13 jaar geleden

Zendings- en evangelisatie-conferentie (X – slot)

Deze toespraken werden in de jaren ’80 van de vorige eeuw gehouden tijdens een zendings- en evangelisatie-conferentie. Degenen die ook verlangen om de heerlijke boodschap van “de Heer Jezus Christus en die gekruisigd” uit te dragen, beveel ik dit van harte aan. Velen die deze conferentie bijwoonden, zijn aangespoord en bemoedigd om zich ook in dit opzicht aan de Heer toe te wijden. Hopelijk heb je de eerste negen artikelen in de vorige nummers ook gelezen. Zo niet, dan raad ik je aan dat toch eerst te doen. Het is echt de moeite waard. Dit slotartikel gaat dan nu verder in op de boodschap van hoofdstuk 4 van de tweede Timotheüs-brief, namelijk het doorgaan met de verkondiging van de verkondiging van het evangelie.

Doorgaan met de verkondiging

“Ik betuig voor God en Christus Jezus, die levenden en doden zal oordelen, en Zijn verschijning en Zijn koninkrijk: predik het woord, wees paraat, gelegen en ongelegen; weerleg, bestraf, vermaan in alle lankmoedigheid en lering. Want er zal een tijd zijn dat zij de gezonde leer niet zullen verdragen, maar naar hun eigen begeerten voor zichzelf leraars zullen verzamelen, om zich het gehoor te laten strelen; en zij zullen het oor van de waarheid afkeren en zich tot de fabels wenden. Maar jij, wees nuchter in alles, lijd verdrukking, doe [het] werk van een evangelist, vervul je dienst ten volle. Want ik word al als drankoffer uitgegoten en de tijd van mijn heengaan is aangebroken. Ik heb de goede strijd gestreden, ik heb de loop geëindigd, ik heb het geloof behouden. Overigens is voor mij de kroon van de gerechtigheid weggelegd, die de Heer, de rechtvaardige Rechter, mij in die dag zal geven; en niet alleen mij, maar ook die zijn verschijning hebben liefgehad” (2 Timotheüs 4:1-8).

Hier is de boodschap: “het doorgaan met de verkondiging van het woord van het evangelie”.

  • Ten eerste heb je hier dan de opdracht. In vers 1 en in vers 3-8 heb je de “basis” van de opdracht. In vers 1 is het feit dat de Heer Jezus komt om te oordelen. Als we daar aan denken dat er zoveel mensen in deze wereld zijn die voor eeuwig geoordeeld zullen worden. Hoe groot is die nood, dat zij toch in aanraking komen met die boodschap. Ziet u die – hoe zal ik het zeggen – de natuur van deze opdracht. Het dringende, krachtige daarvan. En het spreekt ook. Ja de apostel Paulus schrijft hier met diepe emoties. “Ik betuig voor God”, zegt hij in vers 1. Dan spreekt hij ook van de ernst van de tijd van deze boodschap in vers 2, nietwaar? “Predik het woord, wees paraat, gelegen en ongelegen; weerleg …”. In elk woord ligt een diepte en een urgentie.
  • Dan zie je ten tweede in vers 3-5 het hedendaagse tafereel beschreven. We gaan die boodschap dan “uitdragen”. We doen dat bijvoorbeeld in de open lucht of van huis tot huis, of traktaat-verspreiding, boekentafels, enzovoorts. Maar wat is het gevolg? Neemt men het aan? Je zou er weer ontmoedigd door worden wat hier beschreven wordt, want vers 3 zegt: “Want er zal een tijd zijn dat zij de gezonde leer niet zullen verdragen, maar naar hun eigen begeerten voor zichzelf leraars zullen verzamelen, om zich het gehoor te laten strelen; en zij zullen het oor van de waarheid afkeren en zich tot de fabels wenden. Maar jij …” – met andere woorden: jij bent anders – “wees nuchter in alles, lijd verdrukking, doe [het] werk van een evangelist …”. vergeet nooit vrienden, dat wij geen ziel kunnen bekeren. Dat is het werk van de Heilige Geest. Alles wat wij te doen hebben is “kanalen” te zijn – “instrumenten” te zijn -, die schoon zijn waardoor de Heilige Geest kan werken. Zijn wij dat? Dat is de vraag!

Paulus als voorbeeld in de uitvoering en in de volharding

  • En dan ten derde vers 9-22: “Beijver je spoedig tot mij te komen; want de Demas heeft mij verlaten, daar hij de tegenwoordige eeuw heeft liefgekregen, en is naar Thessalonika gereisd, Crescens naar Galatië, Titus naar Dalmatië. Alleen Lukas is bij mij. Haal Markus op en breng hem met je mee, want hij is mij van veel nut voor [de] dienst. Tychicus nu heb ik naar Efeze gezonden. Als je komt, breng dan de mantel mee die ik in Troas bij Carpus achtergelaten heb, en de boeken, vooral de perkamenten. Alexander de kopersmid heeft mij veel kwaad berokkend; de Heer zal hem vergelden naar zijn werken. Wacht ook jij je voor hem, want hij heeft onze woorden zeer tegengestaan. Bij mijn eerste verdediging is niemand bij mij geweest, maar allen hebben mij verlaten; moge het hun niet toegerekend worden. Maar de Heer heeft mij bijgestaan en mij gesterkt, opdat de prediking door mij ten volle vervuld zou worden en al de volken haar zouden horen; en ik ben uit [de] leeuwenmuil gered. De Heer zal mij redden van elk boos werk en behouden voor zijn hemels koninkrijk. Hem zij [de] heerlijkheid tot in alle eeuwigheid! Amen. Groet Prisca en Aquila en het huis van Onesíforus. Erastus is in Korinthe gebleven en Trófimus heb ik in Miléte ziek achtergelaten. Beijver je vóór de winter te komen. Jou groeten Eubulus, Pudens, Linus, Claudia en alle broeders. De Heer zij met je geest. De genade zij met jullie”.

Uitvoering

Hier zien wij Paulus als voorbeeld in de “uitvoering” van deze opdracht. Zie je wel, dat hij morele autoriteit heeft om Timotheüs te kunnen vermanen. En waar heeft hij die kracht dan van? Dat hij alles “zelf” eerst in de praktijk brengt. Dat is ook de kracht van het prediken. Wat hebben wij er mee gedaan? Hoe zien anderen Jezus Christus in mij? Ben ik de boodschap zelf? Zien zij Jezus Christus in mij? Als u er eens over nadenkt, hoe de apostel Paulus tot de Thessalonikers kwam. In de eerste brief staat beschreven hoe die Thessalonikers de boodschap hebben ontvangen. In 1 Thessalonika 1:5 staat: “Want ons evangelie kwam tot u niet alleen in woord, maar ook in kracht en in [de] Heilige Geest en in zeer volle zekerheid”. Zo vaak schamen we ons om iets door te geven van de Heer Jezus. We kunnen wel zeggen: “Ja, het is niet de juiste tijd. Wacht maar tot een betere gelegenheid zich voordoet, dan zal ik wel wat zeggen”. We bieden alle mogelijke excuses om toch maar niet van de Heer Jezus te getuigen. En als we er dan nog toe komen kunnen, om iets van Hem te zeggen, dan komt het er zo verschrikkelijk zwak uit dat de toehoorders tegen zichzelf zeggen: “Nou, hij is er zelf niet zo verschrikkelijk van overtuigd van wat hij zegt”. Hoe kunnen ze dan die boodschap aannemen? Dat was bij Paulus helemaal niet het geval. Er staat hier: het kwam niet alleen in woord, maar in kracht en in [de] Heilige Geest en in zeer volle zekerheid. Geve de Heer ook ons deze kenmerken in de wijze waarop wij die boodschap – het evangelie – doorgeven. De apostel was dus het voorbeeld.

Volharding

Maar ook was hij een voorbeeld in de “volharding”, “doorgaan”. Hij is verlaten door zijn broeders en zusters in Azië. En hij is hier ook verlaten door zijn vrienden, die in alle richtingen zijn vertrokken. Niet dat zij niet bij hem willen blijven, maar hij zegt toch wel in vers 11: “Alleen Lukas is bij mij”. Voelen we niet die eenzaamheid die daaruit spreekt? De apostel Paulus alleen in die cel. Dat is ook voor ons moeilijk om te verwerken. We kunnen nog wel tegenstand verdragen van vijanden van het evangelie, maar tegenstand of onverschilligheid van medegelovigen, van medebroeders en -zusters, dat is moeilijk te verdragen. Van vijanden had hij ook tegenstand, vers 14-15: “Alexander de kopersmid heeft mij veel kwaad berokkend”. En dan krijg je in vers 16-18 dat droevige getuigenis: “Bij mijn eerste verdediging is niemand bij mij geweest”. Je zou zeggen, zelfs Lukas was daar nog niet bij. Wat een eenzaamheid heeft deze dienstknecht van de Heer ervaren. En wij durven dan nog ontmoedigd te zijn als we een klein beetje tegenstand ervaren, een klein beetje onbegrip, een klein beetje kritiek? “Niemand bij mij geweest maar allen hebben mij verlaten”. “Maar …” – en laten we dat dan vasthouden, broeders en zusters – door dik en door dun, door alle moeilijkheden heen, door alle tegenstand heen, er is er altijd Eén die daar blijft: “Maar de Heer heeft mij bijgestaan”. Daar kunnen we aan vast houden.

Laten we met die gedachte eindigen. De Heer staat ons bij! Jezus alleen, Hij kent ons hart, Hij kent onze verlangens. Geve Hij ons dan de kracht om die fakkel als het ware over te nemen van de apostel Paulus en het aan elkaar door te geven. Onvermoeid, onversaagd, niet ons laten ontmoedigen, dat wij weer weten te putten uit die “onuitputtelijke” bron van het Woord van God en van de tegenwoordigheid van onze Heer Jezus.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, RM