15 jaar geleden

Beroepen in de Bijbel (3)

Les 3

Beste jongen of meisje,

Fijn dat je nu weer meedoet met deze bijbelles? Ik hoop dat je de vorige les ook leuk vond en leerzaam. Want het is immers heel belangrijk dat je veel van de Bijbel leert. Zoals je al in les 1 en 2 hebt kunnen lezen, kun je deze bijbellessen ook opsturen. Hoe dat moet, kun je onderaan les 1 vinden. Dat zou ik wel doen, want dan weet je ook of je de antwoorden goed hebt. Bovendien krijg je dan ook post (met soms een verrassing!) van de corrector of correctrice. Ook als je vragen hebt, mag je die altijd stellen, ook als het dingen zijn die niet in de les staan. Als je iets niet weet mag je natuurlijk ook thuis aan je ouders of verzorgers ook vragen of zij je willen helpen. Misschien vinden zij dat wel heel leuk. In ieder geval: veel plezier en veel succes!!!

Wel, daar gaan we weer.

In deze les willen wij het eens hebben over vissers en vis.In de Bijbel lees je geen enkele naam van vissen. Ook weten we niet wat voor soort vis het was, die Jona opslokte; wel dat het een grote vis was. Sommige mensen denken daarom dat het een walvis was, maar dat staat niet in de Bijbel. Dus is het voor ons ook niet belangrijk om te weten wat voor vis het was. Het is alleen belangrijk, dat we het geloven, omdat het in de Bijbel staat. Dus geloven jij en ik ook dat Jona werkelijk door een vis is opgeslokt en naar het strand is gebracht, ook al lachen sommige mensen daarom.

In de Bijbel lezen we vaak over vissers. Dat is dus al een heel oud beroep. We lezen ook verschillende namen van vissers: Petrus en zijn broer Andreas; zij waren discipelen van de Heer Jezus. Op een keer zei de Heer Jezus tegen een paar vissers, dat ze onmiddellijk de netten in de steek moesten laten en met Hem mee moesten gaan. Dat deden ze toen direct. Ze luisterden naar de Heer en deden Zijn wil. Deze vissers werden de eerste discipelen van de Heer. Hij zei tegen hen: “Komt achter Mij, en Ik zal u vissers van mensen maken”.

Op dat moment hebben ze vast niet helemaal begrepen wat de Heer met “vissers van mensen” bedoelde. Later snapten ze het wel. De Heer Jezus wilde dat zij aan andere mensen over Hem zouden vertellen. Zo werden dan die mensen, als ze gingen geloven,”gevangen” voor de Heer. Dat gebeurt nu ook nog. Heeft de Heer Jezus jou al kunnen vangen?

Tegenwoordig werken vissers met flinke schepen met een motor erin. Ook de netten zijn enorm groot en worden met behulp van een motor weer aan boord getrokken. Maar vroeger was dat niet zo. Toen waren er alleen maar kleine zeil- of roeiboten. Alles moest “met de hand” gebeuren. Vissers waren dus heel sterke mannen. En ze wisten precies wanneer en hoe je moest vissen.Toch mislukte het soms; we lezen dat ook van Petrus. In Johannes 21 staat dat hij en anderen in de nacht aan het vissen waren, maar niets vingen. En toen het licht werd, zagen zij Iemand op de oever staan. Hij vroeg of ze iets te eten hadden, maar zij zeiden dat ze niets gevangen hadden. Toen zei de Heer Jezus (want Hij stond op de oever): “Werpt het net uit aan de rechterkant van het schip, en u zult het vinden”. De discipelen gehoorzaamden direct! Daardoor hebben ze toch nog veel gevangen. Stel je voor, in de morgen als het al licht is, nog een heleboel vangen! Dat zullen ze nog niet eerder hebben meegemaakt. In de nacht kun je goed vissen, maar in de morgen niet meer! Zo zullen ook die vissers wel gedacht hebben.

Maar de Heer weet alles. Hij weet ook waar veel vis zit en kan de vissen in de netten “sturen”. De Heer Jezus heeft de discipelen daardoor iets willen leren. Zij moesten Hem eerst gehoorzamen! Dat geldt natuurlijk ook voor ons. Ook voor jou!

Nu mag je met de vragen beginnen.

Vraag 1. Kun je ook de naam van een vis uit de Bijbel noemen?

………………………………………………………………………………………………………………………..

Vraag 2. Het is voor ons niet belangrijk om te weten wat voor soort vis Jona heeft “gered”. Maar wat is voor ons wel belangrijk?

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

Vraag 3. Petrus en Andreas waren vissers. Noem nog eens twee namen (Je mag ze opzoeken in Lukas 5 vers 10.)

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

Vraag 4. Wat moesten zij doen om discipelen van de Heer te worden?(zet een kruisje door de letter, voor het goede antwoord, dus door A, B of C)
A. Gewoon blijven vissen en soms met de Heer meegaan.

B. Alleen luisteren naar de Heer

C. Naar de Heer luisteren en ook doen wat Hij zei.

Vraag 5. Vertel eens met je eigen woorden wat het betekent, “vissers van mensen zijn”.

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

Vraag 6. In Johannes 21 lezen we dat Petrus en de andere vissers van een “gewone” visvangst terug keren. Ze hadden niets gevangen. Wie stond er op de oever?

………………………………………………………………………………………………………………………..

Vraag 7. Ze moesten weer gaan vissen. Aan welke kant van het schip moesten ze het net uitgooien?

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

Vraag 9. Waarom was dat een groot wonder?

………………………………………………………………………………………………………………………..

Vraag 10. Heb jij zelf ook iets belangrijks geleerd uit deze bijbelles? Ja?

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

 

* * * * * * * * * * * *

Wilt u, wil jij ook meedoen? Vul de bon onderaan les 1 in en mail dan de antwoorden van de lessen (maximaal 1 les per 14 dagen) naar het volgende email-adres: frissewateren@ctmax.nl

Wilt u, wil jij wel duidelijk en volledig aangeven waar u, jij de antwoorden vandaan hebt!

Hebt u, heb jij vragen: Stel ze gerust. Ik wil graag uw, jouw vragen proberen te beantwoorden vanuit de Bijbel, het Woord van God.

 

 

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW