2 jaar geleden

03. Uit het leven van Abraham

Abraham en Lot scheiden zich

Genesis 13 vers 5-18

Abraham is nu weer terug in Kanaän, in Bethel, waar hij een altaar heeft en omgang met God kan hebben. Zijn er dan nu geen problemen meer? Helaas wel. Zelfs in Bethel kunnen er moeilijkheden zijn, zelfs onder broeders!

Het in Egypte verworven bezit blijkt geen zegen te zijn. Het land kan het niet verdragen dat Abraham en Lot bij elkaar wonen. Er is ruzie tussen de herders.

Abraham wil geen strijd met Lot. Hoe belangrijk is de zin: “Bovendien woonden in die tijd de Kanaänieten en de Ferezieten in dat land” (Gen. 13:7b). De mensen van deze wereld houden de kinderen van God in de gaten! Abraham wil een zegen zijn in zijn omgeving en zich niet gedragen als een mens uit de wereld. Daarom zegt hij tegen Lot: “Laat er toch geen onenigheid zijn tussen mij en jou … wij zijn immer mannen die broeders zijn!”. En hij geeft Lot de suggestie: “Scheid je toch van mij af!” (Gen. 13:8-9). Hij laat de jongere Lot de keus!

We kunnen veel leren van de onbaatzuchtigheid van Abraham. God spoort ons tot broederliefde en nederigheid aan:

“Daar u uw zielen hebt gereinigd … tot ongeveinsde broederliefde, hebt elkaar vurig lief uit een rein hart” (1 Petr. 1:22).

“… maakt dan mijn blijdschap volkomen door hetzelfde te bedenken, terwijl u dezelfde liefde hebt, eenstemmig bent, het ene bedenkt. [Doet] niets uit partijzucht of uit ijdele roem, maar laat elk in nederigheid de ander uitnemender achten dan zichzelf” (Fil. 2:2-3).

Nu wordt Lot voor een belangrijke beslissing gesteld. Het zal zijn hele toekomstige leven bepalen! Helaas vraagt Lot niet om de wil van God. Hij besluit na het opslaan van zijn ogen: “En Lot sloeg de ogen op en zag dat heel de Jordaanvlakte rijk aan water was … als het land Egypte” (Gen. 13:10). Lot kiest het materiële voordeel en trekt in de richting van de stad Sodom. De Heilige Geest becommentarieert deze beslissing met de waarschuwing: “De mannen van Sodom waren echter slecht en grote zondaars tegenover de HEERE” (Gen. 13:13).

Abraham heeft met zijn gedrag een duidelijk bewijs van zijn vertrouwen in God gegeven. Onmiddellijk bevestigt God het. Hij bemoedigt hem: “Sla toch uw ogen op en kijk vanaf de plaats waar u bent, naar het noorden, het zuiden, het oosten en het westen! Want al het land dat u ziet, zal Ik voor eeuwig aan u en uw nageslacht geven”. God voegt er een nieuwe belofte aan toe: “En Ik zal uw nageslacht maken als het stof van de aarde” (zie Gen. 13:14-16).

Dan vraagt God Abraham om door het hele land te gaan om het te leren kennen. Dit verzoek is ook van toepassing op ons. Wij zijn “gezegend met alle geestelijke zegening in de hemelse [gewesten] in Christus” (Ef. 1:3). We moeten deze zegeningen in geloof in ontvangst nemen, leren kennen en ervan genieten. Daar moeten we ons voor inspannen. Tot Jozua had God eens gezegd: “… steek deze Jordaan over … naar het land dat ik aan hen, de Israëlieten ga geven. Elke plaats die uw voetzool betreedt, heb Ik u gegeven …” (Joz. 1:2-3). Dat gebeurt wanneer we in Gods Woord naar deze zegeningen zoeken.

“Abraham gehoorzaamt en trekt het land door. Hij kwam en “ging bij de eiken van Mamre wonen, die bij Hebron zijn, en hij bouwde daar een altaar voor de HEERE” (Gen. 13:18). Hoeveel gelukkiger is hij dan Lot?

* * *

1. God vergeeft ons wanneer we tot Hem komen met onze zonden en Hem om vergeving vragen. Maar de gevolgen van een verkeerde weg blijven vaak bestaan. Hoe herkennen we dit in de geschiedenis van Abraham die tot nu toe is behandeld?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

2. Waarom wil Abraham geen onenigheid met Lot?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

3. Het voorstel van Abraham om het geschil op te lossen is zeer grootmoedig. Waarom?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

4. Ieder mens moet belangrijke beslissingen nemen in zijn leven. Wat helpt ons om Gods wil te kennen?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

5. Lot maakte een keuze die hem rijkdom beloofde. In de verklaring van de gelijkenis van de zaaier (Matth. 13:18-23) worden we gewaarschuwd voor de gevaren van rijkdom. Wat zegt Jezus daar?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

6. De liefde voor geld, het rijk willen worden, is een groot gevaar voor de gelovigen, omdat alle kwaad daaruit kan voortkomen. Welke waarschuwing lezen we in 1 Timotheüs 6 vers 10?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

7. Met welke woorden waarschuwt Paulus de rijken in 1 Timotheüs 6 vers 17?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

8. Na de keus van Lot moet Abraham genoegen nemen met het land waar hij eerder al eens een hongersnood meegemaakt had, omdat het niet wordt bewaterd. In welke woorden moedigt God Zijn dienaar aan?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

9. Welke nieuwe belofte krijgt Abraham nadat Lot zich van hem afgescheiden had?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

10. Het land Kanaän is een beeld van de hemelse gewesten (Ef. 1:3,20 en 2:6). Wat moeten we doen om te genieten van de zegeningen die daar elke gelovige gegeven zijn?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

11. De Efeze-brief leert ons dat in de hemelse gewesten ook de machten van goddeloosheid zijn (zoals de Kanaänieten in het land Kanaän). We moeten daarom strijden. Welke middelen geeft God ons om te overleven in deze strijd? (Kijk voor de oplossing in Efeze 6:12-18).

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

© Bibelkurs.com

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW