Bijbelgedeelte: Daniël 5 vers 25-30
Leestijd: 7 minuten
25. Dit is het schrift dat werd geschreven: MENE, MENE, TEKEL, UFARSIN.
26. Dit is de uitleg van deze woorden. MENE: God heeft de dagen van uw koningschap geteld en Hij heeft er een einde aan gemaakt.
27. TEKEL: u bent gewogen in de weegschaal en u bent te licht bevonden.
28. PERES: uw koninkrijk is verdeeld en het is aan de Meden en de Perzen gegeven.
God had dus deze menselijke hand gestuurd, en het schrift stond waarschijnlijk nog steeds op de muur geschreven. Daniël benadrukt nu het ene woord na het andere en geeft de betekenis aan. Maar Belsazar lijkt er volkomen onbewogen door te zijn. Belsazar en Nebukadnezar waren totaal verschillende karakters.
Mene – “God heeft de dagen van uw koningschap geteld en Hij heeft er een einde aan gemaakt. “De dagen zijn geteld” betekent, dat ze ten einde komen. In Jeremia 25 vers 12 lezen we, dat de duur van dit wereldrijk algemeen werd geschat op 70 jaar. Maar in de uitspraak over Babylon in Jesaja 13 vers 16-19 vinden we, wat dit werkelijk zou betekenen voor dit Babylonische wereldrijk: de volle gruwel van Gods oordeel over Babylon. Zo brengt God een einde aan het koninkrijk Babylon!
Hier wordt het koninkrijk Babylon toegeschreven aan Belsazar. Het gouden hoofd beeldt niet alleen Nebukadnezar zelf en zijn immense macht uit, maar de gehele Babylonische dynastie. Nebukadnezar en zijn nakomelingen worden als één geheel gezien, en de laatste van hen is koning Belsazar. We staan hier op het verpletterende moment waarop het grote Babylonische rijk – een wereldrijk van onvoorstelbare omvang – instort! De voormalige kroon van regeringen verandert in een desolate woestenij.
Deze uitdrukking, mene wordt als enige van de drie uitdrukkingen herhaald. God hoeft niet twee keer te tellen, maar met deze herhaling maakt Hij duidelijk, dat Hij nauwkeurig geteld en precies gemeten heeft; de dagen van Babylon zullen niet verlengd worden (Jes. 13:22). Op dezelfde wijze betekende de tweevoudige herhaling van de droom van Farao, dat de zaak vastberaden door God was besloten en dat God zich haastte om het te volbrengen (Gen. 41:32).
Tekel – “… u bent gewogen in de weegschaal en u bent te licht bevonden.” God had Belsazar een verantwoordelijkheid toevertrouwd, en Belsazar had die niet waargemaakt. Psalm 62 vers 10 spreekt over Gods weegschaal; daar worden mensen gewogen op hun vermeende arrogantie, maar ze zijn allemaal lichter dan een zucht. De weegschaal van het heiligdom is Goddelijk geijkt; ze voldoet aan Goddelijk rechtvaardige maatstaven (verg. 1 Sam. 2:3; Spr. 5:21; 16:2; 21:2).
In algemene zin zal ieder mens op een dag door God gewogen worden. God heeft ieder mens iets toevertrouwd; en ieder mens zal op een dag beoordeeld worden op de vraag of hij of zij heeft voldaan aan wat God hem of haar heeft gegeven. Het is een zeer ernstige gedachte, dat de mensen van de wereld gewogen zullen worden. En als ze niet voldoen aan Gods rechtvaardige maatstaven, zal de poel van vuur (hel) Gods eeuwige straf zijn!
Het is interessant dat het Hebreeuwse woord voor heerlijkheid eigenlijk gewicht betekent. Als er iets telt of weegt voor God, dan is het Zijn eigen heerlijkheid. En wij hebben deze heerlijkheid ontvangen in de Heer Jezus, zodat wij weten mogen, dat wij in die zin, met het oog op het bereiken van het eeuwige doel, niet langer door God worden gewogen. De Heer Jezus heeft alles gedaan, en wij zijn aangenaam in Hem voor God!
Peres – “… uw koninkrijk is verdeeld en het is aan de Meden en de Perzen gegeven.” Het gebied dat door Babylonische heersers werd geregeerd, zal worden verdeeld. Daarmee wordt niet bedoeld, dat nu een deel daarvan aan de Meden zou worden gegeven en een ander deel aan de Perzen, maar dat het in stukken zou worden gescheurd en er niets daarvan over zou blijven. Belsazar had dus door zijn goddeloosheid en verdorvenheid niet alleen zijn eigen heerschappij verspeeld en was niet alleen onder Gods oordeel gekomen, maar als gevolg daarvan zou zijn hele rijk worden vernietigd. Het zou een omkering zijn zoals de omkering van Sodom en Gomorra (Jes. 13:19). Het is een ernstige gedachte, dat ons handelen en doen niet alleen gevolgen hebben voor onszelf, maar bijna altijd ook uitwerkingen hebben voor anderen.
Het schrift aan de wand gebruikte in dit derde geval het woord upharsin, terwijl Daniël in zijn uitleg het woord peres gebruikt. Als God dit schrift heeft gegeven, dan is alleen Hij in staat het uit te leggen en, zoals in dit geval, zelfs enigszins te wijzigen. Dit is soms ook het geval met de gelijkenissen in het Nieuwe Testament, waar de betekenis boven de oorspronkelijke inhoud van de gelijkenissen uitgaat. Een uitleg, boodschap of beeld, dat door God is gegeven, kan alleen door Hem en door middel van door Hem geleide werktuigen worden uitgelegd. Dit vereist een inzicht, dat het zichtbare overstijgt.
29. Toen beval Belsazar dat zij Daniël in purper moesten kleden, met een gouden keten om zijn hals, en dat zij van hem moesten uitroepen dat hij als derde in het koninkrijk zou heersen.
Ondanks deze ernstige aankondiging van oordeel, hield Belsazar zich toch aan zijn belofte en gaf Daniël de beloofde beloning. Daarmee toonde hij aan, dat hij niets had aangenomen van wat Daniël hem had verteld. Voor zijn duizenden stond het hem goed, dat hij zijn belofte nakwam; hij redde zijn aanzien. Overigens is dit vaak ook een neiging in ons hart: we willen ons aanzien behouden terwijl we ons nederig zouden moeten onderwerpen! Dit kan ons en anderen grote moeilijkheden en leed berokkenen en zelfs tot problemen leiden onder ons gelovigen. Zijn publieke waardigheid blijkt uit zijn purperen kleding, zijn vroegere persoonlijke waardigheid uit de gouden ketting en in de proclamatie zijn publieke erkenning in deze positie.
Belsazar doet hier afstand van waardigheden, die hij bijna al verloren had. Wat de wereld te bieden heeft, is niet blijvend! Deze laatste koninklijke daad van Belsazar is waarschijnlijk ook te danken aan het feit, dat hij niet wist, dat hij diezelfde nacht gedood zou worden. Hij had de boodschap wel gehoord, maar had niet verwacht dat het zo snel zou gebeuren. Daarom hield hij zich aan zijn woord. Het is ook zeer ontroerend, dat hij deze aankondiging van Daniel niet durfde te verwerpen. Het feit, dat hij zijn beloften nakwam, toont aan dat hij de boodschap voor waar aanzag; hij was ervan overtuigd, dat het de waarheid was – maar het wekte geen enkele neiging tot het goede in zijn hart, zijn geweten werd niet getroffen!
In vers 17 had Daniël deze geschenken van de koning stoutmoedig geweigerd. Nu laat hij het erbij zitten; het liet hem koud. Hoofdstuk 6 laat zien, wat er werkelijk in zijn hart leefde. Deze eerbewijzen waren hem niet naar het hoofd gestegen.
30. In diezelfde nacht werd Belsazar, de koning van de Chaldeeën, gedood.
Het einde van het Babylonische rijk kan vanuit twee gezichtspunten worden bekeken. Enerzijds hadden de heersers van Babylon gefaald in hun verantwoordelijkheid jegens God, en daarom maakte God een einde aan dit rijk (Jer. 25:12); het was de wraak voor Zijn tempel (Jer. 50:28). Dit is het gezichtspunt, dat we hier aantreffen. Anderzijds waren deze 70 jaar de periode van Juda’s ballingschap in Babylon, voorbestemd door God, waarin het bezoedelde land zich moest herstellen en de gemiste sabbatten moest inhalen (2 Kron. 36:20-21; Lev. 26:34-35). Daarna zou God zich in genade weer tot Zijn aardse volk wenden (Jer. 29:10-11). De twee vermeldingen van de 70 jaar in de profeet Jeremia illustreren zo deze twee gezichtspunten: Gods oordeel over Babylon en Gods genade voor Zijn volk. Alleen God kan twee doelen tegelijk nastreven en ze in volmaakte harmonie bereiken, en wij moeten in staat zijn beide kanten te herkennen en van elkaar te onderscheiden.
God had het oordeel aangekondigd en het werd diezelfde nacht voltrokken. Het Babylonische Rijk werd vernietigd. De geschiedenis vertelt ons, dat toen Belsazar dit feest vierde, koning Kores de stad Babylon al belegerde. Hij kon deze versterkte stad niet veroveren, daarom moest hij de rivier de Eufraat omleiden zodat zijn soldaten de stad via de open rivierbedding, onder de stadsmuren door, konden binnengaan en de poorten van binnenuit konden openen (verg. Jes.44:26-45:3). In diezelfde nacht werd Belsazar gedood.
Dit oordeel over Belsazar was al door Jeremia aangekondigd; het was al lang van tevoren door God besloten en door de mond van de profeet uitgesproken (Jer. 51:24,28). Het oordeel over Belsazar is daarom niet slechts een oordeel over een individu, maar een oordeel over het hele volk. En in vers 28 wordt Medië zelfs genoemd als de uitvoerder van het oordeel. Het is zeer indrukwekkend hoe Gods Woord in profetie spreekt en hoe de dingen vervolgens precies zo gebeuren als voorspeld! Babylon is als een woestijn geworden. – De wegen van God zijn ernstig, maar ze zijn ook de aanbidding waardig!
Het oordeel over Babylon is een huiveringwekkende voorbode van wat Babylon zal overkomen in het boek Openbaring. Daar wordt Babylon in twee gedaanten beschreven: als een vrouw, de moeder van hoeren, en als een stad. En wat er met Belsazar gebeurde in Daniël 5, en wat de Meden en Perzen vervolgens deden, wordt ook verklaard in Openbaring 18 vers 10, verwijzend naar dit antichristelijke systeem van de laatste dagen. God zal snel oordelen, zoals de drievoudige beschrijving “in één uur” (vers 10, 16 en 19) duidelijk maakt. Maar er zal niet alleen een oordeel worden voltrokken, maar onze geprezen Heer zal dan de heerschappij nemen en alles tot eeuwige heerlijkheid van God leiden!
Achim Zöfelt; © www.bibelstudium.de
Online in het Duits sinds 15.01.2015.
Geplaatst in: Christendom
© Frisse Wateren, FW