… of: Wat staat mij te wachten voor de rechterstoel!
Inhoud
> Inleiding
> Voor God rekenschap afleggen
> De wedloop lopen
> Het vuur overleven
> Rekenschap afleggen
Leidende verzen: Romeinen 14 vers 10-13; 1 Korinthe 3 vers 10-15; 4 vers 2,5; 2 Korinthe 5 vers 9-10; 2 Timotheüs 4 vers 7-8.
Inleiding
In de ruïnes van het oude Korinthe hebben archeologen de Agora [1] opgegraven, het centrale marktplein of verzamelplaats van de stad. Langs één zijde van dit open, met stenen bestrate plein verrijst een groot, rechthoekig platform van stenen blokken, ongeveer tweeënhalve meter hoog, bekend als de Bema [2]. Rechters zaten op dit verhoogde platform om burgerlijke geschillen te beslechten of atletische wedstrijden te observeren. Er zijn zelfs startblokken voor races in de bestrating van de Agora gevonden, en men vermoedt dat hardlopers over de Bema sprintten bij de finish. Worstelaars en andere atleten hebben mogelijk ook voor de Bema gestreden of er in ieder geval langs gemarcheerd. De rechters op de Bema beoordeelden de prestaties van de atleten en bepaalden wie een prijs verdiende.
Veel passages in het Nieuwe Testament spreken over atletische training en wedstrijden om het christelijke leven te illustreren:
- In 1 Korinthe 9 vers 24-27 illustreert de apostel Paulus bijvoorbeeld, dat als we als christenen “goed strijden” willen, dit harde training, discipline en zelfbeheersing vereist.
- Hebreeën 12 vers 1-2 beschrijft een menigte die getuige is van een hardloopwedstrijd en moedigt ons, als christelijke “hardlopers” aan, om ons te bevrijden van alles wat ons zou kunnen belemmeren of ervan zou kunnen weerhouden om goed te lopen.
- In 2 Timotheüs 2 vers 5 zegt Paulus, dat atleten zich aan de regels moeten houden als ze willen winnen. En aan het einde van zijn leven schrijft hij: “Ik heb de goede strijd gestreden, ik heb de loop geëindigd, ik heb het geloof behouden” (2 Tim. 4:7).
Nog veel andere parallelle passages in het Nieuwe Testament illustreren hoe we als christenen een goed leven kunnen leiden.
Wat is het doel van gelovigen wanneer ze de “loop” van het christelijke leven “lopen”? Is het om het eeuwige leven te bereiken en in de hemel te komen? Nee! We verdienen onze weg naar de hemel niet door een “goed” leven te leiden. De Bijbel leert duidelijk dat we het eeuwige leven en de toegang tot de hemel ontvangen op het moment, dat we in Jezus Christus geloven als onze persoonlijke Verlosser. Het eeuwige leven en de hemel zijn voor de gelovige al verzekerd, niet door onze goede werken, maar door de dood en opstanding van Jezus Christus. De Heer Jezus zegt: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: wie mijn woord hoort en gelooft Hem die Mij heeft gezonden, die heeft eeuwig leven en komt niet in [het] oordeel, maar is uit de dood overgegaan in het leven” (Joh. 5:24).
Merk op dat de Heer niet zegt: “die zal eeuwig leven hebben,” maar: “die heeft eeuwig leven”; dit is de tegenwoordige tijd. En Hij zegt niet: “zal uit de dood overgaan in het leven,” maar: “is uit de dood overgegaan in het leven”; dit is de verleden tijd. Onze Heer benadrukt deze eeuwige waarheden door Zijn uitspraak te beginnen met de woorden: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u.” Met andere woorden, de Heer benadrukt nadrukkelijk dat Zijn uitspraak waar is en Hij wil, dat Zijn toehoorders daar geen twijfel over hebben.
Het doel van de gelovige is daarom niet “goed te leven om redding te verdienen.” De gelovige is al gered – loof de Heer! Gelovigen maken deel uit van een nieuw team! We “strijden” als vertegenwoordigers van ons “nieuwe land” (Fil. 3:20), en het doel van onze levensloop is “Hem welbehaaglijk te zijn” (2 Kor. 5:9). Waar Hij ons ook plaatst, we moeten ons leven zo leiden, dat het tot eer en vreugde van onze Heer Jezus Christus is!
Voor God verantwoording afleggen
2 Korinthe 5 vers 9-10:
“Daarom stellen wij er ook een eer in, hetzij inwonend, hetzij uitwonend, Hem welbehaaglijk te zijn. Want wij allen moeten geopenbaard worden voor de rechterstoel van Christus, opdat ieder ontvangt wat in het lichaam is [gedaan], hetzij goed hetzij kwaad.”
De Bijbel leert duidelijk, dat gelovigen eeuwig gered zijn en dat elke gelovige op een dag voor de hemelse Bema zal verschijnen, waar zijn of haar leven zal worden beoordeeld. Het Griekse woord Bema wordt in onze Bijbels vertaald als “rechterstoel.” De “rechterstoel van Christus” betekent, dat de Heer ons aardse leven beoordeelt wanneer we voor Zijn rechterstoel staan. De Heer Zelf zal bij Zijn Bema beoordelen hoe goed gelovigen de “wedloop” hebben gelopen, gebaseerd op hun toewijding, gehoorzaamheid en trouw in het dienen van Hem.
Let op: de “rechterstoel van Christus” is niet hetzelfde als de “grote witte troon” waarvoor ongelovigen worden geoordeeld (Openb. 20:11), noch is het een andere naam voor “vagevuur.” Nee! “Vagevuur” is een verzonnen leer; er is geen vagevuur in de Bijbel. De “rechterstoel van Christus” is echter een leer die duidelijk in de Bijbel wordt onderwezen: “Want wij zullen allen voor de rechterstoel van God gesteld worden” (Rom. 14:10). De rechterstoel van Jezus Christus is er dus niet om ons te verlossen van de zonden die we hebben begaan; Christus heeft daarvoor gezorgd aan het kruis!
De hemelse rechterstoel is er niet om ons te beschamen of te vernederen vanwege onze tekortkomingen en mislukkingen als christenen. Het is ook geen podium waar onze verborgen fouten en tekortkomingen voor een publiek van medegelovigen aan het licht zouden komen (gelukkig maar!). De rechterstoel van Christus is er om ons leven als christenen te onderzoeken en te beoordelen “opdat ieder ontvangt wat in het lichaam is [gedaan], hetzij goed hetzij kwaad” (2 Kor. 5:10).
De loop lopen
2 Timotheüs 4 vers 7-8:
“Ik heb de goede strijd gestreden, ik heb de loop geëindigd, ik heb het geloof behouden. Overigens is voor mij de kroon van de gerechtigheid weggelegd, die de Heer, de rechtvaardige Rechter, mij op die dag zal geven; en niet alleen mij, maar ook <allen> die Zijn verschijning hebben liefgehad.”
Dus er zijn beloningen in de hemel! De Heer zal ons belonen voor een leven, dat Hem behaagt. Maar deze beloningen zijn niet materieel. In dit leven zijn we zo gewend aan materialistisch denken, dat we hemelse beloningen vaak zien als “grotere huizen” en “glimmendere kronen.”
Niets is minder waar! Het Griekse woord stephanos voor “kroon” verwijst namelijk niet naar de gouden kroon die een koning draagt. De “kroon” is een lauwerkrans die op het hoofd van zegevierende Griekse atleten wordt geplaatst! Dit onderscheid is cruciaal, want de loper erft de “kroon” niet bij geboorte, zoals een koningskroon, maar wint hem omdat hij goed gelopen heeft! Een lauwerkrans heeft in zich geen waarde. De bladeren verwelken na een paar dagen. Wat de lauwerkrans waardevol maakte, was de eer om hem te hebben gewonnen door een goede wedloop!
De Bijbel noemt verschillende “lauwerkransen” die worden toegekend voor een trouw christelijk leven:
- Met een “kroon van de roem” (1 Thess. 2:19) wordt degene beloond die mensen voor Christus heeft gewonnen en hen heeft aangespoord.
- Herders en opzieners die trouw voor Gods kudde hebben gezorgd, zullen een “kroon van de heerlijkheid” ontvangen (1 Petr. 5:4).
- De “kroon van het leven” (Jak. 1:12; Openb. 2:10) is een beloning voor gelovigen, die verleidingen en beproevingen doorstaan, zelfs tot het punt van martelaarsdood.
- De gelovigen die trouw “de goede strijd gestreden en de loop geëindigd hebben,” terwijl zij zich op de wederkomst van de Heer verblijd hebben, zullen een “kroon van gerechtigheid’ ontvangen” (2 Tim. 4:7-8).
Krijgen gelovigen die een ontrouw, nalatig en egoïstisch leven hebben geleid een soort troostprijs of een narrenmuts om voor altijd te dragen? Nee, maar ze zullen wel schade lijden. Ze ontvangen geen beloning. De Heer kan ons niet belonen voor een dienst, die we niet hebben bewezen. Er zijn geen beloningen als we niet meedoen aan de wedloop.
2 Timotheüs 2 vers 3-13 richt zich tot gelovigen en beschrijft hoe we voor Christus kunnen leven en Hem kunnen dienen. Als we onze Heer verloochenen door niet te leven naar wat Hem behaagt, zal Hij ons de redding niet onthouden – maar Hij kan ons niet belonen voor iets wat we niet hebben gedaan! Waarom niet? Omdat Hij Zijn eigen gerechtigheid en rechtschapenheid niet kan verloochenen. Hij moet trouw blijven aan Zijn goddelijke beginselen en aan het beginsel, dat er een beloning is voor een gelovig leven. Hij kan een leven waarvan de voornaamste doelen aardse winst en egoïstisch genot zijn, niet belonen zonder, dat de gelovige ernaar streeft Jezus Christus te behagen en Zijn koninkrijk te bevorderen.
We kunnen de hemelse beloningen van de Bema van Jezus Christus vergelijken met de prijsuitreiking van hedendaagse atleten. Bij een prijsuitreiking krijgen degenen die goed hebben gepresteerd meer erkenning. Maar het is u misschien al opgevallen: de coach heeft altijd iets lovenswaardigs over ieder teamlid te zeggen! Bij een prijsuitreiking wordt zelfs de kleinste sportieve prestatie en de kleinste bijdrage aan het team opgemerkt en vermeld, en ook degenen die op de wisselbank zitten, maken deel uit van het team!
1 Korinthe 4 vers 5 duidt aan, dat bij de rechterstoel van Christus “ieder zijn lof zal ontvangen” van onze “Coach.” Maar laten we bedenken, dat we eeuwig verlies zullen lijden als we beseffen, dat we onze Heer en ons “team” veel meer eer hadden kunnen brengen als we toegewijder en gedisciplineerder waren geweest. Hoeveel spijt zullen we hebben, als we er de voorkeur aan hebben gegeven ons aardse leven egoïstisch en achteloos te besteden aan het verspillen van onze tijd aan de zijlijn in plaats van de levenswedloop goed te lopen!
De Bijbel spreekt over onze vreugde in het delen in en het vergroten van Gods heerlijkheid voor eeuwig in de hemel. Het lijkt er echter ook op te wijzen, dat de beloningen bij de rechterstoel van Christus verbonden zijn met onze plaats in Christus’ toekomstige koninkrijk op aarde. Tijdens Christus’ toekomstige koninkrijk op aarde zullen wij “priesters van God en van Christus zijn en met Hem <de> duizend jaren regeren” (Openb. 20:6). De gelijkenis van de ponden in Lukas 19 vers 11-27 laat zien, dat onze mate van verantwoordelijkheid en gezag in dat koninkrijk afhangt van hoe goed en trouw we Hem nu dienen.
Het vuur overleven
1 Korinthe 3:10-15:
“Naar de genade <van God> die mij gegeven is, heb ik als een wijs bouwmeester [het] fundament gelegd en een ander bouwt erop. Maar laat ieder uitkijken hoe hij erop bouwt. Want niemand kan een ander fundament leggen dan wat er ligt, dat is Jezus Christus. Als nu iemand op het fundament bouwt: goud, zilver, kostbare stenen, hout, hooi, stro, – ieders werk zal openbaar worden. Want de dag zal het aan het licht brengen, omdat deze in vuur geopenbaard wordt, en hoe ieders werk is, <dat> zal het vuur beproeven. Als iemands werk dat hij daarop gebouwd heeft, zal blijven, zal hij loon ontvangen; als iemands werk zal verbranden, zal hij schade lijden; maar zelf zal hij behouden worden, maar zó als door vuur heen.”
Een ander beeld van beloning vinden we in 1 Korinthe 3 vers 10-15. Hier vergelijkt de apostel Paulus het beloningssysteem met het bouwen van een constructie op een reeds voltooid fundament. Het fundament, de “basis,” is Jezus Christus, en dat is al voor ons gelegd. Alle gelovigen “bouwen” hun hele leven lang voort op dit stabiele fundament.
Wat is de belangrijkste boodschap van dit gedeelte? Het hangt er helemaal vanaf hoe we bouwen! De bouwmaterialen die we gebruiken en de kwaliteit van onze constructie zullen op de proef gesteld worden, zodat we een beloning kunnen ontvangen (1 Kor. 3:13-14).
Net zoals de kwaliteit van een gebouw pas aan het licht komt wanneer het aan vuur wordt blootgesteld, zo wordt ook de kwaliteit van ons leven op de proef gesteld. Goud, zilver en edelstenen veranderen niet in as in het vuur. Zo zal ook een leven dat is “gebouwd” met hoogwaardige materialen – zoals bijvoorbeeld groei in de kennis van God, vruchtbare dienst en een christelijk leven – standhouden en beloond worden. Een leven, dat gericht is op egoïstische en aardse doelen is daarentegen te vergelijken met hooi en stro. Wat gebeurt er met deze bouwmaterialen in het vuur?
Het is duidelijk, dat een leven gebouwd op waardeloze of minderwaardige materiële zaken – zoals zelfzuchtige ambitie en wereldse doelen – zal verbranden in het vuur van de Heer. Niets zal overblijven als beloning. Hoe groot of belangrijk onze aardse bouwwerken of prestaties ook zijn, ze zullen volkomen waardeloos zijn als we Gods plan voor ons leven negeren of veronachtzamen. Hoeveel zal er overblijven, wanneer uw levenswerk wordt onderworpen aan het vuur van de Heer? Hoeveel zal in vlammen opgaan?
Let op: dit vuur is een beproevend vuur – het is niet het hellevuur! Hoewel gelovigen wier levenswerk is verteerd weliswaar “behouden worden, maar zó als door vuur heen” (1 Kor. 3:15), wat betekent dit? Herinnert u zich het verhaal van Lot nog? Hij werd uit Sodom gered “als door vuur” (Gen. 19:15-26). Hij ontsnapte met zijn leven, maar zijn levenswerk in Sodom werd volledig verteerd! Wilt u met lege handen de hemel binnengaan, alsof u een brandend huis bent ontvlucht met niets anders dan uw verschroeide kleren aan? U zult eeuwig dankbaar zijn, dat u in de hemel bent, maar tot uw verdriet zal de beloning gering zijn. De Heiland die voor u gestorven is, zal niet kunnen zeggen: “Voortreffelijk, goede en trouwe slaaf!” (Matth. 25:21).
Rekenschap geven
Romeinen 14 vers 10-13:
“Maar u, waarom oordeelt u uw broeder? Of ook u, waarom minacht u uw broeder? Want wij zullen allen voor de rechterstoel van God gesteld worden; want er staat geschreven: ‘[Zo waar] Ik leef, zegt [de] Heer, voor Mij zal elke knie zich buigen en elke tong zal God belijden.’ Dus zal <dan> ieder van ons voor zichzelf rekenschap geven <aan God>. Laten wij dan niet meer elkaar oordelen; maar komt liever tot dit oordeel, dat u voor uw broeder geen struikelblok plaatst of een aanleiding tot vallen.”1 Korinthe 4 vers 2 en 5:
“Verder wordt hier van de rentmeesters vereist, dat men trouw wordt bevonden … Oordeelt daarom niets vóór [de] tijd, totdat de Heer komt, die ook wat in de duisternis verborgen is, aan het licht zal brengen en de raadslagen van de harten openbaar zal maken; en dan zal ieder zijn lof ontvangen van God.”
Misschien wel het meest beangstigende aspect van de rechterstoel van Christus is het feit, dat ieder van ons rekenschap moet geven over zijn leven aan de Heer. Romeinen 14 vers 12 duidt aan, dat we daar niet alleen eenvoudig maar staan zullen – ieder wordt gezegd “voor zichzelf rekenschap geven aan God”! Wat wil de Heer zien en horen terwijl Zijn volk voor Zijn Bema staat? Hij zal niet alleen rekenschap verwachten van onze dienst, maar Hij wil ook horen, dat de vrucht van de Geest (Gal. 5:22-23) in ons leven is gegroeid. God wil ons meer op Jezus laten lijken, Hij wil ons gelijkvormig maken aan “het beeld van zijn Zoon” (Rom. 8:29). Daarom heeft Hij grote belangstelling voor wie wij worden.
Petrus spoort ons aan om “alle ijver te gebruiken” om enkele belangrijke eigenschappen aan ons geloof toe te voegen: deugd [3], kennis, matigheid (zelfbeheersing), volharding, godsvrucht, broederliefde en liefde (tot de naaste) (2 Petr. 1:5-7), want “als deze dingen bij u aanwezig zijn en overvloedig zijn, laten zij u niet werkeloos of onvruchtbaar wat de kennis van onze Heer Jezus Christus betreft” (2 Petr. 1:8). Als we “niet werkeloos of onvruchtbaar zijn in de kennis van Christus,” zullen ons een “rijke ingang in het eeuwige koninkrijk van onze Heer en Heiland, Jezus Christus worden verleend” (2 Petr. 1:11). Christelijke dienstbaarheid vloeit automatisch voort uit een leven, dat steeds meer op Jezus gaat lijken! Worden Zijn eigenschappen steeds duidelijker in mijn leven? Gaan mijn houding en daden steeds meer op die van Jezus lijken? Is mijn rekenschapverslag al klaar?
In Romeinen 14 spreekt de apostel Paulus over het probleem van het oordelen over en veroordelen van medegelovigen vanwege hun christelijke levenswijze. Hij zegt: “Dus zal <dan> ieder van ons voor zichzelf rekenschap geven aan God” (Rom. 14:12). Met andere woorden, ieder van ons zal aan de Heer rekenschap afleggen over hoe we ons eigen leven hebben geleefd. Omdat we geen rekenschap hoeven af te leggen over het leven van andere gelovigen, mogen we hen niet beoordelen op basis van onze eigen vooroordelen of meningen over hun leven! Zijzelf zullen rekenschap afleggen voor God. Kritiek en veroordeling zijn een veelvoorkomende, maar zeer ernstige tekortkoming onder gelovigen.
Oordelen is Gods voorrecht! Het is zeer ernstig wanneer we andere gelovigen voortdurend onder de loep nemen en hun leven bekritiseren (Rom. 14:13); hiervoor moeten we verantwoording afleggen aan Gods Bema! Dit zal een essentieel onderdeel van onze verantwoordingsplicht zijn. Alles wat verborgen is, zal aan het licht komen wanneer de Heer ons leven onderzoekt en ons laat zien waar we anderen onrechtvaardig hebben beoordeeld (1 Kor. 4:3-5). Laten we oppassen, dat we onze medegelovigen niet veroordelen, want dit is zeer ernstig in de ogen van onze Heer! In onze omgang met andere gelovigen moeten we streven naar “wat vrede en onderlinge opbouw [dient]”, “want wie Christus daarin dient, is voor God welbehaaglijk” (Rom. 14:18-19).
Vergis u niet, we zullen allemaal voor de rechterstoel van Christus verschijnen. In deze evaluatie van de wedloop zijn er geen “vrijkaarten”! Maar in tegenstelling tot de onbijbelse leer van het vagevuur, is de rechterstoel van Christus er niet om ons onder druk van angst “goede werken” te laten verrichten. Het is niet de bedoeling, dat we met tegenzin punten proberen te scoren bij God, noch is het de bedoeling, dat we een christelijke “prestatiegerichte mentaliteit” ontwikkelen.
Integendeel, de rechterstoel van Christus zou ons moeten motiveren om meer op Christus te lijken [2 Kor. 3:18] en ons moeten aanmoedigen tot een leven van gehoorzaamheid aan en trouwe dienstbaarheid aan de Heer die voor ons gestorven is. Laten we, in afwachting van de dag waarop we Hem zullen zien, vol vreugde een goed rekenschapverslag van onszelf voor Hem voorbereiden!
David Roderick Reid; © SoundWords
Online in het Duits sinds: 12.10.2002; geactualiseerd: 23.04.2025
Originele titel: “The BEMA for Believers”
Bron: www.growingchristians.org
Geplaatst in: Christendom, Toekomst
© Frisse Wateren, FW