1 jaar geleden

13. Uit het leven van Abraham

Die laatste jaren van Abraham

Genesis 25 vers 1-10

De gebeurtenissen die hier worden verteld, volgen niet chronologisch op hoofdstuk 24. Hier wordt ons eenvoudig gezegd, dat Abraham nog een bijvrouw had. De volgende overwegingen leiden tot deze uitleg:

  • Ketura wordt als bijvrouw genoemd in vers 1 en in 1 Kronieken 1 vers 32. Als Abraham met haar was getrouwd nadat Sara stierf, zou ze zijn vrouw zijn geweest.
  • Abraham was bij het huwelijk van Izak met Rebekah 140 jaar oud [1]. De geboorte van Izak wordt in Romeinen 4 vers 19 een goddelijk wonder genoemd. Het is daarom niet aan te nemen, dat Abraham na Izak nog zes zonen verwekte.

Zijn we niet onder de indruk hoe Abraham zijn nalatenschap tijdens zijn leven ordende? Hij handelt verstandig, in overeenstemming met Gods wil. Hij geeft Izak alles wat hij heeft, want Izak was de zoon van de belofte.

Maar de nakomelingen van zijn bijvrouwen staan niet met lege handen. Abraham geeft geschenken aan de zonen van de bijvrouwen en laat hen, terwijl hij nog leeft, van zijn zoon Izak naar het oosten wegtrekken. Abraham was een man met levenservaring. Daarom stelt hij een ruimtelijke afstand tussen Izak en de afstammelingen van Ketura en Hagar. Zo voorkomt hij strijd tussen zijn kinderen en kleinkinderen na zijn dood.

Deze laatste regelingen van Abraham worden als voorbeeld gegeven. Ook wij moeten, indien mogelijk, onze zaken op tijd voor onze dood regelen.

Izak en Ismaël begraven hun vader. Dit laat ons zien dat ze hem na zijn dood eren. Ze respecteren zijn wil en begraven hem in de grot van Machpela, die Abraham als begraafplaats had gekocht.

Hoe zit het nu met de beloften die God aan Abraham had gegeven? Heeft Ezau gelijk wanneer hij zegt: “Zie, ik ga toch sterven; wat moet ik dan met het eerstgeboorterecht?” (vs. 32). Ja, als je alleen op het aardse ingesteld bent, zal Ezau gelijk hebben. Maar het oog van het geloof van Abraham ging verder: “… hij verwachtte de stad die de fundamenten heeft, waarvan God de ontwerper en bouwmeester is” (Heb 11:10).

God zal alle beloften vervullen die Hij aan zijn dienaar Abraham heeft gegeven. Jezus Christus bevestigde dit met de woorden: “Ik zeg u echter, dat velen zullen komen van oost en west en met Abraham en Izaäk en Jakob zullen aanliggen in het koninkrijk der hemelen” (Matth. 8:11).

Abraham “stierf in goede ouderdom, oud en van het leven verzadigd” (vs. 8). Het woord van Spreuken 4 vers 18 kan heel treffend op hem worden toegepast: “maar het pad van rechtvaardigen is als een schijnend licht, dat gaandeweg helderder gaat schijnen tot het volledig dag is geworden”. Ja, wie in zijn leven op aarde God op deze wijze heeft leren kennen, verliest niets als hij zijn ogen voor altijd in deze wereld sluit!

We hebben Abraham vergezeld van zijn roeping tot aan het einde van zijn leven in deze lessen. Zijn geloofsleven zou voor ons een aanmoediging en een stimulans moeten zijn!

* * *

1. Gelovige mensen leven niet doelloos door de dagen heen. Ze zorgen voor en denken aan anderen. Wat zegt de apostel Paulus in 1 Timotheüs 5 vers 8?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

2. Tot een deel van deze zorgen behoort het regelen van de nalatenschap, zoals we het bij Abraham vinden. Een ander voorbeeld is te vinden in 2 Koningen 20 vers 1. Wat zegt de profeet Jesaja tegen de zieke koning Hizkia?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

3. Abraham stierf “in goede ouderdom”. Van een dergelijk vervuld leven lezen we alleen van gelovigen, die hebben geleerd om op God te vertrouwen. Zoek de namen van deze mensen op in uw Bijbel:

a. Genesis 35 vers 29: ________________________________

b. 1 Kronieken 29 vers 28: ____________________________

c. 2 Kronieken 24 vers 15: _____________________________

d. Job 42 vers 17:  _________________________________

4. In het leven van Abraham wordt het belangrijke principe onthuld, dat de gelovige niet alleen voor deze wereld leeft. Hoe zit het met ons als ons streven en onze hoop beperkt zouden zijn tot deze aarde? (1 Kor. 15:19)

……………………………………………………………………………………………………….……………….

5. David zei: “Als een schaduw onze dagen zijn op de aarde, en er is geen hoop” (1 Kron. 29:15). Hoe gelijk heeft hij! Maar er is nog een andere hoop. Hoe wordt het genoemd in Titus 1 vers 2?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

6. Hoe krijg je het eeuwige leven? (Joh. 3:36; 5:24; 1 Joh. 5:13)

……………………………………………………………………………………………………….……………….

7. In de tijd van het Nieuwe Testament waren het de Sadduceeën die niet in een opstanding van de doden geloofden. Lees Lukas 20 vers 27-38. Ze construeerden een onwaarschijnlijk verhaal om hun ongeloof te ondersteunen. In zijn antwoord weerlegt Jezus hun dwaling. Hij verwijst naar de aartsvaders en noemt God in vers 37:

……………………………………………………………………………………………………….……………….

Wat een eer voor Abraham dat God Zich zó met hem verbindt!

8. Wat voegt Jezus in vers 38 eraan toe:

……………………………………………………………………………………………………….……………….

NOOT:
1. Abraham was 100 jaar oud toen Izak werd geboren (Gen. 21:5), en Izak was 40 jaar oud toen hij huwde (Gen. 25:20).

© Bibelkurs.com

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, RM