15 jaar geleden

5 mei – bevrijdingsdag

Vrijheid

Elk jaar op 5 mei Bevrijdingsdag herdenken velen, uiteraard vooral ouderen, de bevrijding van ons land uit de macht van Adolf Hitler. Toch bestaat er een slavernij waar “ieder” mens van nature zich in bevindt. Daaruit bevrijd te worden geeft ware, pure vrijheid en een vreugde die niet te beschrijven valt. Dat moet je gewoon ervaren. Dat kun je ook ervaren. Daarvoor moet je bij de Heer Jezus Christus zijn. De schrijver van onderstaand artikel is van Duitse komaf, maar heeft wel weet van deze ware vrijheid. Het heeft ook niets van doen met het Nazidom, evenmin de schrijver! Gelukkig trekt God uit elk volk mensen uit de duisternis om hen over te brengen in Zijn wonderbaar licht! Bevrijd uit de macht van satan zijn zij nu het eigendom van de Heer Jezus Christus en dienen Hem in “gehoorzaamheid uit liefde!”

Frisse Wateren

De vrijheid van de Christen

Wie verlangt er nu niet naar vrijheid? Maar of wij nu jong zijn of oud, de vrijheidsdrang is er eenvoudig. Toch hebben vele mensen moeten erkennen, dat “werkelijke” vrijheid op deze aarde niet te vinden is. Een Duits lied drukt het zo uit: “Boven de wolken moet de vrijheid wel grenzeloos zijn …” (Reinhard Mey). Komt daarin niet het gevoelen naar voren dat er “hier beneden” geen echter vrijheid bestaat?

Inderdaad, werkelijke vrijheid vinden wij mensen niet, ook al willen ons de voorvechters van de New-Age-beweging dit verkopen. Het streven naar vrijheid zal een wensdroom blijven, wanneer wij ons niet door de Heer Jezus laten vrijmaken. Zonder Hem is er geen vrijheid.

Christenen kennen werkelijke vrijheid omdat de Heer Jezus hen vrijgemaakt heeft. Het wezen van deze vrijheid te kennen maakt ons gelukkig en blij.

Vrijgemaakt waarvan?

De apostel Paulus schrijft: “Voor de vrijheid heeft Christus ons vrijgemaakt; staat dan vast en laat u niet weer onder een slavenjuk binden” (Galaten 5:1). Hier worden vrijheid en dienstbaarheid (slavernij) tegenover elkaar gesteld. Dit vers toont ons dat ieder mens aanvankelijk – of van nature uit – in slavernij is. Een slaaf ten tijde van de apostel Paulus kon niet over zichzelf beschikken, noch over zijn tijd noch over zijn doen en laten. Dienstbaarheid of slavernij betekent dat een mens tot dingen gedwongen wordt die hij misschien helemaal wel niet doen wil, of dat hem dingen verboden worden die hij eigenlijk zou willen doen. Het Nieuwe Testament noemt verschillende kanten van deze slavernij:

a. Slavernij van de zonde: de niet wedergeboren mens dient de zonde. Hij kan niet anders dan zondigen (lees daartoe Romeinen 6:16-17). De Heer Jezus heeft gezegd: “Ieder die de zonde doet is een slaaf van de zonde” (Johannes 8:34). Daartegenover staat de bevrijding van de macht van de zonde. De gelovige kan wel zondigen, hij moet het echter niet.

b. Slavernij van de duivel: ieder mens staat van nature binnen het machtsgebied van satan. De Bijbel noemt dat de “macht van de duisternis” (Kolosse 1:13). Niemand is werkelijk vrij te doen en te laten wat hij wil, ook al meent hij van wel. De duivel heerst over hem (Johannes 8:44). Uit deze slavernij zijn wij bevrijd omdat de Heer Jezus de duivel aan het kruis de macht ontnomen heeft (Hebreeën 2:15).

c. Slavernij van de wet: Zelfs de wet, door God aan het volk Israel gegeven, was een harde heerser omdat de mensen, aan wie het gegeven was, niet in staat waren het te houden. Christenen zijn van de wet in drieërlei opzicht bevrijd:

  • De wet is niet de grondslag voor onze rechtvaardiging voor God (Galaten 2:16), maar het geloof in de Heer Jezus Christus;
  • De wet is niet de grondslag van onze betrekking tot God (Galaten 4:3-7);
  • De wet is niet de grondslag van ons leven. Onze levensregel is “de wet van Christus” (Galaten 6:2).

Vrijgemaakt waardoor?

De Bijbel laat er geen twijfel over bestaan door wie wij bevrijd kunnen worden. Eigen inspanningen zijn zinloos. Er is geen weg tot zelfbevrijding, ook al wordt dit vaak beweerd. Zulke wegen zijn doodlopende wegen, die slechts in nog sterkere gebondenheid eindigen. Overigens zijn deze dwaalwegen ouder dan wij misschien menen. De apostel Petrus sprak al van mensen die anderen vrijheid beloven en gelijktijdig “slaven van het verderf zijn” (2 Petrus 2:19). Wij kunnen deze zeker wel op de”goeroes” van onze dagen toepassen.

Reeds in Jesaja 61:1 was voorzegd, dat de Heer Jezus Degene zou zijn die de gebondenen bevrijding brengt. Er is geen enkele gebondenheid waaruit Hij niet bevrijden kan. Ook Johannes 8:36 en Galaten 5:1 maken duidelijk dat het de Heer Jezus is, die ons vrijgemaakt heeft. Daartoe moest Hij Zijn leven aan het kruis geven. Daar heeft Hij immers de macht van de dood ontnomen, die het voordien had, en daarmee de grondslag voor onze bevrijding gelegd.

Vrijgemaakt waartoe?

“Vrijheid is dat ik doen en laten kan wat ik wil”, zo kwam onlangs in een gesprek naar voren. Is dat werkelijk vrijheid? Wanneer wij Romeinen 6:15-23 opmerkzaam lezen, zullen wij vaststellen dat de Christelijke vrijheid geheel iets anders is. Paulus provoceert zijn lezers enigszins wanneer hij de vraag stelt of wij niet gewoon zouden kunnen zondigen omdat wij immers vrij zijn. Is dat de Christelijke vrijheid? Neen, want verontwaardigd voegt hij eraan toe: “Volstrekt niet!”, dat betekent “dat kan uberhaupt niet aan de orde zijn”.

Als toelichting wordt op de verandering gewezen die plaatsgevonden heeft. Vroeger waren wij “slaven van de zonde”, dat betekent dat wij niet anders konden dan zondigen. Van deze dwang is de gelovige vrij. Gelijktijdig is echter ook waar, dat de mens van nature “vrij is van de gerechtigheid van God”. Daarmee heeft hij niets van doen. De gelovige echter geheel anders. Hij is niet “vrij van de gerechtigheid” maar een slaaf van God. Hij leeft in gerechtigheid en heiligheid.

De voorbarige lezer zal nu misschien zeggen: “Ja, ja, dat heb ik altijd al geweten. Wij zijn van de ene in de andere slavernij gekomen. Ook als Christen moet ik altijd nog gehoorzamen, moet ik mij aan alle mogelijke geboden onderwerpen en kan toch niet doen, wat ik wil”. Is dat zo? Neen! Het kernvers in dit gedeelte luidt: “Maar God zij dank dat u slaven van de zonde was, maar van harte gehoorzaam bent geworden aan [de] inhoud1 van [de] leer waarin u onderwezen bent” (vers 17).

Ten eerste zien we hier dat er iets te “danken” is.

Ten tweede wordt duidelijk dat onze “harten aangesproken” zijn. Het gaat er niet om iets uit dwang te doen, maar uit liefde en toegenegenheid.

Ten derde zijn wij “gehoorzaam” geworden aan de inhoud van de leer.

“Inhoud” betekent maatstaf of model. Er is een Model waaraan wij ons kunnen houden. Dat is niet een verzameling van voorschriften en geboden, die wij uit dwang volgen. Mogen wij daarbij niet veeleer aan de Heer Jezus denken? Hij heeft tot God gezegd: “Ik heb lust, o mijn God! om Uw welbehagen te doen; en Uw wet is in het midden van mijn ingewand” (Psalm 40:9). De Heer Jezus hield als Mens de geboden van God, en dat niet uit dwang. Hij deed het uit liefde, en daarom van harte en graag. Tegen Zijn discipelen zegt Hij: “Mijn voedsel is. dat Ik de wil doe van Hem die Mij heeft gezonden en Zijn werk volbreng” (Johannes 4:34). Dat was Zijn vreugde.

Dat is de maatstaf waar ook wij aan God als knechten onderworpen mogen zijn. Wij dienen God niet uit dwang, maar wij doen het dankbaar, vrolijk, vrijwillig en uit liefde. Dat is het wezen van Christelijke vrijheid. Zij verbindt gehoorzaamheid met liefde. De Heer Jezus zegt ons: “Als u Mijn geboden bewaart, zult u in Mijn liefde blijven, zoals Ik de geboden van Mijn Vader heb bewaard en in Zijn liefde blijf” (Johannes 15:10). Was het voor de Heer Jezus een dwang om de wil van Zijn Vader te doen? Nimmer. Zo kan het ook bij ons zijn.

In Jakobus 1:25 lezen we over een “wet van de vrijheid”. Past dat bij elkaar? Ja, omdat wij God graag en vrijwillig dienen. En waarom doen wij dat? Omdat dat, wat God ons zegt, juist dat is wat onze nieuwe natuur graag wil. Alles wat God van ons vraagt, is in overeenstemming met de wensen van deze natuur. Onze levensregel is dus niet de wet van Mozes, maar onze levensregel luidt God ter beschikking te staan zoals het bij de Heer Jezus was. Zoals Hij de wil van God deed, zo mogen wij het doen. Dan vervullen wij “de wet van Christus” (Galaten 6:2). Iemand anders heeft in overeenstemming hiermee eens gezegd: “De vrijheid van de Christen bestaat daarin, niet meer te moeten doen wat de oude natuur wil, waartoe satan, zonde en wereld ons aansporen, maar dat te kunnen en te willen doen wat met de nieuwe mens overeenstemt, waarin Christus gezien wordt en wat God verheerlijkt”.

Christelijke vrijheid is dus niet dat wij doen en laten wat wij willen. Dat is voor het overige überhaupt geen vrijheid, maar teugelloosheid en buitensporigheid. Daarvoor worden wij uitdrukkelijk gewaarschuwd en wel als volgt: “Want u bent geroepen om vrij te zijn, broeders; [gebruikt] echter de vrijheid niet als een aanleiding voor het vlees” (Galaten 5:13; vergelijk ook 1 Petrus 2:16). Nee, de vrijheid waartoe wij geroepen zijn, brengt ons ertoe dat wij ons vrijwillig en met vreugde aan God en de Heer Jezus ter beschikking stellen. Dat is het antwoord van mensen die weten in welke slavernij zij vroeger geweest zijn.

Een vraag tot slot

De vraag luidt: Kennen wij allen onze vrijheid? Ieder kind van God bezit de Heilige Geest en is daarmee vrijgemaakt. Dat is een feit. Maar de vrijheid te kennen, is iets heel anders. Misschien heb jij bij het lezen gedacht: “Dat is allemaal goed en mooi, maar ik vind het helemaal niet zo eenvoudig om de wil van God te doen. Meestal is het helemaal geen vreugde voor mij”.

Dr. Maarten Luther heeft eens op de hem eigen duidelijke manier de Christen met een rijdier vergeleken, dat of door God of door de duivel bereden wordt. Misschien is het beeld wel wat kras, maar het toont ons toch een belangrijke les. Christenen bewegen zich nooit in een luchtledige ruimte. Of wij doen dat, wat de duivel wil of wij doen de wil van God (vergelijk Romeinen 6:16). Hoewel wij de duivel niet meer dwangmatig moeten dienen, kunnen wij toch aan onze oude natuur toegeven en zo leven, zoals die het graag wil. Dan zullen wij er zeker geen vreugde in vinden de wil van God te doen, integendeel, dan valt het ons zwaar. Op deze weg zullen wij de Christelijke vrijheid nooit goed leren kennen.

Wanneer wij ons echter aan God ter beschikking stellen en ons door de Geest van God laten leiden, dan geeft deze Geest ons de kracht God in vrijheid te dienen en Hem ter beschikking te staan. Dan is het voor ons een vreugde de wil van God te doen. Het ligt aan ons deze vrijheid praktisch te ervaren.

“Maar wie zijn blik richt op [de] volmaakte wet, die van de vrijheid, en daarbij blijft, niet een vergeetachtig hoorder geworden maar een dader van [het] werk,die zal gelukkig zijn in zijn doen”.

Jakobus 1:25

NOOT:
1. Letterlijk “aan het voorbeeld”, zoals bijvoorbeeld in Romeinen 6:14).

Ernst-August Bremicker, © Folge mir nach

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW