14 jaar geleden

De profeet Daniël (6)

Hoofdstuk VI


Beste cursist(e),

Deze geschiedenis is heel bekend. Zelfs veel kinderen kunnen het navertellen. Daniël in een kuil met leeuwen gegooid en er toch levend uitgekomen! Hoe bestaat het! Maar laten we bij het begin beginnen. Waarom werd hij er eigenlijk ingegooid? Hij had immers één van de hoogste posities toegewezen gekregen van de koning.

Vraag 1. Waarom gaf de koning hem die?

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

De andere medewerkers ven de koning werden jaloers op Daniël. Ze haatten hem en probeerden op alle mogelijke manieren iets te vinden, wat hij verkeerd deed. Maar Daniël deed zijn werk trouw en was onberispelijk in alles. Hierin is Daniël een groot voorbeeld voor ons. Hoe doen wij ons werk. Hoe staan wij tegenover onze werkgever? Valt er op ons wel iets aan te merken? Laten wij altijd eerlijk en oprecht zijn. Laat ons doen en laten tot eer van de Heer zijn!

Vraag 2. Wat lezen we in Filippi 2:14?

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

Vraag 3. In Kolosse 3 vers 17 staat:

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

Het was de anderen duidelijk, dat ze Daniël maar op één manier konden ‘pakken’: zijn geloof en trouw aan God! Die trouw van hem kenden ze allemaal!
Die trouw …, daar konden ze een valstrik van maken, want ze rekenden er op, dat Daniël hoe dan ook trouw zou blijven aan zijn God!

Wat zou het geweldig zijn, als anderen dat van ons konden zeggen! Dat wij oprechte Christenen zijn en altijd trouw aan Gods geboden! Wat zou dat tot eer van God zijn! Maar ook het bewijs van onze liefde jegens Hem, die ons zo heeft liefgehad, dat Hij Zichzelf voor ons overgaf. “Wie Mijn geboden heeft en ze bewaart, die is het die Mij liefheeft” (Johannes 14:21). Het is dus liefde en trouw!

Het gemaakte plan sprak koning Darius wel aan. Dertig dagen lang mocht men alleen maar iets aan hem vragen. Alles draaide om hem ! Wat zal dit voorstel de ijdelheid van Darius gestreeld hebben.
Het was hoogmoed! Een mens eigende zich de plaats toe, die alleen God toekwam!

Vraag 4. Wat deed Daniël?

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

Daniëls geloof wankelde niet. Hij bleef God trouw en richtte zijn blik naar Jeruzalem, hemelwaarts zouden wij zeggen. Daardoor bleef hij bewaard! Hij ging niet redeneren van: als ik zus of zo doe, dan kan ik én God dienen, het de koning naar de zin maken. Nee, hij diende alleen God en vertrouwde op Hem!
“Vertrouw op den HEERE met uw ganse hart, en steun op uw verstand niet” (Spreuken 3:5).
Toen de anderen hem aanklaagden bij Darius, bleek uit hun woorden heel duidelijk de haat tegen de Joden en tegen de God van de Joden.

Vraag 5. Hoe noemden ze Daniël?

………………………………………………………………………………………………………………………..

(Darius dacht heel anders over Daniël; kijk maar in vers 3)

Vraag 6. Wat probeerde Darius nog te doen?

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

De onschuldige werd gestraft. Toch werd door dit alles God verheerlijkt! Want hoewel Daniël in de leeuwenkuil werd gegooid, verloste God hem. Evenals Sadrach, Mesach en Abednégo door het vuur van de oven moesten, moest ook Daniël dit ondergaan, opdat uiteindelijk God de eer toekwam.

Vraag 7. De Heer kent de Zijnen. Wat lezen we daarover in Nahum 1:7?

………………………………………………………………………………………………………………………..

Lees nu eens Psalm 9:16 en 17.

Vraag 8. Aan welk spreekwoord denk je nu?

………………………………………………………………………………………………………………………..

De trouw van Daniël werd beloond. Niet om hemzelf, maar om God. Door de trouw van Daniël, kreeg God de eer die Hem toekwam! Lees nog maar eens wat koning Darius tegen Daniël zei in vers 21 tot 28. Hij had gemerkt, dat God kon verlossen. Daarom schreef hij een brief “… aan alle volken, natieën en tongen, die op de aarde woonden” (vers 26). Hij maakte aan iedereen de grote daden van God bekend!

Hoe is dat bij ons? Vertellen wij anderen over de grote daden van God? Of schamen wij ons daarvoor? Komen wij er eerlijk voor uit, bij de Heer te horen? Of proberen we ook ergens een middenweg te vinden? Vooral niet te veel op te vallen in onze buurt, op ons werk of op school. Daniël kwam er eerlijk voor uit. Anderen kenden zijn trouw. Och, laat dat bij ons ook zo zijn. Wat hebben wij een geweldige boodschap voor de mensen om ons heen. Wij hoeven geen brieven de wereld in te sturen, laten wij dichtbij beginnen.

Vraag 9. Wat zei de Heer Jezus tegen Zijn discipelen, toen Hij op het punt stond om terug te gaan naar de hemel? (Handelingen 1:8)

………………………………………………………………………………………………………………………..

Zij moesten dus ook dichtbij beginnen! Laten wij dat ook doen! Laten wij het verlangen in ons hart hebben om aan de mensen waarmee we in aanraking komen, te vertellen van de Heer! Natuurlijk hoeft je niet iedereen ‘zo maar’ aan te spreken op straat. Natuurlijk hoef je bij je in de buurt niet steeds met de Bijbel in de hand klaar te staan. Als wij dat graag willen, dan mogen we de Heer vragen om een gelegenheid om van Hem te getuigen. Dat hoeft niet met veel woorden, misschien zijn onze daden wel veel belangrijker. Laten we door ons doen en laten, aan anderen tonen, dat we bij de Heer horen.

Misschien is er hij u in de straat wel iemand, die ziek of eenzaam is, ga dan eens op bezoek. Of ga boodschappen doen voor iemand die slecht ter been is. Door deze ‘daden’, komt er vanzelf een tijd van ‘woorden’. Dan kunt u vertellen van Hem. ‘Maar’, zegt u misschien:

  • ik ben zelf eenzaam …
  • ik heb zelf zorgen …
  • ik ben zelf slecht ter been …
  • ik lig zelf elke dag op bed en ben hulpbehoevend’.

Vergeet dan vooral niet, dat de Heer u kent. Hij weet wat u door moet maken. Hij is bij u als u het moeilijk hebt.

Vraag 10. De woorden van de Heer in Hebreeën 13:5 b gelden ook voor u. Wat staat daar?

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

Als u dan nog even verder leest, in Hebreeën 13:6 staat: “De Heer is mij een Helper, en ik zal niet vrezen …”. Dan kun je, ondanks de moeilijke omstandigheden, toch blij zijn. Blij in de Heer. Die ook voor jouw, als je Hem kent als jouw Heiland, een prachtige toekomst heeft! Voor eeuwig bij Hem in het Vaderhuis! Dát mag jij aan anderen laten zien en horen! Tot eer van Hem!

Ziezo, dit was dan les 6. Ik hoop dat het nog steeds aanspreekt. Sterkte voor de volgende les.

Heel hartelijke groet in Hem die onze ziel bemint.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW