2 jaar geleden

09. Uit het leven van Abraham

De geboorte van Izak

Genesis 21 vers 1-21

Vijfentwintig jaar zijn verstreken sinds Abraham de oproep van God hoorde en naar Kanaän kwam, waar God hem een nakomeling beloofde. In deze lange tijd zijn er geen tekenen, dat de belofte zal worden vervuld, integendeel: Sara blijft onvruchtbaar, beide overschrijden veruit de leeftijd om kinderen te krijgen.

Voor het ongeloof dat naar de wetten van de natuur kijkt, was het duidelijk dat de belofte niet kon worden vervuld. Maar aan Abraham wordt de genade gegeven om in geloof te volharden. “En niet zwak in het geloof lette hij <niet> op zijn eigen <al> afgestorven lichaam, daar hij ongeveer honderd jaar oud was, en <niet> op het afgestorven zijn van de moederschoot van Sara; en hij twijfelde niet aan de belofte van God door het ongeloof, maar werd gesterkt in het geloof, terwijl hij God heerlijkheid gaf en ten volle verzekerd was, dat wat Hij beloofd heeft, Hij ook machtig is te doen” (Rom. 4:19-21).

God blijft bij Zijn woord. Dat wordt hier benadrukt: “De HEERE nu zag om naar Sara, zoals Hij gezegd had; de HEERE deed bij Sara zoals hij gesproken had. Sara werd zwanger en baarde Abraham een zoon in zijn ouderdom, op de vastgestelde tijd die God hem genoemd had” (vs. 1).

De geboorte van Izak vervult het huis van Abraham met diepe vreugde. Sara zegt: “God heeft mij doen lachen” (vs. 6). Abraham vergeet de aanwijzingen van God niet. Hij geeft zijn zoon de naam Izak en besnijdt hem op de achtste dag. Voor zover het aan hem ligt, wil hij zijn zoon naar de “de weg van de HEERE” leiden (Gen. 18:19) en aan hem de tekenen van verbond met God uitvoeren. Izak verdringt God niet uit het hart van Abraham. De goedheid die hij mocht ervaren, drijft hem des te meer om God te dienen.

Bij de geboorte van Izak wordt Ismaël uit zijn positie die hij tot dan toe had, verdreven. Dat leidt tot conflicten. Sara ziet Ismaël spotten. Ze eist: “Jaag deze slavin en haar zoon weg” (vs. 10). Abraham is het daar niet mee eens. Maar God grijpt in: “Laat deze zaak met betrekking tot de jongen en uw slavin niet kwalijk zijn in uw ogen. Bij alles wat Sara u zegt, luister naar haar stem want alleen het nageslacht van Izak zal uw nageslacht genoemd worden” (zie vs. 11-12).

In de Galaten-brief leren we hoe deze gebeurtenis een indrukwekkend beeld wordt, dat ons leert om wet en genade niet te mengen. “Want er staat geschreven dat Abraham twee zonen had, één van de slavin en één van de vrije. Maar die van de slavin was naar [het] vlees geboren en die van de vrije door [de] belofte. Deze dingen hebben een zinnebeeldige zin betekenis. Want dit zijn twee verbonden: het één van de berg Sinaï die tot slavernij baart, dat is Hagar is” (Gal. 4:22-24).

• Ismaël stelt het verbond van de wet van de Sinaï voor. Wie onder de wet staat, is in slavernij.

• Izak is een beeld van hen, die Christus vrij heeft gemaakt (Gal. 5:1).

We kunnen in Christelijke vrijheid leven, als we ons door de Heilige Geest laten leiden en het vlees voor dood houden. De kracht om dit te doen kan zich alleen ontvouwen, wanneer we ons niet opnieuw onderwerpen aan de wet.

* * *

1. Als God iets aankondigt, dan zal Hij het ook uitvoeren. In welke woorden bevestigt de heidense profeet Bileam dit in Numeri 23 vers 19?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

2. De geboorte van de Heiland, Jezus Christus, werd lang van tevoren door God aangekondigd. We vinden de eerste aanwijzing in Genesis 3 vers 15 onmiddellijk na de zondenval: “En ik zal vijandschap teweegbrengen tussen u en de vrouw, en tussen uw nageslacht en haar Nageslacht; Dat zal u de kop vermorzelen, en u zult Het de hiel vermorzelen”.

Jesaja profeteert in hoofdstuk 7 vers 14: “Daarom zal de Heere Zelf u een teken geven: Zie, de maagd zal zwanger worden. Zij zal een Zoon baren en Hem de naam Immanuel geven”. Met welke woorden bevestigt Mattheüs in hoofdstuk 1 vers 22 de vervulling van deze profetie?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

Onze God is een God die wonderen doet! (Ps. 77:15).

3. In Lukas 2 vers 25-35 ontmoeten we Simeon. Welke belofte had hij ontvangen?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

Met de woorden: “Mijn ogen hebben Uw behoudenis gezien” (Luk. 2:30) bevestigde Simeon, dat de belofte van God was uitgekomen. Ja, God is trouw in wat Hij zegt. Hij zal ook Zijn Woord aan ons vervullen!

4. Op welke dag is Izak besneden? ………………………………….………………………

5. Waarom besneed Abraham zijn zoon Izak?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

6. Ismaël en Izak worden in de Galaten-brief beschreven als zinnebeelden van twee principes, die elkaar uitsluiten.

a. Beschrijf waarvoor Ismaël zinnebeeldig gezien staat:

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

b. En wat stelt Izak zinnebeeldig gezien voor?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

7. Christelijke vrijheid betekent niet, dat je kunt doen wat je maar wilt. Vat het kort samen, zoals beschreven in Galaten 5 vers 16-18:

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

© Bibelkurs.com

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW