15 jaar geleden

De Christen en de politiek (3)

Mijn koninkrijk is niet van deze wereld

Dienaar van de Koning

Johannes meldt dat de Heer het volgende zei: “Mijn koninkrijk is niet van deze wereld. Als Mijn koninkrijk van deze wereld was, zouden Mijn dienaars hebben gestreden, opdat Ik niet aan de Joden zou worden overgeleverd; maar nu is Mijn koninkrijk niet van hier” (Johannes 18:36).

Zouden alleen al niet deze woorden het pleit hebben beslecht?

  1. Als Christenen vandaag argumenteren dat zij politiek actief zouden moeten zijn ten einde hun rol in het koninkijk te vervullen, moeten de woorden van de Heer “Mijn koninkrijk is niet van deze wereld” toch wel duidelijk maken dat dit geestelijke en geen burgelijke plichten zijn.
  2. Als anderen er de aandacht op vestigen om bepaalde ontwikkelingen in onze maatschappij te weigeren, en argumenteren dat Christenen deze ook niet moeten toleren, geven de woorden van de Heer dan niet opnieuw het antwoord? “Als Mijn koninkrijk van deze wereld was, zouden Mijn dienaars hebben gestreden”.

Hoewel een meer schandelijke gebeurtenis dan de berechting van de Heer tot dan toe nog nooit was voorgevallen, werden Zijn dienaren toch niet geroepen om te vechten. Eén van hen, Petrus, had dit niet begrepen en sloeg het rechteroor af van Malchus. “Steek het zwaard in de schede”, was het kalme advies van de Meester (Johannes 18:10-11).

Invloed buiten de politiek om

Na enige principes, of begrippen, te hebben nagagaan waaraan de politiek ten grondslag ligt in een wereld die Christus verworpen heeft – en het verschrikkelijke resultaat in de ‘zaak der zaken’ – moet de Bijbellezer toch wel toegeven dat politieke activiteit niet de weg is voor de Christen. Op hetzelfde mement kan en zal de vraag rijzen: Maar hoe kunnen Christenen dan invloed uitoefenen in deze wereld?

Christenen hebben en zullen invloed hebben in deze wereld. Maar dit wordt niet bererikt door “vechten” of door het verbeteren van de wereld. Veeleer wordt de gelovige geroepen:

  • Zout te zijn van de aarde (Mattheüs 5:13) – bederf weren;
  • te prediken wanneer zij gezonden zijn (Romeinen 10:14-15);
  • te bidden (niet kiezen) voor hen die gezag vertegenwoordigen (1 Timotheüs 2:1-2);
  • te prediken wanneer zij gezonden zijn (Romeinen 10:14-15);
  • een voorbeeld zijn (1 Petrus 3:1-2).

In een wereld die Christus verwierp gaat ons getuigenis over een verworpen Christus.

Een kwestie van timing

Christenen worden vereenzelvigd met Christus. Zij regeren wanneer Hij regeert (Openbaring 20:6), en zij delen Zijn verwerping wanneer Hij wordt verworpen. De Korinthiërs waren niet duidelijk op dit punt. Zij wilden niet wachten tot de tijd van Christus’ regering. Paulus berispt hen: “Reeds bent u verzadigd, reeds bent u rijk geworden, zonder ons hebt u geregeerd; en ik zou wel willen dat u regeerde, opdat ook wij met u regeerden” (1 Korinthe 4:8). Dan vervolgt hij met te beschrijven hoeveel de apostelen leden. Zij waren “als ten dode gedoemden … en schouwspel geworden” en “tot op dit ogenblik lijden wij zowel honger als dorst, en zijn naakt, en worden met vuisten geslagen, en hebben geen vaste woonplaats, en vermoeien ons door met onze eigen handen te werken. Worden wij gescholden, wij zegenen; vervolgd, wij verdragen”, enzovoort (zie 1 Korinthe 4:9-13). Na deze lange lijst van lijden wijst de apostel de Korinthiërs terecht door hun aan te sporen deze instelling van het willen heersen te verzaken en liever zijn voorbeeld na te volgen: “Ik vermaan u dus: weest mijn navolgers” (1 Korinthe 4:16).

Een man die invloed had (en iemand die het niet had)

Een ander voorbeeld wat nogal gemakkelijk op het thema wordt toegepast is dat van Abraham en Lot. Abraham was afgezonderd terwijl Lot in de poort van Sodom zat, een invloedrijke plaats (Genesis 19:1). Lot kwelde zijn rechtvaardige ziel (2 Petrus 2:7-8), en zijn getuigenis werd aan de kant gelegd in die mate dat, toen hij zijn familie waarschuwde. “Maar hij was in de ogen van zijn schoonzonen als schertsende” (Genesis 19:14). Hij had helemaal geen invloed. Aan de andere kant was Abraham afgezonderd. Hij had geen plaats in Sodom en hij wilde zelfs geen gaven van de zonen van Heth ontvangen (Genesis 23:3-16) noch van de groten van de aarde (Genesis 14:23). En wat was het resultaat? Hij had een veel beter getuigenis: hij werd door hen als een prins van God beschouwd. Ironisch, hij ging uit als iemand die Lot moest bevrijden (Genesis 14:16). Kijk eens naar het toneel van Sodom’s vernietiging (Genesis 19:27-29): Abraham stond op een afstand en Lot werd bewaard vanwege hem (niet andersom).

Een Christen heeft een meer dan verheven plaats (Efeze 2:6) en Voorwerp (Kolosse 3:1). Eenmaal bewust te zijn van het “deelgenootschap van de hemelse roeping” (zie Hebreeën 3:1) zouden zij minder in beslag genomen zijn door aardse doelstellingen. Laten we evenzeer oppassen om geen politieke principes te introduceren (bij bijvoorbeeld belangrijke beslissingen) in het praktische leven – individueel en collectief – van het volk van God. Wonend in democratische landen schijnt de vooruitgang zo natuurlijk te zijn, maar we kunnen God danken voor de absolute en onfeilbare leiding vervat in Zijn Woord.

Er is gesproken …

Een oud Latijns spreekwoord zegt: “vox populi – vox dei” (de stem van het volk is de stem van God). Anderen dachten het beter te zeggen: “vox populi – vox bovis” (de stem van het volk is de stem van een os). Er moet de aandacht gevestigd worden op het feit dat dingen vaak verkeerd zijn en we eigenlijk moeten zeggen: “vox populi, vox diaboli” (de stem van het volk is de stem van de duivel). Het gedeelte uit Lukas 23 hierboven besproken is hiervan een sprekend voorbeeld. Het blijft waar zolang de Nazarener wordt veracht en verworpen. Maar spoedig zal Hij op aarde regeren en zal in waarheid gezegd worden: “vox regis, vox dei” (de stem van de koning is de stem van God).

Conclusie

De berechting van de Heer voor Pilatus richt vaak onze ogen op de Heer als het onschuldige slachtoffer, het Lam van God dat “als een lam ter slachting werd geleid” en “als een schaap, dat stom is voor het aangezicht van zijn scheerders”, en wij denken na over Zijn unieke volmaaktheid in dit verhoor. Terwijl dit zeker de belangrijkste hoofdgedachte van de passage is, geeft het bericht zeker ook kostbare hints wat betreft de aard van politiek dat we niet voorbij moeten zien. In zo verre politieke doelen de menigte bevalt, gaat het zo gemakkelijk in tegen de gedachten van God. Het resultaat van de berechting dat door Pilatus werd geleid, illustreert het gevaar van een beslissing om gerechtelijk te vervolgen gebaseerd is op meerderheid van stemmen. Christenen zouden buitengewoon zorgvuldig moeten zijn om geen politieke handelwijzen in te voeren (zoals meerderheid van stemmen) om zaken van hun collectieve leven te regelen. Niettemin zouden Christenen een invloed moeten uitoefenen in een wereld dat Christus verwierp, niet door te proberen het te verbeteren maar door het geven van een positief getuigenis van Hem. Het is het plan van God om de dingen in deze wereld recht te maken: niet door ons initiatief maar door het vestigen van het koninkrijk van Christus op aarde, de plaats waar Hij werd – en nog is – verworpen. Dan (gedurende het duizendjarig rijk) zal Christus van de gemeente de centrale zetel van bestuur maken (Openbaring 20:6 en 21:9-27).

Slot.

M. Hardt, © Folge mir nach

 

 

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW