. Naast en door deze geschiedenissen heen wordt eveneens een andere geschiedenis verhaald.

Om concreet te worden: boven Genesis 3 kunnen we het opschrift ‘zondeval’ plaatsen. Daarover gaat het in Genesis 3. Vervolgens kunnen we boven Genesis 4 het opschrift ‘erfzonde’ plaatsen. Daarover gaat het namelijk in Genesis 4. Daarna kunnen we boven Genesis 5 het opschrift ‘fysieke dood’ plaatsen. Want daarover gaat het in Genesis 5. Uiteindelijk kunnen we boven Genesis 6-8 het opschrift ‘het oordeel van God’ plaatsen. Daarover gaat het in Genesis 6. Achtereenvolgens worden we daardoor bij de zondeval, de erfzonde, de fysieke dood en het goddelijk oordeel bepaald. Naar mijn stellige overtuiging ligt daarin een diepere betekenis. Er valt namelijk een lijn in te ontdekken. Namelijk: door de zondeval (Genesis 3) wordt elk mens geboren met een zondige natuur (Genesis 4), waardoor voor elk mens eens de fysieke dood zal intreden (Genesis 5), waarna het oordeel van God wacht (Genesis 6-8).

Genesis 4 t/m 8 openbaart de universeel geldende, ernstige gevolgen van de zondeval. Niemand uitgezonderd komen wij allen met een zondige natuur ter wereld, zullen wij allen1 eenmaal sterven, waarna2 wij allen voor een goddelijke troon zullen verschijnen. Door Adam’s val in het paradijs werden deze dingen onherroepelijk realiteit. De zondeval bracht een nieuwe ‘orde der dingen’ teweeg. Zonder twijfel – wie zal dat betwisten? – behoren deze hoofdstukken van Genesis daarmee tot de donkerste en ernstigste van de gehele Bijbel.

Jezus Christus, het Zaad van de vrouw, de beloofde Verlosser

Toch is er hoop. Geen enkel mens hoeft in zondeschuld te sterven. Geen enkel mens hoeft in zondeslavernij te blijven. Geen enkel mens hoeft in principe nog door angst voor de dood verlamd te worden. Zelfs zou geen enkel mens hoeven vrezen om voor God te verschijnen. Want Gods geschiedenis met de gevallen mensheid ging verder. Meteen na de zondeval beloofde God een Verlosser: “En Ik zal vijandschap teweegbrengen tussen u [de slang, de duivel] en de vrouw, en tussen uw nageslacht [SV: zaad] en haar Nageslacht [SV: zaad]; Dat zal u de kop vermorzelen, en u zult Het de hiel vermorzelen” (Genesis 3:15, HSV).

Tweeduizend jaar geleden werd deze beloofde Verlosser geboren. Jezus Christus, de Zoon van God. Geboren uit een maagd, “geboren uit een vrouw” (Galaten 4:4b). Christus is het Zaad van de vrouw, verwekt door Gods Geest. Daarmee werd het eerste gedeelte van de belofte vervuld. Ongeveer drieëndertig jaar later werd op Golgotha het tweede gedeelte vervuld. Stervend aan een kruis heeft Christus de duivel – zoals Hebreeën 2:14b het zegt – “teniet gedaan”. Anders gezegd: zijn kop werd vermorzeld. Golgotha betekende zijn onomkeerbare, volkomen nederlaag.

Maar tevens werd voorzien in de oplossing voor de gevolgen van de zondeval. Christus’ dood en opstanding vormen in elk opzicht het onmiskenbare keerpunt. Indien u daarin gelooft, is uw zondeschuld uitgedelgd. Tevens is dan uw zondeslavernij verbroken. Verder is de dreiging, die van de dood uitging, dan geweken. Niet langer is het een doorgang naar het verderf, maar veeleer een ingaan in de heerlijkheid. Tenslotte kunt u dan onbevreesd voor God verschijnen, want geen gelovige zal ooit veroordeeld worden. Zoals eertijds ook Noach niet werd getroffen door de zondvloed. Enkel onze werken zullen dan beoordeeld worden. Indien we oprecht geloven, is alles rechtgezet. Want in Christus’ dood en opstanding is de door de zondeval veroorzaakte orde der dingen effectief doorbroken.

J.C. van de Haar

NOTEN:

1. Behalve uiteraard de gelovigen die de opname tijdens hun leven meemaken. Lees daartoe 1 Korinthiërs 15:51-55 en 1 Thessalonicenzen 4:13-18.
2. Lees ook Hebreeën 6:2b; 9:27.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol