11 jaar geleden

1 Timotheüs 6:17

Dit woord maakt duidelijk dat het geen zonde is welstand te hebben, en dat een gelovige christen geen slecht geweten hoeft te hebben als het hem materieel goed gaat. We moeten echter de aanwijzingen uit het Woord van God betreffende de volgende punten ter harte nemen:

In ons vers staat dat God ons geeft wat we nodig hebben, zodat we het kunnen genieten en gebruiken; echter niet dat we het eenvoudig ophopen. Dat wil niet zeggen dat het sparen verkeerd is, maar we moeten ook hierin in afhankelijkheid van de Heer als Zijn rentmeesters handelen, zodat niet eenmaal tot ons gezegd moet worden: “Dwaas, in deze nacht zal men uw ziel van u afeisen, en wat gij bereid hebt, voor wie zal het zijn?” (Luk. 12:50).

In verbinding hiermee vermaant Gods Woord ons datgene wat ons is toevertrouwd, niet alleen voor onszelf te gebruiken. Het vermaant degenen die meer hebben dan anderen – en we vinden altijd anderen die armer zijn dan wij -, “wèl te doen, rijk te zijn in goede werken: om vrijgevig te zijn en mededeelzaam”.

Verder waarschuwt Gods Woord ons voor misbruik van het ons toevertrouwde. De raad: “Gebruik een weinig wijn om uw maag en uw telkens terugkerende zwakheden” (1 Tim. 5:23), is geen uitnodiging om alcohol te genieten, maar een geestelijke aanwijzing met betrekking tot het juiste gebruik van de gaven van de Schepper.

Tenslotte wijst de Schrift ons aan: “Weest tevreden met wat gij hebt” (Hebr. 13:5). Een tevreden en dankbaar hart lijdt geen gebrek.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, RM