1 jaar geleden

4. Uit het leven van Abraham

Abraham redt Lot

Genesis 14

In dit hoofdstuk vertelt de Bijbel ons voor de eerste keer over een oorlog. Sinds de zonde in de wereld is gekomen, begeleiden oorlogen de droevige geschiedenis van de mensheid.

Lot wordt in deze oorlogszuchtige gebeurtenissen meegesleept, omdat hij zich in Sodom heeft gevestigd. Hij moet lijden “als iemand die zich mengt in vreemde dingen” (verg. 1 Petr. 4:15). Sodom en Gomorra worden geplunderd, Lot en zijn familie zijn gevangengenomen.

Wat een tegenstelling met Abraham, die onder de eiken van Mamre geniet van de gemeenschap met God! Maar de juiste omgang met God maakt de gelovige niet onverschillig voor de behoeften van zijn medemensen. Abraham geeft ons een mooi voorbeeld. Hij hoort dat zijn broeder gevangen is genomen. Zegt hij nu dat Lot zelf daaraan schuldig is? Nee, het helpt in de gezindheid die ook ons zou moeten kenmerken, want God gaf Zijn Zoon voor de krachtelozen, voor de goddelozen, voor zondaars en vijanden (Rom. 5:6-10).

Abraham gaat meteen op weg om Lot te bevrijden. Zijn bondgenoten, Aner, Eskol en Mamre vergezellen hem. Niettemin zal zijn groep in aantal veel minder zijn geweest dan zijn tegenstanders. Maar Abraham rekent op God (1 Sam. 14:6, Ps. 18:30).

Abraham doet veel moeite om Lot te bevrijden. De afstand van Hebron tot Dan is hemelsbreed meer dan 200 km, van Dan tot Hoba is het bijna net zo veel.

God geeft Abraham de overwinning: “En hij bracht alle bezittingen terug, en ook zijn broeder Lot en zijn bezittingen bracht hij terug, evenals de vrouwen en het volk” (vs. 16).

Als een broeder de weg kwijt is, hebben we de verantwoordelijkheid om hem terug te brengen. “Broeders, zelfs als iemand door een overtreding overvallen wordt, brengt u die geestelijk bent zo iemand terecht in een geest van zachtmoedigheid, ziende op uzelf, opdat ook u [1] niet in verzoeking komt” (Gal. 6:1). Dat kost veel tijd en energie. Zo’n dienst moet in nederigheid gebeuren en gepaard gaan met ernstig gebed om vruchten af te kunnen werpen. – Helaas keert Lot na de bevrijding weer terug naar Sodom. Maar ook daar zal de voorspraak van Abraham met hem meegaan, zoals we zullen zien.

Abraham heeft door geloofsmoed een grote overwinning behaald. Dat kan ook heel gevaarlijk zijn. Hoe gemakkelijk vergeten we onze eigen zwakte op zo’n moment! Daarop wacht de vijand. Op listige wijze treedt de verzoeking in de vorm van de koning van Sodom Abraham tegemoet. Maar God waakt over zijn dienaar. In het dal Sjave ontmoet Melchizedek hem met brood en wijn. Melchizedek zegent Abraham: “Gezegend zij Abram door God, de Allerhoogste, Die hemel en aarde bezit!” (vs. 19). Hij richt Abrahams blik op de God van heerlijkheid.

Wanneer de koning van Sodom Abraham de buit aanbiedt, heeft hij de kracht om te zeggen: “… dat ik niets van draad tot schoenriem, ja, niets van alles wat van u is, zal nemen, zodat u niet kunt zeggen: Ik heb Abram rijk gemaakt. Verre daarvan!” (vs. 23-24a).

Voor een gelovige maakt het een groot verschil of hij rijk wordt gemaakt door God of door de ‘vorst’ van deze wereld. Wat we van God ontvangen, bindt ons hart des te vaster aan Hem. Wat de wereld ons geeft, zal ons van God vervreemden. Waar onze schat is, zal ons hart zijn!

Laten we onszelf in alles afvragen: is het God die mij dit geeft?

NOOT:
1. ‘U’ is hier enkelvoud.

* * *

1. Waar komt oorlog en twist vandaan, zelfs onder de gelovigen (Jak. 4:1)?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

2. Waarom raakt Lot betrokken bij de oorlog van vier koningen tegen vijf anderen?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

3. Abraham helpt onbaatzuchtig zijn neef Lot. Geloof manifesteert zich in werken van het geloof. Wat vertelt Jakobus 2 vers 15-17 ons?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

4. Abraham aarzelt niet om te strijden tegen de superieure macht van de verbonden koningen. Noem een bijbelplaats die ons laat zien dat de gelovige in dergelijke situaties op de hulp van zijn God kan rekenen.

……………………………………………………………………………………………………….……………….

5. Het komt steeds weer voor, dat gelovigen van de weg afdwalen of in een zonde vervallen. In welke gezindheid kunnen we hen helpen?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

6. Lot besefte niet hoe gevaarlijk het is om in Sodom te wonen. Waaraan herkennen we dit?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

7. Welke middelen hebben we als we ontdekken dat een gelovige de verkeerde weg inslaat en zich niet laat waarschuwen?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

8. Satan valt op twee manieren aan:

• Met geweld: als een brullende leeuw (1 Petr. 5:8);

• Door sluwheid: vermomd als de engel van het licht (2 Kor. 11:14).

Leg uit in eigen woorden hoe we deze twee tactieken in Genesis 14 tegenkomen.

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

9. Abraham wil niet rijk gemaakt worden door de koning van Sodom. Rijkdom kan een groot gevaar betekenen voor de gelovige. Wat zegt Jezus in de Bergrede in Mattheüs 6 vers 19-21 daarover?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

10. Het ene gevaar is het ‘rijk-willen-worden’. Hoe wordt de liefde voor geld genoemd in 1 Timotheüs 6 vers 10?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

11. Het andere gevaar is het ‘rijk-zijn’. Wat lezen we erover in 1 Timotheüs 6 vers 17?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

© Bibelkurs.com

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, RM