2 jaar geleden

De gemeente van God (1)

Inleiding

“Wie niet met Mij is, is tegen Mij, en wie niet met Mij bijeenbrengt, verstrooit” (Matth. 12:30).

Er is geen tekort aan goede geschriften over het wezen van de gemeente van God, maar ze zijn niet zo bekend als het wel zou moeten zijn, vooral onder de jongere christenen. Velen hebben nauwelijks kans dit in hun handen te krijgen. Daarom kunnen de volgende regels de onderwijzingen van het Woord over dit belangrijke onderwerp weer in herinnering brengen.

De huidige toestand van de christelijke wereld is niet meer hetzelfde als in de tijd, toen de Heer een aantal lang vergeten waarheden door enkele trouwe dienaren  opnieuw aan het licht bracht. De waarheden die de Heer toen in die tijd weer bekend maakte, zijn veel verder verbreid dan die broeders waarschijnlijk verwacht hadden. Maar de vijand heeft deze arglistig verzwakt met veel schadelijke dwalingen. Daarbij is het vaak niet eenvoudig om te onderscheiden wat naar het Woord van God is, en dat, wat niet kan worden aanvaard door een gelovige die het Woord wil gehoorzamen. Tevergeefs zijn vaak de waarschuwingen voor de “nieuwigheden”, die soms een goede uitstraling hebben en ons van vele kanten in gesprekken, in geschriften en predikingen overvallen. We kunnen niet zorgvuldig genoeg zijn om elkaar te vermanen “het goede toevertrouwde pand door de Heilige Geest Die in ons woont” te bewaren (2 Tim. 1:14).

Het lijkt des te meer noodzakelijk, om nog eens te overwegen hoe de Schrift het samenkomen van de gelovigen ziet. Dit omdat degenen die geroepen zijn de opnieuw aan het licht gebrachte waarheden te verwerkelijken, de vijand hebben toegestaan om in hun midden zijn werk van vernietiging en verdeeldheid aan te richten. Laten we met oprechte verootmoediging onze onachtzaamheid, en, als gevolg daarvan, ons gebrek aan liefde en trouw erkennen en belijden. De waarheid blijft bestaan, maar we moeten ernaar streven haar te vinden en haar vast te houden, de harten bevestigd door de liefde van Christus.

Moet men zich niet verwonderen te zien, hoe heel vaak alleen aan de praktische zijde van de weg waarde wordt gehecht, zonder dat men ernaar vraagt met welk principe het overeenkomt? Het gevaar is zonder twijfel groter dan we denken kunnen, dat we terugkeren naar gewoonten die ons enigermate bevredigen en die wij, omdat zij van de onze voorouders waren, als juist beschouwen. We zijn, zonder het toe te geven, vaak tevreden met een ‘leer’ van de broeders. Het belangrijkste is niet deze voorgangers te imiteren, maar uit de bron waaruit zij putten, terug te keren. Hun geloof is het dat we moeten navolgen, door “het einde van hun wandel te beschouwen” (Hebr. 13:7). Hun wandel kwam voort uit hun geloof. Je hoort wel eens zeggen: ‘Onze oude broeders zouden zo of zo gehandeld hebben’, of nog meer in het algemeen ‘de broeders deden dit of dat’. Goed, maar kunnen we ook zeggen waarom zij zo handelden, en kunnen we hun handelwijze door het Woord – in de geest ervan, niet alleen naar de letter – rechtvaardigen? Anders zouden zij, ook al waren zij nog zo goed, geen andere autoriteit hebben dan de traditie en dit zou alleen maar leiden tot een volgen uit gewoonte.

Moge het Woord en de Heilige Geest Zelf ons onderwijzen bij de huidige studie van de gedachten van God over het samenkomen van de gelovigen.

 

* * *

De gemeente van God

Deel I: De principes van het christelijke samenkomen

De leringen en vermaningen van het Nieuwe Testament beschouwen de christenen zelden in een geïsoleerde positie, maar veel meer als deel van een geheel, namelijk de “heiligen” (Rom. 1:7; 1 Kor. 1:2; 14:33; 16:1 ; Judas :3, etc.). De eigenschap als heilige is overigens niet het gevolg van enige verdienste van henzelf; ze zijn heiligen door de roeping van God op grond van het volmaakte werk van Christus. Ze zijn allen “heilige broeders, deelgenoten van de hemelse roeping” (Hebr 3:1). Deze uitdrukkingen wijzen op een alles omvattend geheel. Zelfs als Paulus hen, die de naam van de Heer aanroepen, oproept zich te onttrekken aan ongerechtigheid of, wanneer hij Timotheüs vermaant doordat hij hem herhaalde malen oproept: “Maar jij …”, dan richt hij de gedachten van de trouwe gelovige op een geheel, waarmee hij de Heer dienen kan en moet. De bevelen in 1 Timotheüs 6 vers 11: “ontvlucht … jaag …” zijn ook te vinden in 2 Timotheüs 2 vers 22, maar hier wordt, in een tijd van een sterk op de voorgrond tredend verval, de kostbare aanwijzing toegevoegd “met hen die de Heer aanroepen uit een rein hart”.

Het is daarom van groot belang om te weten waarom, waar, hoe en met wie we ons naar de gedachten van God moeten vergaderen.

Maar al te vaak volgt men in dit opzicht de gewoonten van zijn familie, zijn omgeving of zijn land. Het Christendom bestaat uit een groot aantal groepen, die zich allen christenen noemen. Sommigen van hen verwijzen naar zichzelf met hun officiële naam als kerken en gemeenschappen, met een karakteristieke toevoeging: katholieke, anglicaanse, gereformeerde, evangelische kerk, lutheranen, presbyterianen, methodisten, baptisten, vrije gemeente, enzovoorts. Alle denominaties op te sommen zou te lang duren.

Veel ernstige gelovigen zijn met het oog op deze versplintering smartelijk bewogen en streven momenteel op verschillende manieren, om dat, wat men de eenheid van de kerk noemt, te herstellen. Dit gebeurt door leden van de verschillende “kerken” met elkaar te verenigen, om hen op een zeker aantal gemeenschappelijke punten onderling in harmonie te brengen. Helaas zijn het daarbij juist deze punten, die niet altijd de belangrijkste zijn en die geen betrekking hebben op de echte vragen van de leer. De trouwste aanhangers van deze oecumenische (universele) beweging kunnen zich zelfs niet helemaal verenigen met de term “christelijk”; hoe zouden ze het dan eens moeten worden over het begrip van de “algemene universele kerk”, een benaming waarin vele kerken zich beroemen? Wat moet men maken van de onenigheid over de inspiratie van de Schriften, over de goddelijkheid van Jezus, over de realiteit van de opstanding? Hebben ze eigenlijk wel een, door allen aangenomen voorstelling van God? Wat blijft hen dan over?

Natuurlijk willen we ons over alles verheugen, wat het doel heeft om mensen op een vreedzame wijze nader tot elkaar te brengen. We zijn blij dat velen van degenen, die aan dit werk met een onbetwistbaar goede wil arbeiden, echte en geliefde kinderen van God zijn. Maar bij zo’n onderwerp is goede wil alleen niet genoeg. Hoewel ze inderdaad goedbedoelde inspanningen verrichten om een evenwicht te vinden en één kerk op te richten – hoewel met het voorbehoud dat de van elkaar bestaande kerken gehandhaafd worden, en dat ieder afzonderlijk aan zijn eigen diepere overtuiging kan vasthouden. Men moet dan toch minstens zoveel zeggen, dat ze zich niet werkelijk baseren op de leringen die het Woord van God over de ware christelijke eenheid en het samenkomen naar Zijn wil geeft.

Maar juist aan het Woord van God moeten we vasthouden, als de enige betrouwbare gids.

Ten eerste is de doorslaggevende vaststelling te maken, dat het Woord van God nooit verschillende “kerken” ziet, waaronder de gelovigen zich verspreid bevinden, en die je zou moeten verenigen. Het spreekt veel meer van gelovigen als zijnde behorende tot dezelfde gemeente, waarvan er zonder twijfel een groot aantal lokale manifestaties (getuigenissen) zijn kunnen, waarvan echter elk afzonderlijk een uitdrukking is van de ene gemeente. Het Woord kent geen andere gemeente dan deze.

Daardoor ontstaan ernstige verwarringen, omdat men altijd weer twee heel verschillende aspecten met elkaar verwart: enerzijds de gemeente in wat het in de ogen van God is, anderzijds, de vorm die de mensen haar op aarde gegeven hebben. Aan de ene kant de raadsbesluiten en de gedachten van God, aan de andere kant de verantwoordelijkheid van de mens en het resultaat van zijn eigen activiteit. Om te weten hoe we ons in de gemeente van God, zoals zij op aarde bestaat, moeten gedragen, moeten we in de eerste plaats een juist beeld hebben van wat zij in de ogen van God is.

* * *

Wordt DV vervolgd.

André Gibert
Uit: “Messager Evangélique” (Vevey, 1948/1949).

Geplaatst in: ,
© Frisse Wateren, R. Mol