13 jaar geleden

De profeet Daniël (3)

Hoofdstuk III

 

Praktische tips: Zie les 1 + 2.
Hoe kunt u mee doen? Zie les 1 + 2.

In het vorige hoofdstuk hebben we gezien, dat Nebukadnézar mooie dingen zei over God. Maar in dit derde hoofdstuk was hij blijkbaar alles vergeten. Hij maakte een beeld; hij wilde een eigen god hebben; of eigenlijk wilde hij zelf god zijn. Let eens op dat Goliath ruim 6 el lang was (1 Samuël 17:4). Dit beeld van Nebukadnézar was 60 el hoog en 6 el breed (vers 1). Kijk, dat groeit naar 666 (Openbaring 13:18).
Als koning was hij zo dom nog niet, zouden wij zeggen. Want voor het besturen van een koninkrijk is het nodig dat er een eenheid in het land heerst. En Nebukadnézar had wel door, dat één staatsgodsdienst heel goed zou zijn voor de eenheid en rust in zijn koninkrijk. Deze gedachtengang treffen wij heel vaak aan in de wereldgeschiedenis.
Er is echter maar één die hier uiteindelijk achter zit: de duivel. Hij wil graag dat de mensen een voorwerp van verering hebben, opdat de mens zich alleen daarop richt. Want dan denkt men immers niet na over de eeuwige dingen, en over alles wat met God de Vader en met de Heer Jezus te maken heeft! Is het niet opmerkelijk hoe ook de muziek wordt ingeschakeld om dat eenheidsstreven mee te bewerken. En ook hoe dat in dit hoofdstuk telkens uitvoerig geschilderd wordt. De mensen moeten er echt van onder de indruk komen. Zoals het nu door de media de mensen ingepompt wordt: iedereen moet hetzelfde gaan denken en doen, men moet bij “de groep” behoren. Is de Bijbel niet actueel, zei je?!

Vraag 1. Johannes 14 vers 6 is het betere deel. Wil je dat eens overschrijven?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

Dus de Heer Jezus is dé Waarheid!

Vraag 2. Wat lezen wij in Johannes 8 vers 44 over de duivel?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

Nebukadnézar kende God niet als de enige, waarachtige God van hemel en aarde. Hij dacht alleen aan zijn eigen eer. Alleen hij was belangrijk. Toch waren er mannen in zijn koninkrijk die daar anders over dachten: Sadrach, Mesach en Abéd-Nego, vrienden van Daniël. Zij bogen niet voor het beeld. Zij bleven trouw aan God en wilden alleen Hem eren, welke gevolgen dat ook zou hebben. Lees maar vers 17 en 18.

Vraag 3a: Zij vertrouwden op de verlossing door God. Mocht God hen niet verlossen, dan zouden ze

……………………………………………………………………………………………………………………..!

Dat is even wat! Hoe durfden ze de koning zo te antwoorden?! Nebukadnézar was dan ook woedend! Hij had hen zelfs nog de kans gegeven het weer goed te maken (zie vers 14 en 15). Hij zal zeker waardering voor deze mannen hebben gehad, voor de manier waarop zij voor hem werkten. Het zou jammer voor hem zijn, hen kwijt te raken. Toch grepen de drie vrienden dit aanbod van de koning niet aan. Zij bleven standvastig bij hun keuze. Dat was niet omdat ze eigenwijs of brutaal wilden zijn. Of, omdat ze meenden er verstandig aan te doen. Nee, dit gaf hun hart hen in, het was een antwoord van “geloof en vertrouwen in God”. Zij kozen voor God! Zij wilden alleen Hem gehoorzamen en dienen! “Weest getrouw tot de dood, en Ik zal u geven de kroon des levens” (Openbaring 2:10b).

Vraag 3b: Welk vers uit de brieven aan Timotheüs van de apostel Paulus gaat over vervolging?

……………………………………………………………………………………………………………………….

Ook voor ons geldt, dat er in deze wereld veel is wat een enorme invloed op de mens heeft. Maar … een negatieve invloed! Het trekt ons van de Heer af en richt ons oog en verlangen alleen maar op aardse, tijdelijke dingen. Maar wat is dat vergeleken bij de eeuwigheid, die ons wacht?! We zien dat de werkwijze van de duivel nog niets veranderd is. De drie vrienden hebben ook ervaren, dat de Heer helpt als men op Hem vertrouwt.

Vraag 4. Wat lezen wij in Nahum 1 vers 7?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

God had natuurlijk kunnen voorkomen dat de drie vrienden in het vuur werden geworpen. Toch deed Hij dit niet. Het was voor de vrienden veel heerlijker Gods nabijheid in de oven te ervaren, dan Gods macht te zien, als Hij het vuur had voorkomen. Ze werden niet “bewaard” voor de vlammen, maar er wel voor “beschermd” door de Almachtige!
Daarin ligt ook een belangrijke les voor ons verborgen. Als wij voor de Heer kiezen, alleen voor Hem willen opkomen, kan dat ernstige gevolgen hebben. Men kan ons uitlachen en bespotten. Men kan bijvoorbeeld onze ramen of huizen bekladden, men kan ons bedreigen. En in sommige landen wordt men ontslagen of vervolgd, als je gelooft. Mensen kunnen een gelovige ernstige dingen aandoen. Toch blijkt in zulke omstandigheden steeds weer: De Heer is nabij.

Vraag 5. Hoe staat dat in Hebreeën 13 vers 6?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

Moeilijkheden brengen iemand vaak dichter hij de Heer, waardoor Hij meer eer ontvangt! Dat is juist de bedoeling van zulke moeilijke omstandigheden. Lees maar in Romeinen 5 vers 3 tot 5.
Maar de verdrukking, mishandeling of benadeling van een gelovige kan soms juist God verheerlijken. We zien dat ook hij Nebukadnézar. Hij zag geen drie, maar vier mannen in de oven! En toen de vrienden er uitgehaald werden, was er niets aan hen te zien of te ruiken! Onbegrijpelijk! Het gevolg hiervan was, dat Nebukadnézar bevel gaf, dat niemand een lastering mocht uitspreken tegen de God van Sadrach, Mesach en Abéd-Nego (Daniël 3:28-29). Hij zei er zelfs bij: “… er is geen andere God, Die alzo verlossen kan”.

Vraag 6. Wat staat er in de eerste zin van Psalm 76 vers 11?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

Dat zien we bij Nebukadnézar: door zijn woede (grimmigheid) werd tenslotte God verheerlijkt! Maar ook nu zien we, net als aan het eind van hoofdstuk 2: het hart van Nebukadnézar was niet geraakt! Hij praatte over “er is geen andere God” en “God der goden”, maar zei niet: “mijn God!” En daar gaat het nou juist om! Bij hem, maar ook in onze tijd!

Vraag 7. Lees eens Romeinen 3 vers 10 tot 12. Wat wordt hier van elk mens gezegd?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

Vraag 8. Wat is het gevolg van de zonde? (Romeinen 6 vers 23)

……………………………………………………………………………………………………………………….

Dat zou dus het gevolg zijn voor ieder mens. God kan de zonde niet door de vingers zien. Elk mens zal daarvoor de straf moeten ondergaan. Gelukkig is God genadig.

Vraag 9a. Door wie is “genade en waarheid” geopenbaard en hoe?

……………………………………………………………………………………………………………………….

Vraag 9b: Vul aan wat in Romeinen 6 vers 23 we daarover lezen.

“De genadegave van God is het eeuwige leven in ………………………. …………….”.

Onbegrijpelijk voor ons, dat Hij ons zo lief had, dat Hij het liefste wat Hij had voor zondige mensen wilde geven: Zijn Zoon, Jezus Christus. Maar …, dat is niet voor ieder mens, zondermeer! “O nee?!”, vraag u zich misschien af. Nee! Dat geldt alleen voor die mensen die hun zonden voor de Heer beleden hebben en Hem aannamen als hun Heiland en Heer.

Vraag 10. Wie heeft eeuwig leven? (Johannes 3 vers 36)

……………………………………………………………………………………………………………………….

Dus geloven! Met heel je hart. En niet zoals bij Nebukadnézar, alleen met het verstand. Zijn hart en geweten waren niet geraakt. Bij hem was het maar voor een bepaald moment. Hij was maar even onder de indruk van Gods almacht. Hij zag God niet als Heer. Hij wilde zelf de baas blijven over zijn leven. O, dat het bij ons toch niet zo zal zijn! Geef de Heer de plaats en de eer die Hem toekomt! Laat de Heer Jezus onze Heer zijn. Laat Hij het voor het zeggen hebben in jouw en mijn leven!

Ziezo, dit was al weer les 3. “Alle Schrift is door God ingegeven en nuttig om te leren …” (2 Timotheüs 3:16).

Heel hartelijke groet in Hem die onze ziel bemint.

Frisse Wateren – rm

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW