11 jaar geleden

De Heer Jezus in het Mattheüs-evangelie – sr (13)

Les 13

“… Jezus, de gekruisigde … Hij is opgestaan” (Mattheüs 28:5).

 

Beste cursist,

In deze les willen we met Gods hulp het kruislijden, het sterven en de opstanding van onze Heere Jezus overdenken (Mattheüs 27:27-28:20). Elke bladzijde van Gods Woord behoren wij met eerbied te overdenken, maar de beschrijving van het lijden en sterven van onze Heiland verdient wel heel bijzonder onze aandacht, eerbied en aanbidding.

“De Zoon van God, die mij heeft liefgehad en Zichzelfvoor mij heeft overgegeven” (Galaten 2:20).

“Christus … Die geen zonde heeft gedaan … Die zelf onze zonden in Zijn lichaam gedragen heeft op het hout” (1 Petrus 2:24).

“Hem die geen zonde gekend heeft, heeft God voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij zouden worden gerechtigheid van God in Hem” (2 Korinthe 5:21).

 

Laat het op u inwerken, dat de Opperste Rechter de doodstraf over u heeft uitgesproken, en dat u daarna voor eeuwig tot de hel bent veroordeeld. Niets, maar dan ook niets kunt u daar tegen inbrengen. Dan spreekt de Heiland (vult u uw naam maar in): “Ik heb u, …………… ….. ………………., lief, Ik zal uw plaats innemen in het oordeel van God”. Laat het op u inwerken alsof dit gisteren gebeurde. Wat zou u dan vandaag nog diep onder de indruk zijn! Hij die stierf voor mij! Zo werkelijk, alsof het gisteren gebeurde, is de Heiland gestorven. Voor u en voor mij. Is Hij dan niet vandaag, en voor eeuwig, onze dank en aanbidding waard!

Johannes volgt in zijn evangelie de Romeinse tijdrekening (zoals wij die kennen; vanaf 0:00 uur middernacht). De andere evangelisten volgen de Joodse tijdrekening. Het eerste uur wordt dan vanaf zonsopgang gerekend (6 uur ‘s morgens naar onze tijdrekening). Als we zo Johannes 19:14 en Markus 15:25 en Mattheüs 27:46-48 vergelijken, leren we dat de Heere Jezus (naar onze tijdrekening) ‘s morgens om 6.00 uur door Pilatus tot de kruisdood werd veroordeeld. Vanaf 9.00 uur tot 12.00 uur vond de kruisiging plaats. In deze uren leed de Heere Jezus van de bespotting van de zijde van de mensen. Van 12.00 uur tot 15.00 uur ‘s middags werd de zon verduisterd. In de drie uren van duisternis werd de straf van God over de zonden en het oordeel van God over de zonde aan Hem voltrokken. Wij staan dan zwijgend op eerbiedige afstand. Als deze uren voorbij zijn, roept de Heiland: “Het is volbracht” (Johannes 19:30) en hij sterft (Mattheüs 27:50).

Deze korte uitleg is van belang, opdat wij goed onderscheid maken tussen het lijden van de zijde van de mens (de eerste uren aan het kruis), en het lijden om der zonde wil (de drie uren van duisternis). Hoe erg het lijden van de zijde van de mens ook is, hoe erg de pijnen van een kruisdood ook zijn, dit lijden kon ons geen vergeving brengen. Integendeel, de schuld van de mens werd er zeer veel groter van. Gods toorn over de zonde en over de zonden moest ontbranden, wilden wij vergeving kunnen ontvangen. In de uren van duisternis werd de Heere Jezus van God verlaten. Toen is Gods toorn uitgestort over de Heere Jezus. Nu is het oordeel uitgewoed!

“Zo is er dan nu geen veroordeling meer voor hen die in Christus Jezus zijn” (Romeinen 8:1).

“Hem die ons liefheeft, en ons van onze zonden gewassen heeft in zijn bloed, en ons gemaakt heeft tot een koningschap, tot priesters voor zijn God en Vader, Hem zij de heerlijkheid en de kracht tot in alle eeuwigheid! Amen” (Openbaring 1:5-6).

Na deze overdenking, die zich niet zo goed voor onze cursusvragen leent, nu enkele vragen over Mattheüs 27 en 28:

Vraag 1:

Lees Mattheüs 27:33-44.
Zure wijn met gal had een verdovende werking. Waarom, denkt u, wilde de Heere Jezus deze niet drinken?

………………………………………………………………………………………………………………………

Vraag 2:

Lees: Mattheüs 27:45-49.
De Heere Jezus verlangde geen antwoord op zijn woorden: “Waarom hebt Gij Mij verlaten”. Welk antwoord geven wij hem echter?

………………………………………………………………………………………………………………………

………………………………………………………………………………………………………………………

………………………………………………………………………………………………………………………

………………………………………………………………………………………………………………………

………………………………………………………………………………………………………………………

………………………………………………………………………………………………………………………

Vraag 3:

Zie: Mattheüs 27:50; Hebreeën 2:14-15; Romeinen 6:9-10; 1 Korinthe 15:54b-57.
Op het kruis woedde het oordeel over zonde en zonden. Welke twee andere aartsvijanden werden overwonnen in het sterven en de opstanding van de Heere Jezus?

………………………………………………………………………………………………………………………

………………………………………………………………………………………………………………………

………………………………………………………………………………………………………………………

………………………………………………………………………………………………………………………

Overigens: er is nog een vijandige macht die overwonnen is: de wereld (als zondig systeem; Galaten 6:14).

Vraag 4:

Zie: Mattheüs 27:51-54; Hebreeën 10:19-22.
Het voorhangsel is de afscheiding van het heilige der heiligen in de tempel. Wat betekent het, dat dit van boven tot beneden scheurde? Als u deze vraag moeilijk vindt: Wie, denkt u, scheurde het voorhangsel?

………………………………………………………………………………………………………………………

………………………………………………………………………………………………………………………

………………………………………………………………………………………………………………………

………………………………………………………………………………………………………………………

………………………………………………………………………………………………………………………

………………………………………………………………………………………………………………………

Vraag 5:

Lees: Mattheüs 27:57-65.
Het lichaam van de Heere Jezus wordt begraven. Wie ontmoette diezelfde dag nog (de ziel van) de Heere Jezus, en waar?

………………………………………………………………………………………………………………………

………………………………………………………………………………………………………………………

………………………………………………………………………………………………………………………

Vraag 6:

Zie: Mattheüs 27:55, 61 en Mattheüs 28:1.
“Mannenbroeders” worden vaak vooraan gevonden in Gods huis. Wie worden ditmaal het dichtst bij de Heere gevonden?

………………………………………………………………………………………………………………………

………………………………………………………………………………………………………………………

………………………………………………………………………………………………………………………

………………………………………………………………………………………………………………………

Bij het overdenken van het kruis en het graf van de Heere telt niet spreken maar een aanbiddend zwijgen en tedere liefde.

Vraag 7a:

Zie: Mattheüs 28:2-10.
Wat vervult het hart van de vrouwen als zij de engel hebben gezien en gehoord?

………………………………………………………………………………………………………………………

………………………………………………………………………………………………………………………

………………………………………………………………………………………………………………………

Vraag 7b:

Wat neemt de Heere weg (vers 10), en wat is dus het enige wat daarna nog in hun hart wordt gevonden!?

………………………………………………………………………………………………………………………

………………………………………………………………………………………………………………………

………………………………………………………………………………………………………………………

Vraag 8a:

Zie: Mattheüs 27:62-65.
Wat had Pilatus in Mattheüs 27:65 gezegd?

………………………………………………………………………………………………………………………

………………………………………………………………………………………………………………………

Vraag 8b:

Zie: Mattheüs 27:66 en Handelingen 12:4.
Hoeveel soldaten hadden de Joden minstens bij het graf gezet?

………………………………………………………………………………………………………………………

………………………………………………………………………………………………………………………

Vraag 8c:

Zie: Mattheüs 28:11-15.
Hoe waarschijnlijk acht u het, dat deze soldaten allemaal tegelijk waren ingeslapen, en dat ze niet waren gewekt door het wegnemen van de steen?

………………………………………………………………………………………………………………………

………………………………………………………………………………………………………………………

………………………………………………………………………………………………………………………

(u ziet hoe doorzichtig de leugen is, dat de discipelen het lichaam zouden hebben weggenomen)

Mattheüs 28:16-20.
U mag het zeggen: “Uit liefde voor mij nam Hij op Golgotha mijn plaats in, in het oordeel van God”.
Met diezelfde liefde heeft Hij mij nu nog steeds lief. Aan Hem die mij zó lief heeft, is gegeven alle macht in hemel en op aarde. Wat een combinatie van liefde en macht omringt mij vanuit de hemel!

Ziezo, dit was de laatste les. Ik hoop dat u genoten maar ook geleerd hebt. Dat de Heiland weer groter voor u geworden is en dat u Hem met een ‘voornemen van het hart’ nog meer wilt dienen en bovenal wilt eren.
Als u naar aanleiding van deze les – of ander lessen wilt corresponderen – dan nodig ik u daartoe van harte uit.

Met een hartelijke groet en de zegen van Hem, die onze ziel zo bemint, toegewenst.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol