2 jaar geleden

02. Uit het leven van Abraham

Tent en altaar

Genesis 12 vers 7-13 vers 4

Hebreeën 11 vers 8-16 wordt het hele leven van Abraham met een terugblik samengevat. De Heilige Geest legt uit wat de inhoud van zijn geloof vormde en wat het in zijn leven voor uitwerking had:

  • Abraham verbleef als in vreemdeling in het land van de belofte en woonde in tenten;
  • Hij verwachtte de stad die fundamenten heeft waarvan God de ontwerper en bouwmeester is, en zocht een hemels- Vaderland;
  • Hij beleed dat hij een vreemdeling was en geen burgerrecht had.

Twee dingen karakteriseren het geloofsleven van Abraham:

  1. De tent (Gen. 12:8; 13:3,18; 18:1; Hebr. 11:9);
  2. Het altaar (Gen. 12:7; 12:8; 13:4,18).

Ze zijn symbolisch voor:

  • Pelgrimschap;
  • gemeenschap met God.

Wat heeft dat ons te zeggen? Heel veel, omdat het Nieuwe Testament ons leert, dat de gelovige van de genadetijd op aarde een vreemdeling en een pelgrim is. Petrus schrijft: “Geliefden, ik vermaan [u] dat u zich als bijwoners en vreemdelingen onthoudt …” (1 Petr. 2:11). En Paulus wijst ons op ons hemels burgerschap: “Want ons burgerschap [1] is in de hemelen, waaruit wij ook [de] Heer Jezus Christus als Heiland verwachten” (Fil. 3:20). De hoop van de christen is hemels, zijn doel is het huis van de Vader (1 Kor. 15:19; Joh. 14:2).

Bij de tent behoort noodzakelijkerwijs ook het altaar. Lot woonde ook in tenten. We lezen niet dat hij ooit een altaar heeft gebouwd. Zonder het altaar wordt de tent echter een formaliteit. Abraham riep de naam van de Heer aan bij het altaar. Daar had hij gemeenschap met zijn God. Johannes zegt ons: “En onze gemeenschap nu is met de Vader en met zijn Zoon Jezus Christus” (1 Joh. 1:3). We hebben deze gemeenschap in het gebed en bij het lezen van de Bijbel.

God laat op de weg van het geloof sommige moeilijkheden toe. Daardoor wordt ons geloof beproefd (1 Petr. 1:6,7). Voor Abraham komt nu zo’n beproeving. Er ontstaat een grote hongersnood in het land. Kunnen we ons voorstellen wat dat voor Abraham betekent? Hij is niet alleen verantwoordelijk voor Sara, maar ook voor Lot, voor zijn dienaren, zijn dienstmeisjes en zijn grote kuddes vee. Dat maakt de nood nog veel groter.

In deze ernstige toestand verlaat Abraham Bethel, de plaats van gemeenschap met God. Hij gaat naar Egypte. Verwonderen we ons daarover? Dan hebben we ons eigen hart nog niet leren kennen. Jezus waarschuwt ons: “Waakt en bid, opdat u niet in verzoeking komt; de geest is wel gewillig, maar het vlees zwak” (Mark. 14:38).

Op de weg van onafhankelijkheid van God komt Abraham in de problemen. Hoewel hij de hongersnood kan ontvluchten, maar Sara wordt naar het huis van de farao gebracht. Hoe goed dat God de Zijnen ook dan niet verlaat, wanneer ze eigen wegen gaan! Hij grijpt in Zijn genade in ten gunste van zijn dienaar. Maar het is toch triest wanneer kinderen van God moeten worden terechtgewezen door de kinderen van deze wereld.

In Egypte is Abraham geen getuigenis voor God. Hij heeft daar geen altaar en kan niet genieten van gemeenschap met Hem. Hij brengt Sara in gevaar. Bij Lot ontstaat het verlangen naar een land als Egypte (Gen. 13:10-11). De verworven rijkdom aan dienaren, dienstmeisjes en kuddes vee, zal Abraham nog meer problemen bezorgen.

Abraham is nu “zeer rijk, aan vee, aan zilver en aan goud” (Gen. 13:2). Maar in zijn ziel is er magerheid (Ps. 106:15). Een kind van God dat de gemeenschap met zijn hemelse Vader heeft verloren, kan alles bezitten wat deze aarde te bieden heeft – niets kan echter de grote leegte in zijn hart vullen.

Maar dat hoeft niet zo te blijven! Abraham keert terug naar het beloofde land. En hij blijft niet halverwege staan: “… en hij reisde van rustplaats tot rustplaats, vanuit het zuiderland tot aan Bethel, naar de plaats waar zijn tent eerst gestaan had, tussen Bethel en Ai” (Gen. 13:3.

Dit is het geheim van hoe een verkeerde weg kan worden gecorrigeerd:

  • Geen valse trots om de fout toe te geven;
  • Keer terug naar het punt waar de afwijking begon.

Dan zal God vergeven in Zijn genade (1 Joh. 1:9).

* * *

1. Abraham vestigt zich niet in Kanaän. Hoe herkennen we dit?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

2. Waarvoor staat de tent symbolisch gezien?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

3. Abraham heeft ook een altaar. Waartoe dient het altaar?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

4. Wat symboliseert het altaar?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

5. Hoe onderhouden gelovigen de omgang met hun hemelse Vader?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

6. Heeft Lot ook een altaar gebouwd?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

7. Op de weg van het geloof zijn er ook problemen. Waarom laat God soms moeilijke tijden in de levens van Zijn kinderen toe?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

8. Menselijke oplossingen van problemen zijn ogenschijnlijk vaak succesvol. Maar over het algemeen zijn ze niet de moeite waard. Leg uit hoe dit duidelijk wordt op de weg van Abraham naar Egypte.

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

9. Wat te doen als we ons realiseren dat we op een verkeerde weg zijn?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

NOOT:
1. Burgerschap = het leven, de rechten en de omstandigheden van een burger.

© Bibelkurs.com

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW