Bijbelgedeelte: Daniël 5 vers 5-12
Leestijd: 8 minuten
5. Op hetzelfde ogenblik kwamen er vingers van een mensenhand tevoorschijn, die op het pleisterwerk van de wand van het koninklijk paleis schreven, tegenover de kandelaar, en de koning zag het gedeelte van de hand die schreef.
6. Toen veranderde de gelaatskleur van de koning, zijn gedachten verschrikten hem, zijn heupgewrichten verslapten en zijn knieën knikten.
De naam Belsazar betekent “Bel (een Babylonische godheid) beschermt de koning.” Onder de bescherming van deze zogenaamde god dacht hij roekeloos zijn hand te kunnen opheffen tegen de ware God van Israël. Even daarvoor hadden ze schijnbaar de levende God overwonnen, maar op datzelfde moment greep deze God in. Even daarvoor hadden ze gedacht aan “vrede en veiligheid,” maar onmiddellijk kwam er plotselinge verderf over hen heen (1 Thess. 5:2-3).
En het was geen stem die daar klonk – een hand verscheen, met vingers, en op het pleisterwerk van de wand schreef deze hand vier woorden. Dit teken kwam geruisloos. We kunnen ons voorstellen, dat het dit feest met duizend mensen allesbehalve rustig toeging; en toen de wijn zijn werking deed, werd dit alleen maar versterkt. Het was dus een turbulente scène – maar toen, heel stil, onhoorbaar, verscheen deze hand. Deze hand kwam van God, zegt Daniël later (Dan. 5:24), en daarom kan niet met absolute zekerheid worden geconcludeerd, dat het noodzakelijkerwijs de hand van God Zelf was. De hand kwam van God, maar het was een menselijke hand; God brengt oordeel door de hand van een mens (Joh. 5:27). De specifieke beschrijving van de vingers van een menselijke hand lijkt te wijzen op een uiterste nauwkeurigheid in de betreffende taak. Zo wordt in Psalm 8 vers 4 gesproken over de hemel als “het werk van Uw vingers.” De nadruk ligt hier op de bijzondere precisie waarmee iets wordt gedaan.
Het schrift staat op het pleisterwerk van de wand, tegenover de kandelaar. God laat er licht op schijnen, zodat iedereen het kan zien. Maar de goddelozen begrijpen het nog steeds niet, en ook hun eigen goden kunnen hen niet helpen (1 Kor. 2:14). We kunnen niet met zekerheid zeggen in welke menselijke taal dit schrift is geschreven, of het nu Aramees was of niet. Evenmin kennen we de volgorde of de vorming van de letters. De schriftgeleerden konden deze woorden immers niet eens lezen, laat staan verklaren.
Welke hand het ook was, het kwam van God; daarom moeten we enigszins voorzichtig zijn hier direct te spreken van Gods vinger. De vinger van God heeft ooit de Wet, de uitdrukking van Zijn heilige wil, op de stenen tafelen gegraveerd (Ex. 31:18). Ook Farao moest, na zijn arrogantie tegen God, erkennen, dat het oordeel over Egypte kwam door Gods vinger (Ex. 8:12-15). Het is dezelfde vinger die ooit op aarde schreef als de vleesgeworden Zoon van God (Joh. 8:6). En nu schrijft een door God gezonden vinger hier een Goddelijk oordeel, omdat men tegen deze heiligheid gezondigd had. Deze vinger schrijft hier het goddelijke oordeel over deze arrogante koning Belsazar, en wel ‘op hetzelfde ogenblik.’ Net zo plotseling en zonder uitstel als zijn leven diezelfde nacht eindigt (Dan. 5:30) – God laat zich niet bespotten!
Nebukadnezar had tijd gekregen om zich te bekeren (Dan.4:24-30), maar bij Belsazar kwam het oordeel onmiddellijk; het schijnt, dat hij na Gods aankondiging van het oordeel geen verdere gelegenheid meer had om zich te bekeren. Zijn tijd was voorbij; slechts enkele uren na deze gebeurtenissen moest hij sterven! God had ook een oordeel uitgesproken over Achab, maar Achab vernederde zich, en God stelde het oordeel opnieuw uit (1 Kon. 21:27-29). Gods handelen in elk afzonderlijk geval is soeverein en absoluut rechtvaardig.
Uit de reactie en de afschuw van de koning kunnen we concluderen, dat hij nog een geweten had. Ook als hij meende, dat hij alles wat Goddelijk was kon negeren en zijn eigen afgoden kon verheerlijken, kwam er een einde aan deze houding op het moment, toen dit schrift arriveerde. Hij voelde meteen aan, dat het iets kwaads voor hem betekende. De kleur van de dood verscheen op zijn gezicht, angst vulde zijn gedachten en zwakte greep zijn knieën en heupen aan.
7. En de koning riep met kracht dat men de bezweerders, de Chaldeeën en de toekomstvoorspellers moest laten binnentreden. De koning nam het woord en zei tegen de wijzen van Babel: Iedereen die dit schrift kan lezen en mij de uitleg ervan te kennen kan geven, zal gekleed worden in purper, met een gouden keten om zijn hals, en hij zal als derde in het koninkrijk heersen.
8. Toen traden al de wijzen van de koning binnen, maar zij waren niet in staat het schrift te lezen of de uitleg ervan aan de koning te laten weten.
9. Toen werd koning Belsazar zeer verschrikt, en zijn gelaatskleur veranderde. Ook zijn machthebbers raakten in verwarring.
De koning riep onmiddellijk zijn ‘schriftgeleerden’ bij zich, en Belsazar, net als zijn vader Nebukadnezar, lijkt Daniël volledig vergeten te zijn, want hij moest later weer extra teruggehaald worden. Belsazar had kunnen weten, dat zijn waarzeggers hem niet zouden helpen. Toch hoopte hij troost te vinden in hun uitleg van dit schrift. Hij vergiste zich echter. Men kan zeer intelligent zijn, maar blind voor de hand van God! Om iets te begrijpen, moet men het ook willen begrijpen.
Het feit, dat deze wijzen van Babel niet aanwezig waren op dit feest en de zaal in moesten worden gebracht, wordt verklaard door het feit, dat het een feest was voor de groten van de politiek, waartoe astrologen en waarzeggers simpelweg niet behoorden.
Het lijkt erop, dat zowel deze woorden helemaal onleesbaar waren, als ook, dat hun betekenis niet te achterhalen was. Deze scène maakt ook duidelijk, dat deze immense wereldmacht afhankelijk is van het kleine Joodse overblijfsel.
10. Naar aanleiding van de woorden van de koning en zijn machthebbers trad de koningin het huis binnen waar de maaltijd plaatsvond. De koningin antwoordde en zei: O koning, leef in eeuwigheid. Laten uw gedachten u niet verschrikken en laat uw gelaatskleur niet veranderen.
11. Er is een man in uw koninkrijk in wie de geest van de heilige goden is, want in de dagen van uw vader is bij hem licht, verstand en wijsheid gevonden, zoals de wijsheid van goden. Daarom stelde koning Nebukadnezar, uw vader, hem aan als hoofd van de magiërs, de bezweerders, de Chaldeeën en de toekomstvoorspellers – uw eigen vader, o koning!
12. Want er werden een uitzonderlijke geest, kennis en verstand om dromen uit te leggen, onthulling van raadsels en ontwarring van knopen in hem gevonden, namelijk in Daniël, die de koning de naam Beltsazar had gegeven. Laat nu Daniël geroepen worden, zodat hij de uitleg ervan te kennen zal geven.
Belsazar had geen persoonlijke band met Daniël; hij moet door de moeder van de koning van hem gehoord hebben. Noch Daniël, noch de moeder van de koning waren aanwezig geweest bij het feest, en dit werd door God opgemerkt. Met de moeder van de koning was het echter een puur uiterlijke scheiding geweest, terwijl Daniël zich innerlijk altijd afzijdig had gehouden van de gebeurtenissen aan het hof van de koning. In elk geval let God erop, wanneer er in deze goddeloze tijden mensen zijn die niet aan dergelijke activiteiten deelnemen. Dit was ook het geval met de Heer Jezus; volgens Markus 14 vers 64 veroordeelde het hele Sanhedrin de Heer ter dood, maar Lukas 23 vers 50-51 laat zien, dat er één was, Jozef van Arimathéa, die het niet eens was met deze raad en deze daad. Dit is ook een boodschap voor ons vandaag in deze goddeloze tijd: als we niet deelnemen aan deze goddeloze activiteiten, zal dat in de hemel opgemerkt worden!
En wat gebeurt er als zulke situaties zich voordoen onder Gods volk? Jesaja 22 vers 12-13 beschrijft een soortgelijk feest als dat van Belsazar, maar dan onder Gods volk. Zeker niet zo extreem, niet grenzend aan regelrechte goddeloosheid, maar blijkbaar was de situatie in Israël maar weinig anders geweest. En Paulus gebruikt deze passage uit Jesaja 22 in 1 Korinthe 15 vers 32-34 om de Korintiërs te vertellen wat het motto van die tijd was – en wij zeggen: wat ook het motto van onze dagen is. Dat is onze samenleving vandaag de dag; ze wordt steeds goddelozer. Laten we daarom deze waarschuwing ter harte nemen, opdat goede zeden niet worden aangetast door slechte daden. Dat is wat afzondering betekent! Hoewel we weten hoe deze wereld in elkaar zit, willen we onze Heer toch volgen tot Zijn eer en een getuigenis zijn in deze wereld, ook wanneer het moeilijker wordt – want de Rechter staat voor de deur (Jak.5:9).
De moeder van de koning was een onverschillige vrouw die geen duidelijk standpunt innam. Ze was zeer vertrouwd met het verhaal van Nebukadnezar en Daniël; ze had gehoord over de gebeurtenissen in het koninklijk paleis tijdens dit feest; en vervolgens ging ze naar de koning en vertelde hem, dat hij het allemaal niet zo serieus moest nemen, dat er iemand in het koninkrijk was die het hem allemaal kon uitleggen. Zelf geloofde ze echter niet in deze hemelse God; ze had slechts naar Daniël verwezen, maar bleef onverschillig staan tegenover zijn eigen geloofsovertuigingen. Het is simpelweg niet genoeg, dat we alleen maar Gods wegen kennen! Hoewel ze niet bij dit feest aanwezig was, brengt een louter uiterlijke afstandelijkheid van de dingen van deze wereld ons geen stap dichter bij de dingen van God.
Zij begint met de woorden: “O koning, leef in eeuwigheid!” – maar de koning leefde slechts een halve dag; hij werd diezelfde nacht gedood. Het was zeker een gebruikelijke aanspreekvorm in die tijd, een die zelfs Daniël had gebruikt (Dan. 6:22), maar we moeten ervoor waken, dat we sommige begroetingen niet tot louter formaliteiten laten verworden. Vervolgens spreekt ze, vanuit haar menselijke ervaring, over wat ze van Daniël wist: dat hij namelijk tweemaal met Nebukadnezar te doen had en met hem had gesproken, en dat het beide keren goed was afgelopen voor Nebukadnezar. Hieruit concludeerde ze op menselijke wijze, dat hetzelfde zou gelden voor Belsazar. Maar ze had het volledig mis.
Zij was zich ook enigszins bewust van een bovennatuurlijke kracht die in Daniël werkzaam was, zonder volledig te beseffen, dat deze kracht van God kwam. Ze onderscheidde de bron waaruit deze buitengewone geest in Daniël stroomde niet. Daniël zelf had ooit gezegd, dat deze wijsheid niet van binnenuit kwam (Daniël 2:30). Vervolgens noemt de moeder Belsazars vader, Nebukadnezar, driemaal; daarbij doet ze een vrij duidelijke beschuldiging aan het adres van Belsazar, door te suggereren, dat hij van deze Daniël eigenlijk had moeten weten. De mensen waren Daniël vergeten, inclusief koning Belsazar zelf; maar juist in deze jaren van vergeten had Daniël twee cruciale profetieën van God ontvangen (Dan. 7:1; 8:1). God was hem niet vergeten en had juist deze tijd gebruikt om hem prachtige profetieën te schenken.
En tot slot noemt de moeder van de koning Daniël niet bij zijn nieuwe Chaldeeuwse naam, Beltsazar. De indruk die ze van Daniël had gekregen, was dat deze man een man van God was, die trouw was gebleven aan zijn God en zijn erfgoed nooit had verloochend. Wat zou de wereld om ons heen van ons zeggen?
Achim Zöfelt; © www.bibelstudium.de
Online in het Duits sinds 19.01.2015.
Geplaatst in: Christendom
© Frisse Wateren, FW