10 jaar geleden

2 Thessalonika 2 (4)

Ook deze bijbelstudie is als hulp en ondersteuning voor onze lezers bedoeld, om het Woord van God regelmatig en voortdurend te bestuderen. Uw vragen die uit deze bijbelstudie voortkomen, willen we graag proberen te beantwoorden. Evenzo is het fijn om uw opmerkingen te vernemen. Deze keer gaat het onder andere over de eigenlijke aanleiding van deze brief, over de volgorde van gebeurtenissen vóór de komst van de Heer Jezus, over verkeerde leer en over afval en verval …

Hoofdstuk 2:1-3

A. Inleiding hoofdstuk 2

Met dit hoofdstuk komen we bij het eigenlijke aanleiding van deze brief. Enerzijds stelt de apostel vooraf dat de ontvangers van de brief over de opname op de hoogte zijn, anderzijds vinden we hier een unieke uiteenzetting van de bijbelse volgorde van de gebeurtenissen van de eindtijd: de opname – de afval – het opkomen van de antichrist – het ingrijpen van de Heer Jezus op de dag van de Heer. De beslissende kwestie die de apostel hier behandelt, is immers dat de dag van de Heer nog niet aangebroken zijn kan.

B. Indeling hoofdstuk 2

  1. De verleiding door verkeerde leer (vers 1-3a);
  2. vóór de dag van de Heer komt, komt de afval en treedt de antichrist op (vers 3b-5);
  3. wat of wie houdt de definitieve afval en de verschijning van de antichrist tegen? (vers 6-8a);
  4. het oordeel van de antichrist door de Heer Jezus (vers 8b);
  5. de macht van deze verleiders en zij die verleid worden (vers 9-10);
  6. de verharding van hen die verleid zijn en hun oordeel (vers 11-12);
  7. de dank van de apostel voor de gelovigen jegens God dat Hij hen verkoren en geroepen heeft (vers 13-14);
  8. de gelovigen worden aangespoord om vast te staan en de apostolische onderwijzingen te bewaren (vers 15);Voorbede voor de gelovigen, dat zij getroost en bevestigd worden (vers 16-17).

C. Uitleg van hoofdstuk 2

Vers 1: “Wij vragen u echter, broeders, in verband niet de komst van onze Heer Jezus Christus en onze bijeenvergadering tot Hem”.

Hoewel de uitdrukking “komst” ook het komen van onze Heer bij Zijn openlijke verschijning betekenen kan, wordt hier daarmee het tijdstip van de opname bedoeld, omdat de komst met het “bijeenvergaderen” tot de Heer verbonden wordt. Dit vergaderd worden heeft Paulus al uitvoerig in de 1e brief in hoofdstuk 4:15-17 beschreven. Is het oppervlakkigheid in dit vers het tijdstip van de verschijning te willen zien? Wie daaraan nog twijfelt, dat de gelovigen vóór de grote verdrukking weggerukt zullen worden, voor hen kan er geen betere aanbeveling zijn, dan de volgende verzen van dit hoofdstuk opmerkzaam te bestuderen.

Vers 2: “dat u niet [zo] snel in uw denken geschokt of verschrikt wordt, noch door geest, noch door woord, noch door brief als van ons, alsof de dag van de Heer al aangebroken zou zijn”.

De apostel vraagt de Thessalonikers, dat zij niet uit hun rustige gemoedsgesteldheid1 gebracht worden. Verkeerde leer leidt tot opschudding en schrik. De gelovigen kwamen niet alleen in het conflict van tegengestelde opvattingen, maar angst en schrik waren de gevolgen van deze verkeerde leer. Deze leraars probeerden de gelovigen van het rustige, vredige verwachting van de Heer Jezus af te brengen. En daarmee zouden zij hun de eigenlijke krachtbron voor een God welgevallig leven en een effectvol getuigenis tegenover de wereld ontnemen. Dat zijn de consequenties van deze verleiding. Noch door geest: Deze verkondigers wendden voor het Woord van God te prediken, maakten er aanspraak op dat hun leer openbaringen respectievelijk inspiratie van de Geest te zijn. Hun leer over de komst van de Heer was net zo verkeerd alsook de manier waarop zij deze leer verbreidden. Wanneer het een geest was die hen inspireerde, dan was het een verkeerde geest. Zeker waren er in de begintijd van de gemeente (kerk) sommige openbaringen van God (1 Korinthe 14:26,30), omdat het Nieuwe Testament nog niet voleindigd was – behalve de brief aan de Thessalonikers was er helemaal nog geen brief. Maar er waren ook verkeerde uitspraken door een geest of geesten (1 Johannes 4:1-6). Noch door woord: Daarmee wordt verkondiging door de prediking bedoeld. Noch door brief als van ons: Deze verleiders schreven zelfs brieven in naam van de apostel en zijn medearbeiders. Daarin wordt hun boosaardige sluwheid en bedrog openbaar. Deze mensen waren ondubbelzinnig handlangers van satan, die de waarheid wilden schadigen. Alsof de dag van de Heer al aangebroken zou zijn: Hun onderricht was dus dat de dag van de Heer al aangebroken zou zijn. En daarmee zou dan de waarheid van de voorafgaande opname verkeerd geweest zijn. Als bewijs daarvoor dat de dag van de Heer al aangebroken zou zijn, namen zij het feit dat de gelovigen vervolgd werden. Zal dat dan op de dag van de Heer gebeuren, dat de gelovigen verdrukking lijden? Neen, deze dag zal een tijd van oordeel voor de goddelozen zijn. In zijn eerste brief heeft de apostel hen geschreven, dat het niet nodig zou zijn hen bijzonderheden over deze dag mee te delen (5:1), omdat zij de beschrijving uit het Oude Testament kenden {zie de uitleg  hierover in 1 Thess. 5:1-8 (nr. 13) in Frisse Wateren}. Wat zijn de consequenties van deze verkeerde leer? Het is zeker niet onbelangrijk of lijden een gevolg is van de verdrukking op de dag van de Heer of dat zij een andere oorzaak hebben:

  1. Dan zouden de onderwijzingen van de apostel in de 1e brief (hoofdstuk 4 en 5) verkeerd zijn geweest. Daardoor werd ook het Woord van God in diskrediet gebracht.
  2. Bovendien zouden de verdrukking dan geen oordeel van God over het afvallige Israël en over de wereld zijn. De kerk zou dus deze verdrukkingen moeten meemaken. Hier zien we overigens dat de leer, dat de gelovigen van de vergadering van God noch door de verdrukking zouden moeten gaan, al zeer oud is. Zij is geen bedenksel van de laatste tweehonderd jaar.
  3. Op de vreugdevolle, levende verwachting van de Heer kwam een donkere schaduw te liggen. Op een dag zou deze hoop volledig verduisterd zijn.

Vers 3: “Laat niemand u op enigerlei wijze bedriegen [a.v. misleiding – FW], want [die komt niet] als niet eerst de afval gekomen is en de mens van de zonde geopenbaard is, de zoon van het verderf”.

Zulk een verkeerde verkondiging bestempelt de apostel eenvoudig als misleiding. Nu weerlegt hij deze verkeerde leer: Voordat namelijk de DAG VAN DE HEER komt, moeten twee heel wezenlijke dingen gebeuren (afgezien van de opname): a. de afval moet plaats gevonden hebben, enb. de mens van de zonde moet gekomen zijn. Allereerst ontstaat een beweging en dan treedt de mens van de zonde op, die zich deze beweging ten nutte maakt en haar tot haar hoogtepunt voert. In de oudheid bereikten imperialistische pogingen hun absolute hoogtepunt in Nebukadnezar, de Franse revolutie eindigde met de opkomst van Napoleon*; de afval zal in de antichrist, de mens van de zonde, zijn hoogtepunt hebben. “Afval”2 is iets anders dan “verval” of “teruggang”. “Afval” is het verlaten van de grondslag van het geloof. Het zal zo zijn, dat degenen die vroeger het Christelijke geloof beleden, dit volledig zullen opgeven. En uiteindelijk wordt daardoor de weg vrij voor het opkomen van de antichrist. En de mens van de zonde geopenbaard is: Hier wordt de antichrist de mens van de zonde genoemd. In hem zal de zonde3 zondermeer haar haar volle ontplooiing vinden. Hij is de belichaming van de tegenstand tegen God. Arrogante zelfverheffing zal zijn opvallende kenmerk zijn. Deze mens zal in zijn persoon en in zijn handelen de meest absolute tegenstand tegen de Heer Jezus vormen. En deze mens kan ook alleen daarom verschijnen, omdat de weg daartoe bereid is door de afval van de mensen van God. Hoe zou hij zich anders in de tempel van God kunnen zetten en zich als God uitgeven? De zoon van het verderf: Judas droeg dezelfde naam (Johannes 17:12). De antichrist zal door het verderf geïnspireerd worden, zelf in het verderf gaan en velen op deze weg met zich meeslepen. De Heer Jezus is de Zoon van God, de Zoon van de Vader. Hij is de Heiland, die velen – allen, die in Hem geloven – van het verderf redt.

Vragen en aansporingen om te verwerken

Hoe kan men bewijzen, dat het nieuwe Jeruzalem in openbaring 21 een beeld van de gemeente is?Wat is het hoofddoel van God in het leven van een gelovige?Wat zijn de gevolgen van verkeerde leer?Wat gaat in ieder geval aan de verschijning van Christus, dus de dag van de HEER, vooraf?Wat is het onderscheid tussen afval en verval?Kan iemand die opnieuw geboren is, van God afvallen?Welke betekenissen gebruikt het Woord van God voor de antichrist, en op welke plaatsen wordt hij in de Bijbel genoemd?Bewijs, dat de antichrist en het hoofd van het opnieuw opgestane Romeinse Rijk niet identiek zijn?

NOTEN:
Het Griekse woord voor “denken” (noos) omvat een brede betekenis: 1. Zin, bezinning, denkkracht, verstand, overweging; 2. gemoed, hart, karakter, denkwijze; 3. mening.Het Griekse woord voor “afval” (apostasia) komt slechts nog één keer in het Nieuwe Testament voor, en wel in Handelingen 21:21, waar men Paulus voorwierp, dat hij de afval van Mozes zou leren. Het woord aphistomai komt voor in 1 Timotheüs 4:1. Daar gaat het om een gedeeltelijke afval in de eindtijd. “<”Deze tijd wordt uitgebreid en in de wet, de Psalmen, profeten, evangeliën, de brieven en de Openbaringen geopenbaard (Deuteronomium 31; 32; Psalm 10-14; Jesaja 65; 66; Daniël 7:8,11,25; 9:27; Mattheüs 12:31,32; 43-45; Lukas 17:26-30; 18:8; 2 Timotheüs 4:4; Judas; Openbaring)”> (W. Kelly).Vele oude handschriften hebben hier “wetteloosheid”. Zij is het principe van de zonde (1 Johannes 3:4). In vers 7 is er sprake van de “verborgenheid van de wetteloosheid” en in vers 8 van de “wetteloze”. De Heer Jezus was in tegenstelling daarmee de enige rechtvaardige, Hij was volledig zondeloos, “Die de zonde niet kende” (2 Korinthe 5:21), Die “geen zonde gedaan heeft” (1 Petrus 2:22) en in Wie geen zonde was (1 Johannes 3:5).
* Opmerking vertaler:
Men moet in dit verband zeker ook denken aan het “Derde Rijk” van Hitler. Wikipedia schrijft hierover: Met nazi-Duitsland, het Derde Rijk of soms ook Duizendjarige Rijk wordt een periode in de geschiedenis van Duitsland bedoeld die liep van 30 januari 1933 tot 8 mei 1945 onder het nationaalsocialistische regime. In deze periode (1939) begon nazi-Duitsland de Tweede Wereldoorlog, die in Europa op 8 mei 1945 eindigde met de capitulatie van Duitsland. Officieel heette nazi-Duitsland eerst het Deutsches Reich en werd het later het Großdeutsches Reich genoemd. Het begrip ‘Derde Rijk’ was destijds populair in onder andere de Duitse media. Als Eerste Rijk gold het oude Heilige Roomse Rijk der Duitse Natie (843-1806), als Tweede Rijk het Duitse Keizerrijk (1871-1918). De verwachting van de aanhangers van het Derde Rijk-concept was dat het Derde Rijk (minstens) duizend jaar zou bestaan. De nazi’s hebben formeel echter nooit gebruik gemaakt van dit concept. Zo vaardigde Adolf Hitler tweemaal een edict uit waarin de media werden opgeroepen te stoppen met het gebruik van het begrip ‘Derde Rijk’. Niettemin wordt tegenwoordig het begrip ‘Derde Rijk’ doorgaans nog altijd gebruikt om nazi-Duitsland aan te duiden.

Werner Mücher, © Folge mir nach

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, RM