Bijbelgedeelte: Daniël 6 vers 1-4
Leestijd: 6 minuten
Inleidende opmerkingen over Daniël 6
Dit hoofdstuk sluit het historische gedeelte van het boek Daniël af. Hier, in Daniël 6, treffen we het tweede rijk aan, dat in de droom van Nebukadnezar in Daniël 2 vers 39 wordt beschreven als lager in waarde dan het Babylonische rijk, wat betekent dat het een zwakkere autoriteit zou hebben. Een verdere zwakheid van dit tweede rijk is, dat het altijd in samenhang met het Medische rijk wordt genoemd. Een andere zwakte was, dat de heersers nooit een uitgevaardigd bevelschrift mochten herroepen, wijzigen of terugdraaien (Dan. 6:9,13,16). De fundamentele wet van deze Meden en Perzen bevatte dus een bepaling, die vastlegde dat geen enkel uitgevaardigd bevelschrift kon worden herroepen. Dit betekende een absolute beperking van de overheidsmacht, die zich in feite voor alle tijden bond aan elk ooit uitgevaardigd bevelschrift.
Darius zelf was in ieder geval een Mediër, geen Pers. Zelfs vóór de opkomst van de Perzen waren de Meden al een machtig rijk. Maar Cyrus, de eerste koning van Perzië, versloeg de Meden als één van zijn eerste veroveringen. Desondanks had hij een zeker respect voor hen, waardoor hij het Medische Rijk niet vernietigde, maar onderwierp en toestond, dat het naast zijn Perzische rijk bleef bestaan. Daarom worden de Perzen bijna nooit alleen genoemd, maar altijd de Meden en Perzen, en soms zelfs de Perzen en Meden. Vaak worden de Meden echter zelfs als eerste genoemd. Dit toont het respect aan, dat de koningen van Perzië hadden voor dit reeds machtige Medische rijk. Het Medo-Perzische rijk wordt ons dus meteen gepresenteerd in een zwakkere vorm dan het Babylonische Rijk. De door God gegeven autoriteit van Babylon werd in de daaropvolgende wereldrijken nooit meer bereikt.
Het Babylonische Rijk bestond ongeveer 68 jaar, het kortste van alle vier de wereldrijken. Het daaropvolgende Medo-Perzische Rijk duurde ongeveer 202 jaar, gevolgd door het Griekse Rijk van ongeveer 306 jaar, en vervolgens de eerste fase van het Romeinse Rijk van ongeveer 508 jaar. De tijdsduur van de rijken nam dus gestaag toe, maar het gezag van hun respectievelijke heersers nam evenredig af.
Het Medo-Perzische Rijk was niet alleen zwakker wat betreft het gezag van zijn heersers, maar het was ook een menselijker rijk ten opzichte van het Joodse volk in vergelijking met de volkeren die ervoor en erna heersten. Van Kores wordt gezegd dat hij zeer tolerant ten opzichte van andere religies was geweest. De autoritaire regimes van deze wereld zijn altijd vijandig geweest tegenover het christendom. En democratie, de regeringsvorm die immers het verst van God verwijderd is, is de regeringsvorm die het meest sympathiek staat tegenover het christendom, omdat ze tolerantie jegens alle mensen nastreeft. Daarvoor kunnen we op zijn minst dankbaar zijn, hoewel we het idee, dat we in een christelijk Europa leven moeten laten varen – die tijd is voorbij. Denk maar aan de wetten die de afgelopen veertig jaar zijn aangenomen en die rechtstreeks in tegenspraak zijn met Gods Woord, bijvoorbeeld wetten over het huwelijk, de opvoeding van kinderen en andere zaken.
Deze afname van het gezag van regeringen is ook duidelijk te zien in Daniël 6, waar machthebbers en landvoogden een bevelschrift konden uitvaardigen, dat de koning vervolgens moest uitvoeren. Dit toont de bestaande zwakte van de koning al aan. Hij had het bevelschrift wellicht nog steeds zelf moeten uitvoeren, maar het feit, dat deze mensen het hem zomaar voor de voeten konden leggen, illustreert deze neerwaartse trend.
Maar de kenmerken van deze wereldrijken zullen ook aan het einde van het tijdperk van de volkeren duidelijk worden. We zagen in Daniël 5, dat het oordeel over het Babylonische rijk een voorafschaduwing is van het oordeel over Babylon, de grote hoer. En nu, in Daniël 6, zien we nog een kenmerkend aspect van dit tijdperk: dat de mens zichzelf in Gods plaats stelt en zichzelf onfeilbaar acht (Dan. 6:8). Niemand mocht iets aan welke god dan ook vragen, dan alleen aan koning Darius. Juist dit kenmerk zal aan het einde van het tijdperk van de volkeren duidelijk worden, wanneer de Antichrist ervoor zal zorgen, dat alle mensen het eerste beest (het hoofd van het herrezen Romeinse Rijk) aanbidden (Openb. 13:12). En de Antichrist zelf zal zich in de tempel van God zetten en zich aanbidden laten (2 Thess. 2:4).
1. Darius, de Meder, ontving het koningschap toen hij ongeveer tweeënzestig jaar oud was.
Wereldse historici hebben lange tijd geworsteld met de vraag wie Darius was. Ze zijn nooit tot een bevredigende conclusie gekomen. Hetzelfde gold voor Belsazar, totdat zo’n 250 jaar geleden een ontdekking werd gedaan, die precies bevestigde wat hier in het boek Daniël wordt beschreven. Daarom hebben we geen reden om te twijfelen, dat God ook zal onthullen wat Darius betreft. Gods Woord geeft veel details over deze man in het boek Daniël; zijn leeftijd wordt ons hier vermeld, zijn vader (Ahasveros) wordt genoemd in Daniël 9 vers 1, en in Daniël 11 vers 1 zien we, dat er een engel achter de schermen aanwezig was die hem bijstond en beschermde tijdens zijn eerste jaar als koning.
Blijkbaar was deze Darius een prins uit het huis van de Meden, die tegelijk met Kores regeerde (verg. Dan. 6:29). Het was Kores die het bevelschrift uitvaardigde waarmee de Joden uit gevangenschap werden bevrijd (2 Kron. 36:22-23; Ezra 1:1-4).
Profetisch gezien was Darius inderdaad een voorafschaduwing van de toekomstige Antichrist. Het is misschien moeilijk voor ons om hem zo te zien, aangezien hij een oprecht sympathieke man was. Hij bezat aangename eigenschappen die we nog bij geen enkele andere koning hebben aangetroffen; hij waardeerde Daniël en rouwde zelfs om hem toen hij hem in de put moest werpen – en toch is hij een beeld van de komende mens die zich in de plaats van God zal stellen.
Darius had schone trekken, en de antichrist zal die ook hebben. Toen de Heer Jezus hier op aarde was, zagen de mensen niets goeds in Hem; Hij was zonder pracht of aanzien, dat wij Hem begeerd zouden hebben (Jes. 53:2). Wanneer de Antichrist komt en in de tempel plaatsneemt van God -overigens betekent “anti” in de eerste plaats “in plaats van” -dan zal Hij trekken hebben die mensen aanspreken. Dit verhult echter volledig het feit, dat Hij een boosaardige verleider is die Zijn einde rechtstreeks in de poel van vuur (hel) zal vinden (Openb. 19:20). Zijn aangename persoonlijkheid mag niet leiden tot een verkeerde interpretatie van Zijn ware betekenis. De duivel gebruikt middelen die mensen aanspreken.
Van wie ontving Darius het koninkrijk? Oppervlakkig gezien zouden we aan Kores de Pers kunnen denken, maar we weten, dat God achter de schermen alle dingen leidt. We hebben dit herhaaldelijk gezien, vooral in het boek Daniël, en Hij is het ook die ervoor zorgde, dat Darius het koningschap ontving. Overigens vinden we in het hele Woord van God niemand die ouder was op het tijdstip van zijn troonsbestijging dan hier Darius.
2. Het behaagde Darius over het koninkrijk honderdtwintig stadhouders aan te stellen, die over heel het koninkrijk verdeeld zouden zijn,
3. en over hen drie rijksbestuurders, van wie Daniël er een was. Aan hen moesten die stadhouders verantwoording afleggen, opdat de koning niet benadeeld werd.
4. Toen overtrof deze Daniël de rijksbestuurders en de stadhouders, omdat er een uitzonderlijke geest in hem was. De koning overwoog hem over heel het koninkrijk aan te stellen.
Daniël was een van de drie rijksbestuurders over de 120 stadhouders, en omdat zijn buitengewone bekwaamheden die van alle andere rijksbestuurders en ook die van de twee andere stadhouders overtroffen, wilde Darius hem over het hele koninkrijk aanstellen. Deze Daniël, die niets uit zichzelf deed, die herhaaldelijk in hoge posities werd geplaatst en deze hoge plichten trouw vervulde, ook tijdens de regering van Belsazar (Dan. 8:27), is nu opnieuw in een prominente positie geplaatst in het volgende wereldrijk. Nieuwe heersers benoemen doorgaans mensen die ze vertrouwen en vervangen het personeel van de vorige regering, maar deze oude man, Daniël, viel op door zijn trouw in het leven en in dienstbaarheid. Trouw in aardse en geestelijke dingen wordt gezien en gerespecteerd!
De stadhouders moesten daarom verantwoording afleggen aan de drie hoogste rijksbestuurders, en ze waren allemaal zo aangesteld, dat de koning geen schade zou lijden. Darius bekommerde zich niet om de veiligheid van het koninkrijk of zijn volk; hij was uitsluitend gericht op zijn persoonlijk gewin, zijn eer en zijn rijkdom. Hoeveel moeite doen wij zelf ook vaak om onszelf te beschermen tegen schade, in plaats van rustig de zaak aan God over te laten?
Achim Zöfelt; © www.bibelstudium.de
Online in het Duits sinds 28.01.2015.
Geplaatst in: Christendom
© Frisse Wateren, FW