1 jaar geleden

Zonder gezichtsverlies? Verloren onschuld en zorgeloosheid

14.01.2004

Jongeren willen deze wereld leren kennen. Aan de ene kant is dit normaal. Maar anderzijds zijn er vele gevaren. Het grootste is dat deze wereld ons hart rooft. Het is vaak meer dan het hart. En plotseling zijn we verbruikt – hebben ons gezicht verloren, onze onschuld, onze zorgeloosheid. En dan is het zo moeilijk om een weg terug te vinden!

Deze dagen las ik een journalistiek artikel over het fenomeen van een vrouwelijk model, dat erin geslaagd is, in tegenstelling tot veel van haar concurrenten over een periode van meer dan tien jaar “het gezicht” van de mode te blijven – maar zonder gezichtsverlies. Zelfs nu met 30 jaar was ze een trendsetter. Schrijnend was echter het laatste deel van het artikel:

Nooit weer opgedoken

Zij “is als model in het koude water gesmeten en is in 16 jaar niet ondergegaan. Hoe gelukkig ze daarbij is, kan niemand beantwoorden. Er is een pasfoto van haar uit de jaren tachtig, die haar als student met een witte blouse en geknoopte kraag toont. Ze lacht daarop, zoals een tiener lacht, die het leven nog niets negatiefs toevertrouwt. Kort daarna werd ze als model ontdekt en werd sindsdien duizenden keren gefotografeerd. Maar er is geen enkel beeld, waarop deze uitbundige uitdrukking ooit weer op haar gezicht is verschenen”.

In klein formaat zien we het elke dag. We zien gezichten en zijn verbaasd, zelfs geschokt, hoe men op zo’n jonge leeftijd er verbruikt uit kan zien. Misschien nog steeds “mooi” – en toch uitgewerkt. We herinneren ons: “Want wat een mens zaait, dat zal hij ook oogsten” (Gal. 6:8). Dit geldt vooral in onze tijd van tolerantie. Men kan doen en laten, wat men wil.

De wereld willen ontdekken …

Als een jonge persoon mag men een tijdje denken: Nu wil ik de wereld ontdekken. Zoals Dina, de dochter van Jacob: Ze “ging eropuit om bij de meisjes van het land te kijken” (Gen. 34:1). Dat moet interessant voor haar geweest zijn. Maar het einde was, dat ze verkracht werd en er ellende kwam over het huis van haar vader. Ze was waarschijnlijk slechts indirect verantwoordelijk – en nu al “misbruikt”.

Als jonge vrouw, misschien als tiener, staat de wereld wijd voor je open. Wat denk je, hoe jonge mannen ernaar verlangen, een christelijke, tot nu toe onaangeroerde vrouw “te nemen” (Gen. 34:2). Sommigen kennen geen grotere ambitie, dan dat te bereiken. En dan is je leven een puinhoop. Laat je waarschuwen en kijk naar de gezichten van je medestudenten, je collega’s, je vriendinnen. Daar zie je bij velen, hoe snel je “misbruikt” kan zijn – misschien nog altijd aantrekkelijk (vandaag noemt men dit  “sexy”). Maar al door het leven getekend. Het hoeven immers niet altijd nicotine en drugs te zijn.

… kan ernstige gevolgen hebben!

Niet anders als bij Dina was het bij Simson – alleen nog veel erger! Hij was een man die God Zelf gekozen had, voordat hij geboren werd. Hij moest als Nazireeër een bijzondere dienaar van de Heer zijn. Een instrument in de hand van God. In feite was hij dat ook – ondanks zijn mislukking. We verbazen ons over de soevereiniteit van God! “En Simson ging naar Timna; en toen hij in Timna een vrouw uit de dochters van de Filistijnen had gezien” (Richt. 14:1). En haar wil hij hebben. Zijn ouders vraagt hij niet – hij geeft hen de opdracht uit te voeren. En zijn leven is ook al een puinhoop. Hij bevindt zich midden in het vuil.

Maar dat was niet genoeg. Hij heeft niets geleerd van deze snel mislukte relatie. Ten eerste gaat hij dan naar een prostituee. Later houdt hij van Delilah. We kunnen niet met zekerheid zeggen, dat ze een Filistijnse was. Maar ze liet zich door de Filistijnen gebruiken – door deze wereld. En Simson komt volledig ten val. Zijn leven eindigt in trauma.

Laat u waarschuwen voordat het te laat is

Laat je waarschuwen dat het jou niet evenzo gaat. Een verkeerde blik, een verkeerde handdruk, een verkeerd schouderklopje, een onjuiste kus, een verkeerd “aanzetten” – en je zit er middenin, direct erbij om je onschuld te verliezen. Hoe makkelijk geraakt men als jongere betrokken in de ergste dingen – en zo moeilijk om er weer uit te komen. En direct ben je getrokken in dit moeras van de wereld. Men ziet het aan je. Denk niet dat zulke dingen zonder een spoor na te laten aan je voorbijgaan. Zusters met een liefdevolle maar heldere blik herkennen jouw wegen. Zij hoeven daar niet op gewezen te zijn – jouw blik zegt alles.

Het is beter je niet “met de wereld” in te laten. En welke iets oudere persoon heeft niet veel, zeer veel reden om God te danken, waarvoor Hij ons steeds weer en steeds opnieuw bewaard heeft. Want we zouden allen gevallen zijn. Allen! Des te meer willen we Hem danken.

De weg terug staat altijd open

Maar er is altijd een weg terug – terug naar de Heer. Maar je moet deze ook willen gaan. Simson is deze weg niet werkelijk gegaan. Hij bad om kracht voor een “slotoffensief”. Maar verootmoediging en belijdenis kunnen we bij hem niet vinden. Ook niet bij Dina. Maar misschien bij de man, die de slimste mens op aarde was – nu spreken we niet over Jezus Christus – die in het midden van de wereld belandde: Als we denken aan zijn vrouwen, aan de afgoderij, aan zijn filosofie in het boek Prediker. Maar als hij – zoals men aanneemt – Prediker, Spreuken en Hooglied aan het eind van zijn leven geschreven zou hebben, zou hij misschien toch nog tot inzicht gekomen zijn.

“Als wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid” (1 Joh. 1:9). Dan is er een uitdrukking op het gezicht van tevredenheid, van echte, innerlijke vreugde en van innerlijke vrede niet alleen in het verleden – het zal er ook in het heden zijn.

© Bibelpraxis.de, Manuel Seibel

Geplaatst in: ,
© Frisse Wateren, R. Mol