2 jaar geleden

6. Uit het leven van Abraham

Ismaël – De besnijdenis

Genesis 16 – Ismaël

In het leven van een gelovige zijn er niet alleen bergen maar ook dalen. Jakobus zegt: “We struikelen vaak” (Jak. 3:2). Abraham is geen uitzondering. Gods Woord beschrijft de mensen zoals ze zijn.

Abraham woont nu al tien jaar in het land. De aangekondigde zoon blijft uit, maar de jaren gaan onverbiddelijk voorbij, beiden worden ouder en ouder. God had het hem kunnen vertellen: pas als je honderd jaar oud bent, zal Ik je een zoon van Sara geven. Hoe veel gemakkelijker zou het wachten dan te verdragen zijn geweest! Waarom heeft God hem dat niet verteld? Omdat Hij wil dat ons geloof groeit (2 Thess. 1:3; 2 Petr. 3:18), en groei kost tijd. Geloof kan alleen maar toenemen als het op de proef gesteld wordt en het daarin stand houdt (Jak. 1:3; 1 Petr. 1:6,7).

Sara verliest haar geduld en zoekt een menselijke uitweg. Ze neemt haar slavin Hagar mee en geeft haar aan haar man als vrouw. Wanneer Hagar zwanger wordt, veracht ze haar meesteres. Sara kan dit niet verdragen, ze behandelt Hagar hard. Hagar vluchtte daarom weg.

In Zijn goedheid volgt de Heer van de vluchtende Hagar. Hij vindt haar en stuurt haar terug naar Sara. Ze baart een zoon, genaamd Ismaël.

Hoe verstrekkend zijn de gevolgen van deze eigenzinnige weg! “Want wat een mens zaait, dat zal hij ook oogsten. Want wie voor zijn eigen vlees zaait, zal uit het vlees verderf oogsten” (Gal. 6:7-8). Gedurende vele jaren zal Sara Hagar en Ismaël naast zich moeten dulden. Bovendien leert Psalm 83 ons dat de afstammelingen van Ismaël zich met andere volken zullen verenigen om Israël uit te roeien (Ps. 83:4-9).

Laat dat ons waarschuwen. Laten we ons hoeden voor het zaaien voor ons eigen vlees, het volgen van eigen wil en het wandelen zonder God. De effecten kunnen tot ver in de toekomst reiken!

* * *

Genesis 17 – de besnijdenis

In dit hoofdstuk leert Abraham God op een geheel nieuwe manier kennen: als God, de Almachtige. God heeft zich nog nooit tevoren op deze manier aan een mens geopenbaard. We lezen hier: “God sprak met hem”. Wat een uitdrukking van gemeenschap!

God spreekt met Abraham over Zijn raadsbesluiten betreffende Zijn aardse volk Israël. God zegt: “Ik wil … Ik zal …”. Ja, alles wat God Zich voorneemt, zal gebeuren (Jes. 14:24; 46:10). Niemand kan Hem daarin verhinderen.

Vandaag spreekt God tot ons door Zijn Woord. Daarin toont Hij ons zijn grootheid en heerlijkheid. Daarin onthult Hij Zijn raadsbesluiten aan ons. Ze hebben betrekking op Zijn Zoon. God heeft Zich voorgenomen om “alles samen wat in de hemelen is en wat op de aarde is onder één hoofd samen te brengen in Christus” (Ef. 1:10). Dat zal vervuld worden als Jezus Christus zal heersen in het Duizendjarige Rijk. Dan zullen ook de beloften in vervulling gaan, die God aan Abraham heeft gedaan.

God geeft Abraham de besnijdenis hier als een teken van het verbond. Kolosse 2 vers 11 onderwijst ons over de geestelijke betekenis van de besnijdenis. “In Hem bent u ook besneden met een besnijdenis, niet met handen verricht, in het uittrekken van het lichaam van het vlees, in de besnijdenis van Christus”. Deze “besnijdenis van Christus” gebeurde niet met handen, dat betekent niet materieel. Het vond plaats bij onze bekering. Daar hebben we de dood van Jezus Christus aan het kruis voor ons in geloof aangenomen. Vroeger heeft de in ons wonende zonde ons lichaam (het vlees) beheerst. Dit mechanisme is fundamenteel verbroken bij onze bekering. De macht van de zonde (vlees) is verbroken. Paulus spreekt daarom over “het uittrekken van het lichaam van het vlees”.

Daarmee is dat, wat de besnijdenis uitbeeldt, in Christus werkelijkheid geworden.

* * *

1. Waarom zendt God beproevingen van het geloof? (Jak. 1:2-3)

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

2. Om een beproeving van het geloof te kunnen doorstaan, moeten we kunnen volharden. Wat zegt Jakobus daarover? (Jak. 1:3-4)

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

3. Bij Sara houdt het lang vol. Hoeveel jaar zijn er verstreken sinds God voor het eerst (Genesis 12:7) sprak over het zaad van Abraham?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

4. Hoe oud is Sara nu? (Neem voor het beantwoorden van deze vraag de volgende Bijbelpassages: Genesis 12 vers 4, Genesis 16 vers 16, Genesis 17 vers 17).

……………………………………………………………………………………………………….……………….

5. Haar plan lijkt in eerste instantie succesvol te zijn. Maar dan is er een strijd. Sara had dat niet verwacht. Onze plannen falen vaak, omdat we de uitwerkingen van wat we doen niet kunnen inschatten. Wat lezen we over dit onderwerp in Spreuken 14 vers 12?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

6. Het is niet verkeerd om plannen te maken. Maar we moeten het doen in gebed en in afhankelijkheid van God. Wat lezen we over dit onderwerp in Psalm 25 vers 12? Graag in eigen woorden!

……………………………………………………………………………………………………….……………….

7. Het vierde hoofdstuk van Romeinen onderwijst ons over het belang van de besnijdenis, die door God in Genesis 17 wordt ingesteld. Eerst wordt in Romeinen 4 vers 3 vastgesteld:

……………………………………………………………………………………………………….……………….

Dan lezen we in vers 11 dat de besnijdenis het zegel was van de gerechtigheid van het geloof.

8. Gelovigen in deze tijd zijn ook verzegeld. Door de doop? Nee, de verzegeling kan niet door een formele, uiterlijke handeling worden gedaan. Kijk in Efeze 1 vers 13, waarmee de gelovige van de genade-tijd verzegeld is.

Wat is de voorwaarde voor dit zegel?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

Waarmee wordt de gelovige verzegeld?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

© Bibelkurs.com

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW