4 jaar geleden

Een andere kant van ‘nine-eleven’

Op het moment dat ik deze woorden schrijf, is het al bijna twaalf jaar geleden. ‘Nine-eleven’. Oftewel 11 september 2001. Toen twee gekaapte vliegtuigen zich boorden in de Twin Towers. Wie zou de beelden daarvan ooit kunnen vergeten? Ongetwijfeld staan deze schokkende beelden zogezegd op miljoenen netvliezen gebrand. Enerzijds onvoorstelbare, bijna onrealistisch aandoende beelden. Anderzijds de afschuwelijke realiteit. Beelden die heel Amerika in diepe rouw dompelden. Beelden van dood en verderf op ongekende schaal. Ongetwijfeld toonde het kwaad op 11 september 2001 haar meest weerzinwekkende gelaat.

Maar er was eveneens een andere kant van ‘nine-eleven’. Een minder belichte, maar uiterst hoopvolle kant. Namelijk de kant van de genade van God. Waar de duivel de dood heeft gezaaid, daar heeft God het leven aangeboden. Eeuwig leven, door bekering en geloof in Jezus Christus, Zijn Zoon. Daarover circuleren verschillende getuigenissen. Eén daarvan heeft me bijzonder geraakt. Vanwege het belang ervan wil ik deze daarom doorgeven.

Tijdens een American Airlines-vlucht op 10 september 2001 werd een stewardess door een passagier aangesproken. Deze had namelijk gezien dat de vrouw ijs probeerde te breken met een wijnfles en was bezorgd dat ze zich zou verwonden. Geraakt door de bezorgdheid van deze man ontstond een gesprek. Tijdens het gesprek gaf de man, een christen, de vrouw een traktaat. Het bleek het zesde traktaat dat ze in korte tijd had ontvangen. Waarop ze vervolgens reageerde: “Wat wil God toch van me?”.

Een dag later had de vrouw opnieuw dienst. Voor het laatst van haar leven. Want tijdens deze dienst bevond ze zich op één van de vluchten die zouden eindigen in het World Trade Center…

Geliefde lezer(es),

Het is duidelijk wat God wilde. Of, wellicht beter gezegd, niet wilde: namelijk dat deze vrouw in haar zonden zou sterven. Via een zestal traktaten probeerde God, in de meest cruciale fase van haar aardse leven, de aandacht van deze vrouw te trekken. Opdat ze door bekering en geloof behouden zou worden. Behouden voor de eeuwigheid.

Niemand weet wat de dag van morgen hem of haar zal brengen. Sterker nog: niemand weet wat de dag van vandaag zal brengen zelfs. Ik niet en u ook niet. Niemand weet wanneer de laatste dag van zijn of haar aardse bestaan zal aanbreken. Daarom moeten we elke dag gereed zijn om God te ontmoeten. Alleen wie gelooft in Christus, heeft vergeving van zonden, en kan God zonder angst ontmoeten. Bent u, door geloof in het Evangelie van de kruisdood en opstanding van Jezus Christus, al verzoend met God? Zo niet, dan smeek ik u: bekeer u tot God. Belijdt Hem uw zondeschuld. Geloof in het vergoten bloed van Christus tot vergeving van zonden. Wacht niet tot morgen. U weet immers niet wat er morgen kan gebeuren. “Ik ben de Opstanding en het Leven; wie in Mij gelooft, zal leven, ook al was hij gestorven, en ieder die leeft en in Mij gelooft, zal niet sterven in eeuwigheid. Gelooft u dat?” (Jezus Christus in Johannes 11:25-26).

J.C. van de Haar

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol