3 maanden geleden

Afhankelijkheid in het leven van Jezus (83)

De Geest van kennis en vrees van de Heer

 

Bijbelplaatsen: Johannes 1 vers 38; Johannes 5 vers 39; Mattheüs 18 vers 20.

“Op Hem zal de Geest van de HEERE rusten: … de Geest van de kennis en de vreze des HEEREN. Zijn ruiken zal zijn in de vreze des HEEREN” (Jes. 11:2-3).

De geest van kennis en vrees van de Heer bleek enerzijds uit het inzicht van Jezus in de gedachten van Zijn Vader en anderzijds uit de volkomen overeenstemming van Zijn hart met Hem. Salomo schrijft, dat de vrees van de Heer het beginsel van de kennis is en dat het haten van het kwade daartoe behoort (Spr. 1:7; 8:13). Beide dingen waren duidelijk zichtbaar in het leven van Jezus.

Hij wist dat het huis van Zijn Vader een huis van gebed moest zijn (verg. Jes. 56:7). Maar de boosaardigheid van de mensen had het veranderd in een rovershol. Met heilige ijver kwam Hij op voor de belangen van Zijn Vader door in Zijn huis te oordelen over datgene wat daar niet op zijn plaats was. Wij zien dit zowel aan het begin als tegen het einde van Zijn openbaar ambt (verg. Joh. 2; Matth. 21). Hij ging tekeer tegen het kwaad zonder ooit te zondigen – en Hij liet de zon niet ondergaan in Zijn toorn (verg. Ef. 4:26; 5:6)!

De vrees van de Heer wordt ook getoond in eerbied en respect. De Heer Jezus schepte er behagen in God te eren en te doen wat Hem behaagde. Reeds op twaalfjarige leeftijd zei Hij tot Zijn ouders: “Wist u niet dat Ik in de dingen van Mijn Vader moet zijn?” (Luk. 2:49). Hij diende God met toewijding en trouw, waarbij Hij Hem nooit lichtvaardig op de proef stelde (verg. Matth. 4:5-10).

Toen Hij door de mensen verworpen werd afgewezen, herkende Hij daarin de hand van Zijn Vader. Zelfs in die tijd verblijdde Hij zich in de Geest, terwijl Hij de Vader prees en Hem rechtvaardigde voor Zijn wegen (Luk. 10:21). Hij wist, dat God de zwakken en de verachten van de wereld had uitverkoren, opdat Hij in alle dingen de heerlijkheid zou ontvangen (verg. 1 Kor. 1:26,29). Juist daarom zien we Hem zo vaak samen met de buitenstaanders van de samenleving, zodat Zijn vijanden Hem er zelfs van beschuldigden “een vriend van tollenaars en zondaars” te zijn (Matth. 11:19).

Zijn kennis van God was ook verbonden met de gemeenschap waarin Hij ononderbroken met Zijn Vader leefde. In gebed noemt Hij Hem heilig en rechtvaardig (Joh. 17). Hij kende Hem in al Zijn wegen en ervoer dus ook hoe Híj Zijn paden recht maakte (verg. Spr. 3:6).

De Geest van God moet ons leiden om te genieten van de wonderbare betrekking die wij met de Vader en de Zoon hebben – tot de vreugde van het eeuwige leven (verg. Joh. 4:14). Hij wil ons laten zien wat God ons in Christus heeft gegeven (verg. 1 Kor. 2:9,10). Maar dit zal alleen gebeuren als wij ons bezighouden met dingen die de Geest behagen; want “… wie voor de de Geest zaait, zal uit de Geest eeuwige leven oogsten” (Gal. 6:8).

Wat betekent het praktisch gezien om te zaaien voor de Geest? Hoe komt het vrezen van God concreet tot uiting in uw leven? Bent u gegroeid in de kennis van Jezus in de laatste weken?

“Het volk echter, zij die hun God kennen, zullen zij grijpen, en zij zullen hun wil ten uitvoer brengen” (Dan. 11:32).

 

Jan Philip  Svetlik; © www.bibelstudium.de

Online in het Duits sinds 25.03.2018.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW