13 jaar geleden

De profeet Daniël (12)

Hoofdstuk XII

Beste cursist(e),

Uit dit laatste hoofdstuk van Daniël (vers 1) blijkt, dat er een verschrikkelijke tijd zal komen. Ook uit de vorige les weten we al dat dit met name Israël betreft, dat in dit vers tweemaal “uw volk” wordt genoemd. Jeremia spreekt in hoofdstuk 30:7 over “een tijd van benauwdheid voor Jakob”.
Ook de Heer Jezus heeft, in de tijd dat Hij hier op aarde was, hierover gesproken. Lees het maar na in Lukas 21:20-24.

Vraag 1. Om welke stad zal het met name gaan?

………………………………………………………………………………………………………………………..

Toch hoeven wij, als we de Heer Jezus kennen als onze Heiland, niet bang te zijn, dat we die periode, deze “grote verdrukking”, mee moeten maken. Want als we bij de Hem horen, dan maken we deel uit van Zijn Gemeente. En de Heer Jezus heeft beloofd, dat Hij de Gemeente, voor de grote verdrukking, zal ophalen en in het Vaderhuis zal brengen.

Vraag 2. Hoe lezen we dat in Johannes 14:2 tot 4?

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

Dit zal niet lang meer duren! Ook dat heeft de Heiland beloofd?

Vraag 3. Hij heeft gezegd in Openbaring 22:12: …………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

Alles hier op aarde wijst er op, dat Zijn komst aanstaande is! In Markus 13 lezen over dat wat gaat gebeuren voordat de grote verdrukking komt. Dus voordat de Heer Jezus komt!

Vraag 4. Noem een aantal dingen op uit vers 1 tot 8 waarvan de Heer gezegd heeft dat ze zullen gebeuren (wat we vandaag de dag al zien!).

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

Vraag 5. En wat lezen we in Markus 13:22?

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

Toch willen we nog eens zeggen, dat we niet bang hoeven ze zijn voor de komende dingen.
De Heer Jezus heeft gezegd, dat Hij “ons redt van de komende toorn” (1 Thessalonikers 1:10). En lees ook Openbaring 3:10.

Vraag 6. Waarvoor zal de Heer ons bewaren?

………………………………………………………………………………………………………………………..

De Heer Jezus haalt dus eerst Zijn Gemeente, Zijn hemelse bruid weg van de aarde, voordat Hij Zijn volk en de wereld gaat oordelen. Wat een voorrecht voor ons. Maar ook staat in vers 1 dat dan ook “uw volk zal verlost worden”, dat wil zeggen dat deel dat in Gods boek staat. Door heel de Bijbel heen schitttert ook Gods trouw voor Zijn uitverkoren volk. Hij zal dat volk moeten oordelen, louteren, maar telkens lezen we dan van “een overblijfsel”. Jozef noemde dat al tegen zijn broers. Genesis 45:7; Jesaja belooft het aan koning Hiskia in 2 Koningen 19:31; zie ook Jesaja 10:20-21, 11:11,16, enzovoorts. Want wat God beloofd heeft aan Abraham, en David, dat zal Hij ook doen.

Vraag 7. Van hoeveel groepen mensen lezen we in vers 2 van ons hoofdstuk, Daniël 12?

…………………….

Hoeveel wegen zijn er in Mattheus 7:13 en 14? …………………….

Hoeveel huizen in Mattheüs 7:24-27? ………………………

Wij zullen de eeuwigheid doorbrengen binnen of buiten de bruiloftszaal, bij of buiten Christus, bij de ene misdadiger naast het kruis van de Heer, of in gezelschap van de andere. Bij welke?
De Woorden van de Heer zijn betrouwbaar. Wat Hij gezegd heeft zal Hij ook doen! Daarvan lezen we in Markus 13:31 en 32.

Vraag 8. Wat zal wel en wat niet voorbijgaan?

………………………………………………………………………………………………………………………..

Al deze heerlijke beloften van de Heer, mogen we altijd voor ogen houden!

Daarboven in de Hemel.
ver van het aards gewemel,
is Jezus, onze Heer.
Zijn hand zal ons geleiden.
Hij ging ons plaats bereiden,
en komt dra tot ons weer!

Daniël heeft geprofeteerd van de komende dingen, maar hij “verstond het niet”. Hij moest zelfs de woorden verzegelen (vers 4, 8 en 9). Wat een verschil met Johannes in Openbaring 22:10! Hoe kan dat? We moeten goed bedenken dat Daniël leefde, voordat de Heer Jezus het kruiswerk had volbracht. En voordat de Heilige Geest op aarde was gekomen (Handelingen 2). Natuurlijk werden de profeten van het Oude Testament geleid door de Heilige Geest, maar wat zij spraken, begrepen ze zelf niet. Ze profeteerden over de genade van God en het lijden van Christus en de heerlijkheid daarna. Ze onderzochten welke tijd de Geest van Christus bedoelde, maar hun verstand was niet ‘geopend’. Hun profetie was voor henzelf een raadsel. Ze wisten dat zij niet profeteerden voor henzelf, maar voor ons (zie hiervoor 1 Petrus 1:10-12). Wij mogen deze dingen begrijpen, omdat de Heilge Geest in elke gelovige woont en deze dingen verklaart.

Vraag 9. Hoe heeft de Heer Jezus dat beloofd in Johannes 16:13?

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

Maar, zoals al gezegd, alleen de gelovige kan deze dingen, door de Heilige Geest geleidt, begrijpen. Voor een ongelovige, hoe nauwkeurig hij de Bijbel ook zal onderzoeken, blijven deze dingen, verborgen. De eenvoudigste gelovige mag van Gods plannen weten. Wat een voorrecht te mogen weten, wat de Heer doet (en gaat doen) met Israël, de Gemeente, de wereld, ja de hele schepping!
Een gelovige hoeft zich niet meer met het zondeprobleem bezig te houden. De oplossing daarvan is, eens en voor altijd gegeven door de Heer Jezus, door Zijn werk op het kruis van Golgotha. Maar we mogen ons bezighouden met de toekomst, die ons wacht en over de plannen van God nadenken. En als we dat doen, dan voelen we ons klein worden en gaan we Hem bewonderen en aanbidden.

Al Gods raadsbesluiten, al Zijn plannen, zal Hij uitvoeren. “Het is vastbesloten, het zal geschieden” (Daniël 11:36). Dat geldt dus voor het hele wereldgebeuren. Maar ook voor de Gemeente. Wat God beloofd heeft zal Hij doen, want …

Vraag 10. Want, God kan niet …………………., zo staat er in Titus 1:2.

Wat hebben wij toch veel reden om de Heer elke dag te danken. Te danken, dat we bij die God mogen horen, dat we Hem mogen kennen als Vader! En dat niet omdat wij zulke beste mensen waren. Integendeel, wij waren dode zondaars, wevenls elk ander mensenkind. Nee, het is alles door ZIJN GENADE, ZIJN LIEFDE voor ons.
Onbegrijpelijk!!!

Wij prijzen tot in ‘s Hemels sfeer,
het Lam, Dat voor ons stierf;
Daar leggen w’ onze kronen neer,
voor Hem, Die z’ ons verwierf.
Dan klinkt met harp en cimbelklank,
der zaal’gen lof en blijde dank:
Halleluja! HalleIuja!
Prijst God voor Zijn genâ.

WAT EEN HEERLIJKE TOEKOMST!

Dit is dan alweer de laatste les van de cursus over de profeet Daniël.
Graag hoor ik nog van u. Ga nu wel door met het lezen en onderzoeken van het Woord van God. U kunt als hulp daarvoor en daarbij ook Frisse Wateren gebruiken. Mocht u vragen hebben over de cursus of over andere dingen … stel ze gerust! Wilt u meer cursussen volgen: Zie op de site: www.frissewateren.nl

Hieronder vindt u nog eens hoe u kunt meedoen!

 

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW