Over het onderwerp ‘de komst van onze Heer Jezus Christus’ laat Gods Woord ons gelukkig niet in het ongewisse. De bedoeling hiervan is niet in de eerste plaats om ons verstand of onze nieuwsgierigheid te bevredigen, maar om onze harten in die gesteldheid te krijgen dat we met liefde en verlangen naar Hem uit zullen en blijven zien.
Helaas zijn in de christenheid over dit onderwerp de meningen nogal uiteenlopend. Dat ligt niet aan God en Zijn Woord, maar aan ons. Het past ons dan ook om dit in alle ootmoed voor Hem te belijden en ons door Zijn Woord en Geest alleen te willen laten onderrichten.
De laatste tijd wordt door enkelen die het voorheen anders verkondigden, geuit dat de gemeente niet vóór de grote verdrukking zal worden opgenomen maar pas aan het einde daarvan. Er zal – zo wordt gezegd – geen aparte komst zijn voor de gemeente en de OT-gelovigen, maar de opname van deze gelovigen en de verschijning van de Heer met hen in heerlijkheid zal ‘één vloeiende beweging zijn’ (WJO).
Iedere gelovige die zijn Bijbel kent als het om deze dingen gaat, zal gelijk doorzien dat hier iets niet klopt. We zullen proberen zo kort mogelijk te onderzoeken wat Gods Woord hieromtrent leert. Ik ontkom er niet aan om steeds twee dingen (a en b) te onderscheiden, omdat zal blijken dat wat de Bijbel hierover leert niet in één gebeurtenis te verenigen is.
Eén vloeiende beweging?
(a) Er zijn teksten die ons erover spreken dat de Heer komt om ons tot Zich te nemen opdat wij zijn mogen waar Hij is; wij gaan Hem dan tegemoet in de lucht (Joh. 14:3; 1 Thess. 4:16,17).
(b) Er zijn ook teksten die erover spreken dat wij met Hem in heerlijkheid zullen verschijnen (Rom. 8:17-19; Kol. 3:4; 1 Thess. 3:13; 2 Thess. 1:10; 1 Joh. 3:2; Jud. 14,15; Openb. 19:14).
Er zijn geen teksten waar deze twee dingen (dus (a) Zijn komst om ons tot Zich te nemen en (b) Zijn verschijning in heerlijkheid met ons) direct of indirect met elkaar verbonden worden. Dat is natuurlijk buitengewoon bijzonder. Als het werkelijk één vloeiende beweging zou zijn, waarom zwijgt Gods Woord daar dan over?
Door wie worden de gelovigen verzameld?
(a) De Heer Zelf zal komen om de ontslapen gelovigen en de gelovigen die dan nog in leven zijn op te halen (Joh. 14:3; 1 Thess. 4:16,17).
(b) Echter na Zijn verschijning in heerlijkheid zal Hij Zijn engelen uitzenden om Zijn uitverkorenen bijeen te verzamelen (Matth. 24:31; Mark. 13:27).
Welke gelovigen worden bijeenverzameld?
(a) De ‘doden in Christus’ (1 Thess. 4:16), ook genoemd ‘die van Christus zijn’ (1 Kor. 15:23), worden bij Zijn komst opgewekt. Dit zijn allen uit OT en NT die tot op dat moment in het geloof gestorven en dus het eigendom van Christus zijn, die Hij gekocht en betaald heeft met Zijn kostbaar bloed. Deze zullen samen met ons, ‘de levenden die overblijven’ tot de komst van de Heer, de Heer tegemoet gaan in de lucht. Dit noemt de Schrift ‘onze bijeenvergadering tot Hem’ (2 Thess. 2:1).
(b) Na Zijn verschijning in heerlijkheid met deze gelovigen, zal Hij Zijn engelen uitzenden om ‘Zijn uitverkorenen’ bijeen te verzamelen (Matth. 24:31; Mark. 13:27). Israël was Gods uitverkoren volk (Deut. 7:7). De oudtestamentische profetieën laten meermaals zien dat er een uitverkoren overblijfsel uit Juda en Israël (dus de tien stammen) zal zijn dat weer bijeen zal worden vergaderd (Jes. 27:13; 11:11,12; 16:14-16).
Waartoe of met welk doel worden mensen weggenomen?
(a) Wij zullen in wolken worden opgenomen (of: weggerukt) de Heer tegemoet in de lucht om altijd met de Heer te zijn (1 Thess. 4:17; Joh. 4:3). De ongelovigen blijven dan op aarde achter.
(b) Bij de komst van de Zoon des mensen zal het zijn als in de dagen van Noach, toen de zondvloed allen wegnam die niet in de ark waren gegaan: Eén wordt meegenomen en één wordt achtergelaten (Matth. 24:38-41). Het verband met de dagen van Noach maakt duidelijk dat dit geen opname in de hemel is maar een mee- of wegnemen in en met het oog op het oordeel. De gelovigen blijven dan achter. ‘De goddelozen echter zullen van de aarde uitgeroeid worden, trouwelozen zullen ervan weggerukt worden.’ (Spr. 2:22).
Verborgen of openbaar?
(a) Uit die teksten waarin gesproken wordt over de opname van de gelovigen, blijkt niet dat dit een openbare zaak is. Integendeel, we lezen dat we ‘in wolken’ Hem tegemoet gaan in de lucht. Dat lijkt erop te duiden dat dit hele gebeuren aan het oog van de wereld onttrokken blijft. Als eerste zullen alle ontslapen gelovigen worden opgewekt in een verheerlijkt lichaam. We lezen niet dat de graven zullen worden geopend, zoals dat het geval was bij hen die in hun bestaande lichaam werden opgewekt (Joh. 11:39-44; Matth. 27:52,53). Dus ook deze opstanding zal op aarde geen sporen achterlaten. Dit alles zal in een ondeelbaar ogenblik plaatsvinden (1 Kor. 15:52). Ook weten we dat God niet een God van wanorde is en alles met orde laat gebeuren. De suggestie van neerstortende vliegtuigen e.d. wijzen wij af!
(b) Uit de teksten die spreken over onze verschijning met de Heer blijkt duidelijk dat de Heer Jezus Christus met Zijn heiligen geopenbaard wordt voor het oog van de wereld (Rom. 8:19; 1 Joh. 3:2; Openb. 1:7; Zach. 12:10). Dat zal dus een openbare aangelegenheid zijn.
Het boek de Openbaring
(a) Omdat de opname van de gelovigen een verborgenheid is (1 Kor. 15:51), wordt die als zodanig in de Openbaring niet beschreven. Dit boek beschrijft namelijk vooral Gods regeringswegen met deze aarde. Maar wat we wel vinden, is dat in Openb. 1-3 de gemeente nog op aarde is, terwijl vanaf Openb. 4 (“hierna”) er 24 oudsten in de hemel zijn met verheerlijkte lichamen (Openb. 4,5,7,11,14,19). Deze oudsten worden onderscheiden van hen die uit de grote verdrukking komen (7:9-17; 14:1-5) en vormen een voorstelling van de gelovigen uit het OT (12 aartsvaders) en die uit het NT (12 discipelen). Hoe komen die opeens in de hemel? We zien dan in beeld de opname van deze gelovigen, als tegen Johannes gezegd wordt: “Kom hier op …” (4:1). Dit is de enige aanwijzing in dit boek naar de opname; we kunnen die dus nergens anders plaatsen dan daar. En vanaf dat moment vinden we gelovigen verheerlijkt in de hemel. Na dit tafereel in de hemel (Openb. 4 en 5) worden in Openb. 6-18 de oordelen over deze wereld beschreven. Dan zijn er dus verheerlijkte gelovigen in de hemel, die voor die tijd moeten zijn opgenomen.
Daarna (19:1) vinden we in 19:7-9 een beschrijving van de bruiloft van het Lam, waarvoor haar vrouw zich gereedgemaakt heeft en haar gegeven is bekleed te zijn met blinkend rein, fijn linnen. Dat gereedmaken ziet op onze eerdere openbaring voor de rechterstoel van Christus (Rom. 14:10; 2 Kor. 5:10), waar iedere gelovige zijn lof zal ontvangen van God (1 Kor. 4:5) of schade zal lijden (1 Kor. 3:15).
Al deze dingen moeten gebeuren tussen de opname en de verschijning. Die kunnen dus onmogelijk ‘één vloeiende beweging’ vormen.
(b) Deze bekleding zal zichtbaar worden bij onze verschijning met Christus, die beschreven wordt na de bruiloft van het Lam vanaf Openb. 19:11. We worden dan gezien als legers uit de hemel die Hem volgen en die bekleed zijn met blinkend rein, fijn linnen (vers 14), wat duidelijk verwijst naar de bruid in 19:8.
Zijn komst vóór de Zijnen
- Wij gaan Hem tegemoet in de lucht
- De Heer Zelf zal komen om de gelovigen op te halen
- De doden in Christus en de levende gelovigen worden bijeenvergaderd tot Hem in de hemel
- De gelovigen worden weggerukt van deze aarde de Heer tegemoet in de lucht
- De opname is in een ondeelbaar ogenblik en ‘in wolken’
- Heenwijzing in Openb. 4:1
- Voordien gemeente op aarde, nadien in de hemel
Zijn komst met de Zijnen
- Wij verschijnen met Hem uit de hemel
- Hij zendt Zijn engelen om Zijn uitverkoren bijeen te verzamelen
- Zijn uitverkorenen uit de stammen van Israël worden hier op aarde weer bijeenvergaderd
- De ongelovigen worden weggerukt met het oog op het oordeel
- De wederkomst en verschijning is openbaar; ‘elk oog zal Hem zien’.
- Beschrijving in Openb. 19:11-16
- Christus verschijnt met de Zijnen in heerlijkheid
Berthil Bruins, bjc.bruins@gmail.com
Geplaatst in: Christendom, Toekomst
© Frisse Wateren, FW