2 jaar geleden

08. Uit het leven van Abraham

Abraham in Gerar

Genesis 20

Abraham had lange tijd onder de eiken van Mamre gewoond, gescheiden van de wereld en in gemeenschap met zijn God. Een gezegende tijd! We moeten waakzaam zijn zodat een dergelijke staat stand houdt: “Waakt en bidt, opdat u niet in verzoeking komt; de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak” (Mark. 14:38). Heeft Abraham daarin gefaald? Hoe dan ook weet satan te profiteren van momenten van gebrek aan waakzaamheid en ons uit de nabijheid van God weg te lokken.

In les 2 zagen we dat Abraham naar Egypte trok vanwege een hongersnood. Hier wordt ons daarvoor geen enkele reden aangegeven, waarom Abraham naar het land van het zuiden trekt. Maar we zien dat het hart van de gelovige die niet in gemeenschap is met zijn God, vol angst is. “Er is vast geen vreze Gods in deze plaats, daarom zullen zij mij omwille van mijn vrouw doden” (vs. 11)

Dus kwam Abraham met Sara overeen om haar voor zijn zuster door te laten gaan. Hij liegt tegen Abimelech en zorgt ervoor, dat zijn vrouw een onjuiste bewering doet: “Abraham is mijn broer”. Is dat zo erg? Het waren halfbroers en -zussen, hadden dezelfde vader, maar niet dezelfde moeder. Ja, een halve waarheid, het verzwijgen van feiten, is vaak gevaarlijker dan een hele leugen. Door hun gedrag verzoeken Abraham en Sara de koning van Gerar, Abimelech, om een grote zonde te begaan.

Sara houdt haar echte relatie met Abraham geheim. Hoe gemakkelijk ontkennen wij Christenen onze ware relatie met Christus, of dat nu door ons gedrag is of door onze woorden! Laten we hem om kracht vragen voor een duidelijke belijdenis!

Hoe komt Abraham uit deze moeilijke situatie, waarin hij zichzelf manoeuvreerde? God treedt binnen! “… maar waar de zonde toenam, is de genade veel overvloediger geworden” (Rom. 5:20). Wat een genadige God hebben wij! Hij spreekt met Abimelech in een droom en zet hem onder druk om Sara vrij te laten.

Dan is er een geschil tussen Abimelech en Abraham, wat heel vernederend is voor Abraham. De zuiverheid van de heidense Abimelech is duidelijk voor iedereen, terwijl Abraham en Sara als leugenaars daar staan, ja zelfs meer: als degenen die geen geloof in God hebben en vol menselijke angst zijn.

Ook vandaag ontneemt het het getuigenis van God in de wereld iedere kracht, wanneer wij christenen niet eerlijk zijn. Dergelijk gedrag berooft de bediening van kracht (2 Kor. 6:3-4).

God gaat aan de overtredingen van de Zijnen niet voorbij. Vaak moeten we de gevolgen van verkeerd gedrag voelen. Maar altijd blijft waar, wat de apostel Johannes zegt: “Als wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid” (1 Joh. 1:9).

Ook al hebben we gefaald, onze positie “in Christus” blijft onveranderlijk (Ef. 2:4-6). We kunnen dat hier ook zien. God zegt tegen Abimelech: “Hij is een profeet”. Laten we ons altijd bewust zijn van de hoge positie waarin we door genade werden geplaatst en dienovereenkomstig handelen.

* * *

1. De leugen heeft zijn oorsprong in satan (Joh. 8:44). Onwaarheden zijn een gruwel voor God. Wat lezen we in Titus 1 vers 2?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

Hebreeën 6 vers 18 bevestigt dit feit.

2. Hoe beschrijft David ware oprechtheid in Psalm 17 vers 3?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

3. Dit kan door niemand worden gezegd. Het is een profetische verwijzing naar Jezus Christus. Alleen Hij was altijd absoluut oprecht in zijn opmerkingen. Met welke woorden zegt Hij dit in Johannes 8 vers 25?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

4. Petrus bevestigt dat in Jezus Christus geen leugen was. Noteer zijn verklaring in 1 Petrus 2 vers 22:

……………………………………………………………………………………………………….……………….

5. Dit zou een stimulans moeten zijn om onze Heer na te streven. In Efeze 4 vers 25 noemt de apostel Paulus twee dingen. We moeten:

1. ……………………………………………………………………………………………………….…………

2. ……………………………………………………………………………………………………….…………

Lees ook Kolosse 3 vers 9.

6. Wat zal de eeuwige bestemming van de leugenaars zijn (Openb. 21 vers 8)?

……………………………………………………………………………………………………….

7. Welk vers in Genesis 20 laat ons zien dat overspel een ernstige zonde is in de ogen van God?

Vers ……………………………………………

8. God helpt ons wanneer we vanwege eigen schuld in een noodgeval komen. Een voorbeeld hiervan hebben we in de gelijkenis van de verloren zoon. We vinden zijn verhaal in Lukas 15 vers 11-32. Hij vroeg schaamteloos vroegtijdige uitbetaling van zijn deel van de nalatenschap, ging weg van huis en verbraste alles. Moet zo iemand geholpen worden? Ja, God doet dat. Wat is de vereiste daarvoor?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

9. Hoewel God in Zijn genade altijd bereid is om te vergeven, is zonde een ernstige zaak in het leven van een gelovige. Dat zien we bij David. Hij had overspel gepleegd met Batseba en, om de zaak te verdoezelen, haar man om laten brengen (2 Sam. 11-12). God stuurde de profeet Nathan naar hem toe, David beleed zijn zonde en God vergaf hem. Maar wat zegt de profeet in 2 Samuel 12 vers 14?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

Zo wordt ook vandaag wordt de naam van Jezus Christus gelasterd als Christenen – die naar Zijn Naam worden genoemd – zich ongepast gedragen.

© Bibelkurs.com

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW