1 uur geleden

Een korte studie over de komst van de Heer (3)

De Opname en Zijn wederkomst in heerlijkheid

Inhoud

  • 2. De twee fasen van de komst van de Heer
    > 2.1 De opname van de gelovige
    > 2.2 De komst in heerlijkheid

Leidende verzen: Johannes 14; 1 Thessalonicensen 4; 2 Thessalonicenzen 1en 2; Mattheüs 24; Zacharia 14 vers 5

2. De twee fasen van de komst van de Heer

Twee reeksen van beloftes zijn nog niet vervuld:

2.1 De Opname van de gelovigen

In het Nieuwe Testament kondigt de Heer Jezus aan, dat Hij zal terugkeren om de Zijnen tot Zich te nemen (Joh. 14:3). Deze belofte moet worden onderscheiden van de belofte die verwijst naar de komst van de Trooster, de Pleitbezorger (Joh. 14:16), de Heilige Geest, die met Pinksteren naar de aarde kwam. De Heer Zelf is nog niet Persoonlijk teruggekeerd. Deze belofte van Zijn terugkeer voor de opname van Zijn verlosten moet nog worden vervuld. Lees: Johannes 14 vers 2-3; 1 Thessalonicenzen 4 vers 13-18; 1 Korinthe 15 vers 51-52.

De Heer heeft gezegd: “kom Ik weer” (Joh. 14:3). Paulus schrijft aan de Thessalonicenzen: “Want de Heer Zelf zal … neerdalen van [de] hemel” (1 Thess. 4:16). De Heer vertrouwt de zorg voor het thuisbrengen van Zijn bruid dus niet toe aan de engelen.

Wie zal Hij thuis halen?

  • “De doden in Christus” (1 Thess. 4:16)
  • Deze woorden lijken zowel de heiligen van het Oude Testament als die van de gemeente te omvatten. Dit is in overeenstemming met Romeinen 3 vers 24-26, waar we het principe vinden, dat zowel gelovigen van vóór het kruis als gelovigen van nu profiteren van de “verlossing die in Christus Jezus is.”
  • “Wij, de levenden” (1Thess. 4:17)
    Deze uitdrukking impliceert twee dingen: Het woord “wij” laat zien, dat alleen gelovigen die leven hebben, die “zonen van [het] licht en zonen van [de] dag” zijn (1 Thess. 5:5), zullen worden opgenomen in de hemel. Aan de andere kant, wanneer Paulus zich tot de Thessalonicenzen richt met “Wij die leven,” betekent deze uitdrukking tegelijkertijd, dat hij de wederkomst van de Heer tijdens zijn leven verwachtte. De Schrift leert ons immers altijd, dat we Hem vandaag moeten verwachten, niet over een jaar, tien of duizend jaar. Het feit, dat de Heer Jezus niet tijdens het leven van de apostel Paulus is teruggekeerd, doet niets af aan de belofte van Zijn wederkomst, maar leert ons juist, dat ook wij Hem moeten verwachten, en wel vandaag.
  • “Allen” (1 Kor. 15:51)
  • Niet alleen gelovigen die trouw zijn in hun wandel, maar alle verlosten van de Heer zullen bij Zijn wederkomst worden opgenomen, omdat zij hun vertrouwen hebben gesteld in Zijn werk, dat aan het kruis is volbracht. Zij zullen niet worden opgenomen vanwege hun werken, maar vanwege Zijn werk. Sommigen zullen worden gered “als door vuur heen” (1 Kor. 3:15); zij zullen hun beloning en hun kroon verliezen vanwege hun ontrouwe gedrag. Maar niemand van hen die werkelijk wedergeboren zijn, die kinderen van God zijn door het geloof, zal achterblijven.

Om opgenomen te worden in de hemel, is het daarentegen niet genoeg om “Heer, Heer” te zeggen, zoals vermeld in het evangelie van Mattheüs (Matth. 7:21), noch is het genoeg om in Zijn aanwezigheid gegeten en gedronken te hebben en Zijn leer te hebben gehoord. Hem eren met de lippen terwijl het hart ver van Hem verwijderd is, brengt geen leven, maar maakt de verantwoordelijkheid alleen maar zwaarder. Van hen aan wie veel gegeven is, zal veel gevraagd worden; iemand die het voorrecht heeft gehad het evangelie tientallen, zelfs honderden keren te horen, zonder zelf tot bekering en geloof te zijn gekomen, zal buitengesloten worden zodra de Meester opstaat en de deur sluit (Luk. 13:26). Laten we ervoor zorgen, dat we niet tot zulke mensen behoren!

Hoe zal dit gebeuren?

1 Thessalonicenzen 4 vers 16-17: “Want de Heer Zelf zal … neerdalen van [de] hemel, en de doden in Christus zullen eerst opstaan; daarna zullen wij, de levenden die overblijven, samen met hen in wolken worden opgenomen de Heer tegemoet in de lucht.”

Op het moment van de wederkomst van de Heer Jezus zal het niet meer mogelijk zijn zich te bekeren. Bekering duurt niet lang. Een blik op het kruis is genoeg, ook al heeft het voorafgaande werk aan geweten en hart veel tijd gekost. Maar zelfs voor deze blik op het kruis zal het te laat zijn, want “in een ondeelbaar [ogenblik], in een oogwenk” (1 Kor. 15:52) is de Heer dan gekomen om de Zijnen tot Zich te nemen.

Wanneer vindt de Opname plaats?

Hebreeën 10 vers 37: “Want nog een zeer korte tijd [en] ‘Hij die komt, zal komen en niet uitblijven … .”

In Openbaring is de Heer nog specifieker. In de brief aan Filadelfia zegt Hij voor het eerst: “Ik kom spoedig” (Openb. 3:11). En in het laatste hoofdstuk van de Bijbel wordt deze zin nog drie keer herhaald. Dit zijn zelfs de laatste woorden die u Hem zult horen spreken voordat het boek eindigt.

Er staat dus geen datum vast. Gelovigen zijn echter geroepen om elke dag op de Heer te wachten; en als Hij vandaag niet is gekomen, is morgen een nieuw vandaag. Aan de andere kant hebben we, op basis van wat we in het vorige hoofdstuk hebben gezien en alle passages die daarmee verband houden, alle reden om te geloven, dat deze komst zal plaatsvinden voordat de aarde wordt getroffen door de verschrikkelijke oordelen die hun hoogtepunt bereiken in de tijd van de grote verdrukking. De gemeente zal voor haar Bruidegom uitgaan om met de Koning der heerlijkheid naar de aarde terug te keren (Openb. 19:14; Zach. 14:5).

2.2 De komst in heerlijkheid

In het Oude Testament kondigen vele beloften de heerschappij van vrede en gerechtigheid van de Messias op aarde aan. De Messias is zeker gekomen; het grote Licht heeft geschenen, maar Hij werd niet als Koning ontvangen; integendeel, Hij werd uitgeroeid en had niets (Dan. 9:26). De vervulling van al deze beloften laat nog steeds op zich wachten. Ze zullen worden vervuld bij de komst van de Heer Jezus in heerlijkheid, wanneer Hij Zijn koninkrijk op aarde zal vestigen, gereinigd door de oordelen. Lees: Openbaring 1 vers 7, 19; Mattheüs 24 vers 15, 29-31; Zacharia 14 vers 3,5; 2 Thessalonicenzen 1 vers 7-10; 2 vers 3-12.

Aan allen die de genade hebben afgewezen en de liefde voor de waarheid niet hebben aangenomen om gered te worden, zal God “een werking van [de] dwaling zenden om de leugen te geloven” (2 Thess. 2:10-11). Zo zullen al diegenen die het evangelie vóór de wederkomst van de Heer hebben verworpen, niet langer de kans krijgen om tot Hem te komen.

In de periode na de opname van de gelovigen tot de wederkomst van de Heer in heerlijkheid, zal het evangelie van het koninkrijk, het eeuwig evangelie (Openb. 14:6), worden verkondigd. We zien in Openbaring 7 vers 9 en 14, dat in deze tijd een “grote menigte die niemand kon telllen, uit elke natie en [alle] geslachten en volken en talen” gered zal worden en dat zij – hetzij zij door de dood te gaan, hetzij zij op wonderbaarlijke wijze beschermd worden – deel zullen hebben aan het koninkrijk van Christus.

Maar gedurende deze periode zullen de verschrikkelijke oordelen, zoals gesymboliseerd door de zegels, vervolgens door de bazuinen en schalen, een zeer groot deel van de mensen die op aarde leven vernietigen: een kwart, en vervolgens een derde door de zegels en de bazuinen (Openb. 6:8; 9:18, enz.). Rivieren van bloed zullen worden vergoten (Openb. 14:17-20; Jes. 13:9-12). Volgens Zacharia 13 vers 8 zal tweederde van de Joden die naar hun land zijn teruggekeerd, worden uitgeroeid, en bij Harmagedon (Openb. 16:12-16; 19:19-21) in Palestina zullen talloze legers van het Westen worden vernietigd. Volgens Ezechiël 38-39, in verband met de invasie van Gog en Magog, zal er zo’n massale sterfte plaatsvinden, dat het zeven maanden zal duren om de lichamen te begraven (Ezech. 39:12). Een vers als Zacharia 14 vers 12 roept beelden op van vernietigingswapens zoals we die vandaag de dag zien.

De glorieuze verschijning van de Heer zal een einde maken aan deze verschrikkelijke periode. Het zal voor iedereen zichtbaar zijn (Openb. 1:7) en plotseling zijn (1 Thess. 5:2-3). Hij zal komen te midden van Zijn heilige tienduizenden (Judas 14-15), op de Olijfberg (Zach. 14:3-4), waar Hij ooit de beker uit de hand van de Vader ontving (Matth. 26:30-39) en vanwaar Hij werd opgenomen in de hemel (Hand. 1:11-12). Daar was de heerlijkheid van de Heer, toen Hij de tempel in Jeruzalem verliet, ingehouden, ​​voordat zij met tegenzin verdween (Ezech. 11:22-23).

Zijn verschijning zal de vernietiging van de “mens van de zonde” (2 Thess. 2:3) tot gevolg hebben, de overwinning op de opstandige volken (Openb. 17:14) en de bevrijding van de gelovige Joden. Het beest en de valse profeet zullen levend in de poel van vuur geworpen worden (Openb. 19:20), en satan zal voor duizend jaar gebonden zijn (Openb. 20:1-3).

Dan zal de verachte Naam van Jezus door iedereen erkend worden (Fil. 2:9-11); de Mensenzoon zal het koninkrijk ontvangen dat nooit zal vergaan (Dan. 7:13-14), en Hij die eens weigerde zich voor satan te buigen om over de wereld te heersen, zal “de heidenvolken als Uw eigendom” en “de einden der aarde als Uw bezit” ontvangen (Ps. 2:8). De vernederde Mensenzoon zal op aarde verhoogd en gekroond worden met heerlijkheid en eer (Ps. 8:6). In Openbaring 20 vers 1-7 wordt zes keer herhaald, dat het koninkrijk duizend jaar zal duren.

 

George André; © SoundWords

Online in het Duits sinds: 15.03.2011; geactualiseerd: 24.09.2026
Originele titel: “Courte étude sur la venue du Seigneur (3)”
Bron: www.bible-notes.org

Geplaatst in: ,
© Frisse Wateren, FW