14 jaar geleden

De profeet Daniël (11)

Hoofdstuk XI

Beste cursist(e),

Bij het lezen van dit hoofdstuk zien we weer: oorlog op oorlog, bedrog, leugen, list. Verschrikkelijk waartoe de mens, die geen rekening houdt met God, in staat is. Bij dit alles speelt het egoïsme een hele grote rol. Alleen maar denken aan zichzelf, aan eigen eer en doen waar men zelf zin in heeft. Daarvan lezen we verschillende keren in dit hoofdstuk: vers 3, 12, 36 en 37. Ook in voorgaande lessen hebben we al gezien, dat men uiteindelijk tegen God en alles wat Hem te maken heeft, in gaat.

Vraag 1. Schrijf het zinnetje uit onderstaande verzen op, waaruit dat blijkt.

vers 31: ……………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

vers 32: ……………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

vers 36: ……………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

vers 37: ……………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

We lezen in dit hoofdstuk ook weer verschillende keren: “ter bestemder tijd”. Dus aan dit alles is een tijdslimiet verbonden. God heeft het hele wereldgebeuren in de hand. Hij heeft van te voren besloten wat er allemaal zou gaan gebeuren. “Het is vast besloten, het zal geschieden” (vers 36).

Vraag 2. Schrijf de laatste regel van Efeze 1:11 op.

………………………………………………………………………………………………………………………..

God heeft hiervan veel aan Daniël laten weten, hetgeen voor ons ten dele al geschiedenis is. Maar een deel van de openbaringen aan Daniël staan nog te gebeuren. In les 8 hebben we al de antichrist genoemd. En hier in Daniël 11, vanaf vers 36, zien we hem weer.

Vraag 3. Schrijf een paar kenmerken van hem op.

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

Hij wil niets met God te maken hebben. De Heer heeft dit duidelijk in Zijn Woord naar voren laten komen, want het is iets gruwelijks voor God: dat hij – maar ook de mens van nu – zijn eigen wil doet. Hoe is dat bij onszelf? Willen wij altijd de wil van God doen? Stellen we Zijn wil op de eerste plaats in ons leven, of is ons eigen verlangen groter? O, dat het bij ons toch zo mag zijn, dat we elke dag iets meer op onze Heer Jezus gaan lijken. Want Hij is het volmaakte Voorbeeld voor ons. Hij deed alleen de wil van God, IN ALLES.

Vraag 4. Wat zegt Hij in Johannes 4:34?

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

Hij was in alles gehoorzaam aan Zijn God en Vader. Wij zijn, van nature, daartoe niet in staat.

Vraag 5. Lees Romeinen 7:15. Wat is er wel en wat is er niet?

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

Uit onszelf kunnen we het niet, laten we daarvan goed doordrongen zijn.
Maar … als wij werkelijk verlangen in ons hart om alleen Gods wil te doen, dan zal Hij ons helpen.

Vraag 6a. Wat lezen we in Filippi 2:13?

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

Van nature waren wij precies zo, staat in Romeinen 7:24: “Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit dit lichaam van de dood?” Wie kan ons helpen om niet meer de eigen wil te doen? Het antwoord staat in vers 25.

Vraag 6b. Schrijft u dat vers ook op?

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

Hem zij dank en eer!

Neem mijn leven, laat het, Heer,
toegewijd zijn aan Uw eer;
Neem mijn handen, dat zij ‘t merk
dragen van Uw liefdewerk.

Zij mijn wil in mij gedood,
en Uw wil mijn daag’lijks brood;
Elke schrede van mijn voet,
zij geheiligd door Uw bloed.

In Daniël 11 lezen we dat de antichrist aan het eind van de wereldgeschiedenis, “op de tijd van het einde” (vers 40), een grote rol zal spelen. Ook zien we in de verzen 41 tot 43, dat de slotfase van de wereldgeschiedenis zich zal afspelen rond Israël, “in het land van het sieraad” (vers 41 en 45). Waar hij uiteindelijk overwonnen zal worden.

Vraag 7. Hoe staat dat in het laatste vers van dit hoofdstuk?

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

Als we dit gedeelte lezen, dan gaan onze gedachten naar Zacharia 14. Lees hiervan maar eens de eerste negen verzen. De Heer Jezus zal Overwinnaar zijn!

Vraag 8. Op welke berg zullen de voeten van de Heer staan?

………………………………………………………………………………………………………………………..

Nog is het niet zover. Maar het ligt in Gods raad besloten en het zal gebeuren. Hij weet wanneer: “Het zal een enige dag zijn, die de HEERE bekend zal zijn” (Zacharia 14:7). Eens zal de Heer Koning zijn! Wat een geweldige tijd zal dat zijn!

Laten wij, zo lang we nog hier op aarde zijn, ons in alles op de Heer richten. Ook al ondervinden we moeilijkheden zoals verachting en bespotting of soms zelfs vervolging en gevangenis. Ook daarvan lezen we in Daniël 11:32: “… maar het volk die hun God kennen, zullen zij grijpen”. En lees ook vers 33.

Vraag 9. Wat zal er gebeuren met de leraars (wij zouden zeggen: ‘met hen die Gods Woord verkondigen’)?

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

We weten dat er vroeger Christenen gestorven zijn in de arena’s. Dat er vervolging was in Oost-Europa. En ze gebeuren nog, bijvoorbeeld in China, in Noord-Korea en in sommige Moslimlanden. Toch mogen we ook weten, dat vele gelovigen in de omstandigheden niet vrezen “voor hen, die het lichaam doden maar de ziel niet kunnen doden” (Mattheüs 10:28). Juist door hun trouw aan hun Heer, tijdens vervolging en marteling, werden soms anderen tot de Heer gebracht. Hoewel de vervolgden dit vaak helemaal niet te weten zijn gekomen. Dat hoeft ook niet. Het gaat er om dat ze hun Heer niet verloochend hebben en Hem trouw bleven. Laten we een voorbeeld aan hen nemen.

Als de profeet Jeremia het heel moeilijk heeft, dan vestigt hij zijn oog op God. Dat maakt hem nederig, maar zijn hoop en zijn vertrouwen is op God. Zoek dat maar eens op Klaagliederen 3:21 tot 26.

Vraag 10. Wat zijn de laatste vier woorden van vers 23?

………………………………………………………………………………………………………………………..

Ziezo, dit was dan les 11. Fijn hè, om zo met het Woord van God bezig te zijn?
Heel hartelijke groet in Hem die onze ziel bemint.

 

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW