11 jaar geleden

De Heere Jezus in het Mattheüs-evangelie – sr (11b)

Bijlage bij les 16-28 betreffende Mattheüs 24 en 25.

Zeer korte samenvatting van wat de Bijbelse profetieën ons leren over de toekomst van de Heere, ter onderbouwing van de lessen over Mattheüs 24 en 25.

 

In onderstaand overzicht is een 8-deling aangehouden aangegeven met vette kopjes. Deze onderverdeling heeft op zich geen betekenis, en is alleen aangebracht om de informatie in overzichtelijke eenheden aan te bieden. Belangrijke tekstplaatsen en trefwoorden zijn vetgedrukt.

(1) Startpunt

Alle profetieën van het Oude Testament en de meeste van het Nieuwe Testament gaan over Gods handelen met de aarde. Israël heeft daarin een centrale plaats. Startpunt (‘ruggengraat’) van de uitleg van de (nog onvervulde) profetieën is Daniël 9:24-27: Daar worden 70 jaarweken opgevoerd; een jaarweek duurt zeven jaren. De 70 jaarweken kemen de volgende indeling:
7 jaarweken = 49 jaar: Van terugkeer uit Babel (na wegvoering) tot herbouw Jeruzalem (Nehemia);62 Jaarweken = 434 jaar: Van herbouw Jeruzalem tot Messias;1 jaarweek = 7 jaar: Vanaf opname gemeente tot begin duizendjarig rijk.

(2) Genadetijd

Vanaf de (eerste) Pinksterdag (Handelingen 2) tot de opname van de gemeente (1 Thessalonika 4) is Israël ter zijde gesteld (Romeinen 11:7-10), en vervult God Zijn voornemen met de gemeente: geen aards deel (zoals Israël), maar een hemelse roeping (Efeze l). Deze genadetijd wordt niet meegeteld in de profetische tijdrekening naar Daniël 9.

(3) de 70e jaarweek

Na de opname van de gemeente hervat God Zijn (aardse) wegen met Israël. Dit is de 70e jaarweek van Daniël. Voordat God Zijn Duizendjarig Rijk op aarde vestigt, waarvan de Heere Jezus het hoofd is (Openbaring 20:1-6), gaat God echter zeven jaren lang het volk van de Joden streng tuchtigen, opdat zij hierdoor uiteindelijk de Heere Jezus als Messias zullen aannemen. Zij die Hem aannemen heten: het Joods overblijfsel (Jesaja 10; Jeremia 30-31; Zefanja 3, Romeinen 11:25-27).

(4) 1e helft van de 70e jaarweek

De 70e jaarweek (zeven jaren) is te verdelen in twee helften van drie en een halfjaar. In de eerste helft worden allerlei voorbereidingen getroffen:
(a) opbouw hersteld Romeinse Rijk (Openbaring 12:1-6);
(b) opbouw koninkrijk van het Noorden (de Arabische liga; Daniël 11:13-31; Jesaja 10);
(c) opbouw van een goddeloos religieus systeem, Babylon, de grote hoer, de valse bruid, een kerk zonder Christus. Dit is mogelijk één wereldgodsdienst, waarschijnlijk echter een zogenaamd Christendom (Openbaring 17).

In deze periode zullen de bekeerden Joden het evangelie van het Koninkrijk prediken (Daniël 11:33; Mattheüs 24:14). Op hun prediking zullen velen, ook uit de volken (die het evangelie van de genade niet hebben gehoord) zich bekeren.

In deze periode vinden Gods oordelen plaats die zijn beschreven in Openbaring 6 (de eerste 5 zegels) en Openbaring 11.

(5) 2e helft van de 70e jaarweek: de grote verdrukking

In de tweede helft krijgt het hersteld Romeinse Rijk zijn definitieve gestalte en heerser (Openbaring 1 3:1 11, het beest uit de zee). Daarnaast staat een religieus leider op uit het volk van de Joden (de Antichrist; Openbaring 13:12-18; het beest uit de aarde). Onder leiding van satan gaan deze beiden de gelovigen die dan leven (het Joods overblijfsel) tot op de dood vervolgen (de grote verdrukking; Mattheüs 24:21). In deze periode vinden Gods oordelen plaats die zijn beschreven in Openbaring 8 en 9 (eerste 6 bazuinen), Openbaring 12 (vanaf vers 7), Openbaring 13, Openbaring 16 (eerste 5 fiolen of schalen) en openbaring 18 (oordeel valse bruid)

Ook in deze periode zal door het Joods overblijfsel het evangelie van het koninkrijk worden gepredikt. Ook hier komen nog mensen tot bekering.

(6) Wederkomst van Christus op de Olijfberg; Oordelen

  • Aan het einde van de 70e jaarweek komt Christus weer (Openbaring 19:11-16; Zacharia 14:4) om achtereenvolgens te oordelen: de legers van het Romeinse Rijk en van andere volken die zich rondom Jeruzalem hebben gelegerd; hierbij ook de Antichrist en de heerser van het Romeinse rijk (Openbaring 16 “Armageddon”; Joël 3; Openbaring 19:17-21);
  • de ongelovige Joden die de Antichrist zijn gevolgd (Zacharia 13:8-9);
  • (de koning van) het rijk in het Noorden (Jesaja 10);
  • de omliggende landen die Israël hebben verdrukt (Zacharia 12, Micha 5);
  • het rijk Gog en Magog, “de koning van het verre Noorden” (Rusland) (Ezechiël 38 en 39). Dit oordeel vindt echter pas plaats als Gog en Magog optrekken, vlak nadat het Duizendjarig Rijk is gevestigd (Ezechiël 38:11).

In deze periode vinden Gods oordelen plaats die zijn beschreven in Openbaring 6 (zesde zegel), Openbaring 11 (zevende bazuin), Openbaring 14, Openbaring 16 (zesde en zevende fiool).

(7) Oordeel voor de troon van de Zoon des mensen; Duizendjarig Vrederijk

Christus vestigt nu het Duizendjarig Rijk. Direct daaraan voorafgaand vindt het oordeel voor de troon van de Zoon des mensen plaats (Mattheüs 24:31-46). Alle mensen die leven aan het eind van de grote verdrukking worden hier geoordeeld naar de wijze waarop ze het evangelie van het koninkrijk en diens predikers (het Joods overblijfsel) hebben ontvangen.
Openbaring 21:9-22:5 en o.a. Jesaja 11 en Zacharia 8 beschrijven de toestand in het Duizendjarig Vrederijk.

Het Duizendjarig Rijk eindigt opnieuw met oordeel: Overwinning op de legers, aangevoerd door satan en (opnieuw) Gog en Magog (Openbaring 20:7-10). Hierna volgt de Grote Witte Troon (Openbaring 20 vanaf vers 11).

(8) Eeuwige toestand

Na het oordeel voor de Grote Witte Troon bcgint de eeuwige toestand (Openbaring 21:1-8; 2 Petrus 3:11-13).

Uiteraard zijn er nog veel meer onderwerpen te noemen (rechterstoel van Christus; bruiloft van het Lam; betekenis zeven zegels, -bazuinen, -fiolen; toekomst volkeren; terugvoer tien stammen uit diaspora; rol Verre Oosten; oorlogen koningen van Egypte en (As)syrië; getal van het beest enz. enz.). Bovenstaand overzicht geeft echter voldoende informatie voor een begin van de bestudering van het profetische Woord.

Met een hartelijke groet en zo de Heere wil tot de volgende les.

© S. van Duijn – verantwoordelijk voor deze samenvatting

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol