11 jaar geleden

Bijbel Contrastrijk VII

Bijbelverzen moeten in het verband van de tekst onderzocht worden. Ondanks dat struikelt men altijd weer over de op het eerste gezicht verrassende “tegenstelling” tussen afzonderlijke bijbelplaatsen. Deze contrasten nodigen uit tot nadenken – en daartoe moet deze kleine reeks bijdragen. Verder opmerkingen uit de lezerskring zijn welkom …

“Wordt als de kinderen”

Mattheüs 18:3

De discipelen waren hun Meester naar hun maatstaven trouw gevolgd en hoopten, net als de helden van David (2 Samuël 23), op een daarbij passende ereplaats in het koninkrijk van God. Maar de Heer Jezus Christus moet hen van het “hoge paard” afhalen en hen tot innerlijke omkeer oproepen: “Als u niet verandert en wordt als de kinderen, zult u het koninkrijk der hemelen geenszins binnengaan” (Mattheüs 18:3). “Zich vernederen” zoals een kind is het tegendeel daarvan, naar grote daden en erkenning te streven; het gaat om het eenvoudige, in goede zin “eenvoudig” geloof. Zoals een kind zich van zijn afhankelijkheid van de ouders bewust is en hen tegelijk volledig vertrouwt, zo moesten ook de discipelen een houding van afhankelijkheid, van vertrouwen op de Heer innemen – zoals overigens de Heer Zelf als mens het ingenomen heeft. Ingaan in het koninkrijk der hemelen betekent de zegen van de Heer nu en in de toekomst genieten, dat kunnen alleen mensen die zichzelf vernederen – eenmaal bij hun bekering, maar ook gedurende hun volgen achter de Meester aan.

“Wordt volwassenen”

1 Korinthe 14:20

De Korinthiërs waren in hun plaatselijke vergadering (kerk/gemeente) met alle genadegaven gezegend. Daarop waren zij trots – innerlijk echter waren zij “onmondigen in Christus” (1 Korinthe 3:1), onrijp en ongeestelijk. Bovendien waren zij in gevaar hun voorhanden zijnde inzicht te verliezen en om daardoor weer “onkundige kinderen” te worden. Daarom schrijft Paulus hen: “Broeders, weest geen kinderen in uw overleggingen, maar weest kleine kinderen in de boosheid, en wordt in uw overleggingen volwassenen” (1 Korinthe 14:20). In ons discipelschap moeten wij rijpen, de gedachten van God beter leren verstaan en praktiseren. Dat geldt voor probleemgebieden als het spreken in talen evenzo als voor het volwassenen worden in het begrijpen van onze zegen in Christus (Kolosse 1:28).

Als discipelen in het koninkrijk van God moeten wij klein als kinderen in eenvoud en afhankelijkheid van de Heer leven en optreden. In ons geestelijk leven moeten wij volwassenen worden en in het verstaan van de waarheid en het navolgen van de Heer Jezus toenemen. Beiden tesamen vormt ons tot trouwe discipelen, die de erkenning van de Heer Jezus ontvangen!

Martin Schäfer – © Folge mir nach

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW